Robotlopers

Er zit een element van geweld, overweldiging en misbruik in hoerenloperij. Kunnen we geen seksbots achter het raam zetten?

Medium 18 sekstechnologie

De robot zal het probleem van de seksindustrie oplossen. Maak seksbots – de term fuckdroids is nog niet gevallen, geloof ik, maar bij deze – en van de ene op de andere dag zal er een einde komen aan slavernij, onderdrukking en allerlei vormen van illegaliteit.

Zo zeggen ze.

In een niet al te beste maar wel vermakelijke film uit 1987, Cherry 2000, wordt de kwestie vlijmend aangesneden. Man komt thuis en treft in de hyperfuturistische keuken zijn vrouw aan, gehuld in een jurkje dat nauwelijks die naam verdient. Enthousiaste begroeting en voor we het weten is daar de daad. Slowmotion gerollebol, gekleed en al en in wolkend schuim tot mevrouw de echtgenote kortsluiting krijgt. Want zij was een robot. Man gaat op zoek naar nieuwe chip, maar stuit op hoongelach bij de leverancier, want het _Cherry 2000-_model wordt al lang niet meer geleverd en onderdelen zijn niet meer te krijgen. Trouwens, waarom geen nieuwe genomen? Die kunnen veel meer. Maar de hoofdrolspeler is van Cherry gaan houden en wil helemaal geen betere.

Qua technologie is het even voorstelbaar als voorspelbaar. Op één ding na. Robots, androids, fuckbots, hoe meer ze op ons lijken, hoe griezeliger we ze vinden. Er is zelfs een term voor: uncanny valley. Dat is het onheilspellende gebied waar de huiver recht evenredig toeneemt met de antropomorfie. Kijk maar eens naar de filmpjes van goedbedoelende Japanse ingenieurs die hun ‘nu nog menselijker!’ droids presenteren. Zoiets hoop je nooit thuis te hebben. Je ziet zo’n Japanse levensechte robot in een stoel zitten en denkt onmiddellijk dat die ’s nachts wakker wordt en je kamer binnenkomt.

De bijna levensechte en peperdure seks­poppen van Real Doll zijn wel populair, maar dat komt omdat ze niets kunnen. Ik voorspel de ondergang van het bedrijf als hun poppen kunnen lopen, praten en, god bewaar, mimiek vertonen.

De discussie over de seksindustrie schoot mij te binnen toen ik bij de Mediamarkt naar een stofzuigrobot keek die met domme toewijding twee vierkante meter demonstratieruimte schoonzoog. Keer op keer op keer op keer. Het is een platte ronde schijf die onweerstaanbaar doet denken aan een schildpad en met dezelfde vastberaden, maar niet al te snuggere gang in het rond schuifelt. Dat wil je dan weer wel. Kinderen schijnen ze geweldig te vinden. Om nog maar te zwijgen van huisdieren. Er zijn op YouTube leuke filmpjes te vinden van de interactie tussen poes en poetsbot.

Een einde aan de seksindustrie (hoe groot kan een contradictio in terminis zijn?) is een wenkend perspectief, maar van droidhoeren zal het niet komen. Het idee alleen al maakt duidelijk hoe weinig contact de techniek soms heeft met de werkelijke wereld. Dat prostitutie gaat over seks is een gedachte die volgens mij alleen in de hoofden van volstrekt wereldvreemde nerds leeft.

Ik ben één keer in mijn leven in een bordeel geweest. De eigenaar van het grootste prostitutiecomplex in Frankfurt is een liefhebber van Goethe en beschikt over een, zegt men, belangwekkende Goethe-verzameling. Zijn liefde voor de literatuur krijgt vorm in maandelijkse literaire avonden in een van zijn bedrijven en een aantal jaren geleden was de beurt aan mij, om daar te lezen uit In Babylon.

Ik kwam, provinciaal die ik ben, een half uur voor aanvang aan. Mijn jas werd aangenomen, ik kreeg koffie en werd voorgesteld aan het personeel: vier vrouwen die ik zo tussen de dertig en veertig schatte, allen gekleed in qipao, zo’n nauwsluitende Shanghai-dress. Ze waren heel aardig en hadden allemaal dezelfde lege blik. Er lag, ondanks hun vriendelijkheid, een harde trek rond hun mond en terwijl ik een beleefd praatje met ze maakte en mijn koffie dronk, drong het tot mij door dat het idee van prostitutie als een persoonlijke keuze een idiote mythe is. Zou een van deze vrouwen op de middelbare school hebben gedacht: ja, prostituee, dat wil ik worden? En als dat al zo was geweest, dan hoefde je maar naar ze te kijken om te zien wat het met ze had gedaan. Ik stond, aan de bar van dat bordeel in Frankfurt, tussen vier diep-ongelukkige vrouwen die zoveel verlatenheid en emotieloosheid uitstraalden dat ik er zelf ongelukkig van werd.

Nu zijn er ongetwijfeld veel mannen die zo’n trieste, emotieloze blik kunnen negeren en er zijn er waarschijnlijk ook flink wat voor wie dat tot het lust opwekkende deel van het bezoek behoort. Misschien is de opwinding zo sterk dat het onwaarschijnlijke verhaal wordt geloofd dat bij prostitutie hoort, dat toneelstukje waarin zij niets liever wil dan hem. Suspension of dis­belief is niet voorbehouden aan Het Betere Boek. Maar dan nog: de mens is een sociaal wezen en bij uitstek gericht op het herkennen van emoties. Die vaardigheid kan toch niet in rook oplossen in de rosse buurt? Of ben ik te naïef?

Er zit een element van geweld, overweldiging en misbruik in hoerenloperij en wat gebeurt er met die emoties als er een robot in het raam zit? En stel dat het toch zou werken, seks met een mechaniek, zijn allerlei ethische grenzen dan ook meteen opgeheven? Er worden al seks­poppen gemaakt die op veertienjarige meisjes lijken. Mogen er dan in de toekomst ook Lolita-bots in clubs werken?

Geen universiteit ter wereld heeft een faculteit sekstechnologie en het lijkt erop dat het hoog tijd wordt om er een te stichten. Ik stel de TU Twente voor.