Economie

Robots

Ik geloof er geen flikker van dat robots onze banen gaan overnemen. Zo, die is eruit.

Ik weet namelijk donders goed dat de halve wereld er anders over denkt. Dat het wemelt van de commissies en denktanks die antwoorden moeten verzinnen op een baanloze toekomst. Dat oud-minister Asscher er een zorgelijke speech over heeft gegeven. Dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zich erover heeft gebogen. Dat batterijen economen er hun TED-reputatie aan danken. En dat de moguls van Silicon Valley zeker weten dat het gaat gebeuren: iedereen die niet uitzonderlijk hoogopgeleid of bijzonder begaafd is, zal vroeg of laat zijn baan verliezen aan een robot die zij hebben ontworpen.

Ik heb vier redenen voor mijn ongeloof. De eerste is de geschiedenis. In 1990 betoogden de Duitse arbeidseconomen Kern en Schuman dat technologische vooruitgang van ons allemaal ambachtslieden zou maken. Vergeet Charlie Chaplin en Modern Times. En denk aan een glasblazer in zijn atelier, die het hele productieproces bestiert. Er kwam geen moer van terecht. De wereld is sinds 1990 alleen maar meer op de keuken van McDonald’s gaan lijken.

Vijf jaar later voorspelde de trendwatcher Jeremy Rifkin in The End of Work een wereld van automatisering waaruit alle geestdodende arbeid zou zijn verdwenen. Waarin mensen zich konden toeleggen op datgene wat het leven echt de moeite waard maakt: kunst, cultuur en elkaar. Het was in lijn met de voorspelling van John Maynard Keynes uit 1930 dat machines de saaie arbeid van ons zouden overnemen waardoor we nog maar vijftien uur per week zouden hoeven werken. Ook hier: mis, mis, mis. We werken langer en harder dan ooit tevoren.

De tweede is het prachtige boek van Robert Gordon. In The Rise and Fall of American Growth laat hij zien dat de nieuwe interneteconomie een hype is. Wat telt is stijgende arbeidsproductiviteit. Daar hebben computer en web niets aan bijgedragen. Sterker: de stijging van de arbeidsproductiviteit is lager dan ooit. Wel eraan bijgedragen hebben waterleiding, riolering, gas, telefoon en wegennet. Die zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de welvaartsstijging van de afgelopen anderhalve eeuw.

De wereld is alleen maar meer op de keuken van McDonald’s gaan lijken

Internet, smartphones, Silicon Valley, Google, Amazon, Apple, Miscrosoft: ze zijn in de statistieken niet terug te vinden. Geen wonder, ze maken niets, leiden ons alleen maar af, en kosten vreselijk veel tijd. Om met de antropoloog David Graeber te spreken: het internet is een veredeld postorderbedrijf. Gordon eindigt zijn magnum opus dan ook met een somber hoofdstuk over onze toekomst, getiteld ‘de grote stagnatie’.

De derde reden is een studie van mei dit jaar, False Alarm, die laat zien dat er op de Amerikaanse arbeidsmarkt nog nooit zo veel baanrust is geweest als nu. En onder rust verstaan de auteurs dat er nog nooit zo weinig oude banen zijn verdwenen en nieuwe banen bij gekomen. Bovendien komt het merendeel van die nieuwe banen uit oude sectoren, niet uit nieuwe. Verder leidt technologische innovatie niet tot minder banen, maar juist tot meer. De belangrijkste les die de auteurs uit hun bevindingen trekken, is dat politici niet in paniek moeten raken. In het Engels: ‘Labor market disruption is not abnormally high; it’s at an all-time low, and predictions that human labor is just one tech “unicorn” away from redundancy are likely vastly overstated, as they always have been.’

De vierde reden is gebaseerd op het aloude inzicht dat er een wereld van verschil bestaat tussen ‘weten dat’ (knowing that) en ‘weten hoe’ (knowing how). Fietsen, autorijden, lesgeven en verplegen leer je niet door regeltjes uit je hoofd te leren maar door het te doen. Onze banen bestaan maar voor een beperkt deel uit regelgeleide handelingen. Veel groter is het aandeel van onze geschoolde intuïtie. Alleen regelgeleid gedrag kan in algoritmes worden gevangen en is dus in principe automatiseerbaar. Alles wat op intuïtie is gebaseerd niet. Dus wel McDonald’s, de bank en de automobielfabriek; niet de school, het verpleeghuis en de literatuur.

Waarom dan toch dat wijdverbreide alarmisme? Omdat het sommigen verdraaid goed uitkomt. Sinds Ned Ludd wordt verzet tegen technologische vooruitgang door moderniteitsgelovigen gezien als iets voor sukkels en idioten. En omdat robotisering vooruitgang is, is het het perfecte alibi voor een nieuwe aanval op de verzorgingsstaat. Waarvan moeten we leven als er geen werk meer is? Van een onvoorwaardelijke en universele, en dus schamele, uitkering.

Hier komt mijn argwaan tegen het basisinkomen vandaan: als de grootkapitalisten uit Silicon Valley er voor zijn, kan het nooit in het voordeel van de factor arbeid zijn.