H.J.A. Hofland

Robuust denken

Als u dit leest, is een robuuste vredesmacht van de Verenigde Naties onderweg naar Libanon, hebben omstreeks duizend Libanezen en honderd Israëliërs het leven verloren, zijn een groot deel van de infrastructuur en hele woonwijken in puinhopen veranderd en is Hezbollah niet verslagen. Het Israëlische opperbevel had zich vergist in de kracht van Hezbollah. Daarom heeft het zo lang geduurd en is het probleem, ondanks vier weken van robuuste aanvallen, niet opgelost maar waarschijnlijk zelfs ernstiger geworden. Want vier weken verwoesting op de televisie hebben het imago van Israël geen goed gedaan, om het heel voorzichtig te zeggen. Niet in de Arabische wereld en evenmin in het eigen kamp. Premier Olmert heeft een andere mening. Het meest robuuste optreden brengt de beste resultaten.

Ik ga even voorbij aan de krijgskundige houdbaarheid van deze opvatting. Het gaat er nu om dat de discussie over de methode door de Israëlische actie opnieuw actueel is geworden. Daarbij beginnen we ons van een nieuwe term te bedienen: robuust. In de laatste druk van de Dikke Van Dale betekent het: «stevig gebouwd, sterk, krachtig, een robuuste gezondheid». Het Engelse robust is hetzelfde. In de afgelopen paar jaar heeft het er een betekenis bij gekregen. Het is een eufemisme geworden, eerst voor onverschrokken, strijdvaardig. Daarna voor: geef je over voor je kennismaakt met mijn machinegeweer. En nu begint het de samenvatting voor een universele strategie te worden.

Robuust voerden in 2001 de Amerikanen hun oorlog in Afghanistan, waarbij de grotten van Tora Bora werden opgeblazen en Osama bin Laden niet werd geraakt. Vijf jaar later gaat de navo daar robuust optreden. De volgende robuustheid was het shock and awe waarmee de oorlog in Irak is begonnen. Fallujah en Tikrit werden robuust aangepakt en nu weer Bagdad. Terwijl het land zich heeft ontwikkeld tot een toneel van onversneden robuustheid, krijgt ruim de helft van de Amerikaanse kiezers er genoeg van.

In 2003 vond Sharon dat Arafat te lastig werd, en dat hij daarom robuust moest worden aangepakt. Zijn hoofdkwartier in Ramallah werd verwoest, dat kwam allemaal op tv, tot en met de wrakken van computers. Arafat werd door Sharon tot «irrelevant» verklaard, hij stierf, werd opgevolgd door de als gematigd beschouwde Abbas en vervolgens won Hamas, de in het Westen als terroristisch bekend staande partij, de internationaal gecontroleerde verkiezingen.

Na al deze demonstraties van robuustheid ontvoerde Hezbollah vorige maand twee Israëlische soldaten, met de bedoeling die te gebruiken als onderpand, om onderhandelingen met Israël te beginnen over de vrijlating van een aantal van de zoveel duizend mensen die in Israëlische gevangenissen zitten. Om de twee soldaten te bevrijden begon Israël de oorlog. Ondanks alle wederzijds robuust optreden zitten alle gevangenen nog achter de tralies. De oorlogen worden door de televisie verslagen. Iedere avond de bloedplassen, radeloos woedende mannen, wanhopige vrouwen, soms dode kinderen en altijd puinhopen. Nu hebben ook de bloggers in de oorlogsverslaggeving hun debuut gemaakt. Via de internetkrant Nu.nl heb je binnen een paar seconden een bloemlezing aan gruwelen op je scherm. Aan Israëlische kant valt een tiende van het aantal slachtoffers, maar voor de aanblik maakt dat geen verschil. Een totaal verminkt mensenlichaam is partijloos geworden.

Is het wel zo verstandig ons grote publiek vrij toegang tot al die bloedbaden te geven? Worden we daardoor niet te soft? Dat is in deze krijgskunde het tegenovergestelde van robuust. «Stellen we ons voor dat de liberale democratieën het punt hebben bereikt waarop ze niet meer doeltreffend oorlog kunnen voeren, omdat hun humanitaire mededogen met anderen zo sterk is geworden, dat dit een koelbloedig nastreven van de eigen nationale belangen verhindert?» schrijft John Podhoretz in de New York Post, ochtendblad van Rupert Murdoch en robuust huisorgaan van de neoconservatieven.

Ik vond dit citaat in de International Herald Tribune van 11 augustus. Podhoretz vraagt zich af of de Britten en Amerikanen de Tweede Wereldoorlog hadden kunnen winnen als ze Dresden niet met de grond gelijk hadden gemaakt en geen kernbommen op Hiroshima en Nagasaki hadden gegooid. «En denken we ons in dat we aan het begin van de aanval in Irak misschien niet genoeg soennieten hebben gedood om de rest te imponeren. Is het feit dat zoveel soennitische mannen tussen de 15 en de 35 het hebben overleefd misschien de diepste oorzaak van de opstand en het sektarisch geweld?» Niet dat hij voorstander van zo’n genocide is, maar we moeten volgens hem wel begrijpen «dat een beschaafdere benadering wel eens een manier zou zijn om onszelf in de boeien te slaan bij het gevecht tegen een meedogenloze vijand».

Binnenkort viert Guantánamo Bay zijn eerste lustrum. Het is een robuust kamp, waar gevangenen verdacht van terrorisme zonder proces, buiten bezwaar van de Conventie van Genève zijn opgesloten. In sommige landen waar aan martelingen niet te zwaar getild wordt, heeft de cia geheime, robuuste gevangenissen. In Irak worden Iraakse gevangenen door Iraakse bewakers robuust behandeld. Na vijf jaar is dit alles volgens sommige neoconservatieve denkers nog niet robuust genoeg. «Als we met de oorlog tegen Saddam Hoessein werkelijk een voorbeeld hadden willen geven, hadden we de zaak daar met de grond gelijk moeten maken en dan vertrekken», schrijft columnist John Derbyshire in de National Review. Bush is veel te soft geweest.

Libanon, Irak en Afghanistan bewijzen het: de robuusten zijn in opmars, net als de echte vijand.