Hoofdcommentaar

Rock against nothing

Medium hoofdcommentaar

Pop en politiek zijn een aantrekkelijke combinatie. Net als sport en politiek, of kunst en politiek. De politiek wordt in dit soort combinaties opgevijzeld door de sterren. In den beginne was pop in zichzelf een beetje politiek. Dylan, Lennon of Jagger waren in de jaren zestig politiek sui generis, al hadden ze er zelf misschien helemaal geen trek in. In de jaren zeventig werd deze ogenschijnlijk vanzelfsprekende band doorbroken. Brian Ferry was wel hip maar niet automatisch links dan wel rechts. Iets later dook in Engeland dan ook de linkse beweging Rock against Racism op_._ Op haar festivals traden popgroepen, dichters en performers op tegen salonfähige xenofobie, zoals op een onbewaakt moment vertolkt door Eric Clapton. Het was de tijd van UB40 en The Clash. De organisatoren zeiden het niet openlijk, maar ze wisten: als je een goede band één avond op een podium laat spelen, krijg je meer aandacht voor jouw politiek dan als je elke zaterdag op de markt je krantje uitvent.

Those were the days. Tegenwoordig is de politieke merchandising van popmuziek een heuse bedrijfstak. Wat in 1985 min of meer spontaan begon met Bob Geldof en diens Live Aid, is afgelopen twintig jaar een professionele productieketen geworden. Wat ooit een gek plaatje was – zanger Bono van U2 die de Amerikaanse minister Paul O’Neill van Financiën in 2002 in Ghana de les leest – is thans Hoofdstuk 1 van de cursus Spindoctoring.

Er is bijna niemand die de vraag durft te opperen of de goede bedoelingen wel een goed doel hebben. Maar sinds afgelopen zondag is de vraag wel degelijk gepast. Het gesinnungsethische popcircus heeft die 1ste juli zijn faillissement getekend: met het Concert for Diana in het Wembley Stadion in Londen.

Het probleem was niet de programmering. Dat Roger Hodgson van Supertramp de hoge tonen van Dreamer niet meer haalt, is geen punt. Johnny Cash heeft zijn eigen liedjes nooit kunnen zingen. Duran Duran? Reflex, altijd lekker. Brian Ferry? Fijne vent, al viel op dat hij zijn kort gerokte achtergrondzangeressen meer nodig had dan zij hem. Elton John? Ach, iedereen moet zijn eigen broek aantrekken. En zijn liedjes blijven klassiek. Concert for Diana was muzikaal gewoon een treurige vertoning. Marco Borsato, van War Child, zou zich er ongemakkelijk hebben gevoeld. Er is bovendien niets tégen een overdaad aan Zwitserlevengevoel op een podium. Jan Donkers wist het al op 19 september 1973, toen hij in dit weekblad (zie De Groene Amsterdammer Extra van 29 juni 2007) concludeerde: ‘[Jagger] zingt clichématiger dan tevoren, zo boordevol maniërismen dat men zich alleen al daarom kan afvragen hoe lang de fans het nog zullen pikken. Erg lang, denk ik eigenlijk.’

Nee, het probleem is dat het in het Wembley nergens over ging en dat het ook nergens van uitging. Op het podium werd minder aandacht besteed aan de goede bedoelingen en goede doelen van prinses Diana dan Caroline Tensen gewoonlijk doet in 1 tegen 100 voor de Postcodeloterij, ook een minder verheven loterij dan aandeelhouder Boudewijn Poelman wil doen geloven.

De onechtheid van C_oncert for Diana_ kwam treffend aan het licht dankzij het optreden van de beste artiest van de hele dag_._ De enige zanger wiens timing met de jaren alleen maar sterker wordt en wiens timbre elke cynicus tot huilen kan brengen, zelfs met een schuin oog op de hakken van het koor: namelijk Rod Stewart. Inderdaad: Rod Stewart. Een zanger die naar verluidt niet wakker ligt van welk wereldprobleem ook, die naar verluidt vooral in de medemens geïnteresseerd was als hij ermee naar bed kon en die nooit politiek correct is geweest omdat hij geen belangstelling had voor politiek noch voor correctheid. Als een liefdadigheidsconcert allure krijgt dankzij hem, is dat het faillissement van de liefdadigheid en eeuwige roem voor Stewart.

Dat alleen al zou te denken moeten geven. Maar nee. Op zaterdag 7 juli is het weer raak en treden in Amsterdam, Londen, New York, Sidney, Hamburg, Tokio, Kaapstad en Rio de Janeiro de beroemdheden opnieuw op. Dit keer als Live Earth. Van Duran Duran tot Ali B: allen dragen bij aan een massale mondiale dansmiddag tegen de opwarming van de aarde. De publieke omroep zal de concerten ook in Nederland uitzenden. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Alle kleine beetjes helpen. De clichés kloppen.

En toch wordt het tijd de intenties en vooral de zin van al die zogenaamde geëngageerde popconcerten eens in twijfel te trekken. De vraag rijst meer en meer wie er bij wie belang heeft. Om nog maar te zwijgen van de vraag wie er wijzer en vooral rijker van worden. Dat artiesten, die in een mindere periode van hun carrière zitten, graag belangeloos optreden om weer wat licht te vangen, is niet de kwestie. Dat ze hun beste beentje voor willen zetten evenmin. Maar dat dit allemaal wordt verkocht als baanbrekend en mobiliserend, als een nieuwe vorm van politiek waar de oude vormen van politiek falen, dat is bedrog. Concert for Diana en Live Earth zijn gewoon seculiere processies of collectieve biechten. De sterren worden nu opgevijzeld door de politiek.

Hoe dan de massa te mobiliseren? Ik zou het niet weten. Ik durf slechts een enorm slome suggestie te opperen. Begin eens de politie of de burgemeester te bellen met de mededeling dat je met zoveel mogelijk mensen een stevige wandeling wilt maken. Bijvoorbeeld van het Beursplein in Amsterdam naar de Dokwerker aldaar. Vergezeld van spandoeken met onaantrekkelijke teksten als ‘Lang leve/weg met’. Het heeft soms wat opgeleverd ook. Toegegeven, slechts heel soms.