Popmuziek

ROCKABILLY MET EEN TWIST

POPMUZIEK Heavy Trash

Sinds Captain Beefheart was geen artiest zo vernieuwend voor de blues als Jon Spencer, stelde muziekblad Oor ruim tien jaar geleden. Een mooi compliment, zij het niet helemaal waar: Spencer maakte met zijn Blues Explosion eigenlijk geen blues, maar een uitbundig soort garagepunk. De overleden bluesveteraan R.L. Burnside, die met de band het album A Ass Pocket of Whiskey opnam, verwoordde het misschien nog wel het best: ‘What they playing ain’t the blues, but what they playing puts on a damn good show, man.’
Inmiddels is de originaliteit van de Blues Explosion al geruime tijd verdwenen. Hun laatste albums klinken vooral erg routineus, hebben zelfs iets plichtmatigs. Hoe anders is dat met Spencers zijproject Heavy Trash. Deze New Yorkse samenwerking met Matt Verta-Ray (van de retro rock-’n-rollband Speedball Baby) kenmerkt zich door spontaniteit en ongedwongenheid. Na een titelloos debuut is Going Way Out with Heavy Trash het tweede album vol aanstekelijke rockabilly met een twist. Het werd tijdens de tournees van hun eigen groepen opgenomen op drie continenten en met drie verschillende gastbands (waaronder The Sadies).

Op Going Way Out with Heavy Trash lijkt Spencer definitief getransformeerd van een muzikale wegbereider naar een trouwe volgeling van een door hem geliefd genre. Heavy Trash brengt zijn rock-’n-roll als een religie, hartstochtelijk predikend met de microfoon vaak bijna in de keel gepropt. Alles wordt gerelativeerd: zowel de presentatie met brillantinekapsels en bijbehorende reuzebakkebaarden, als de ‘licks’ en het geluid. Going Way Out with Heavy Trash is in veel opzichten een ode aan de ‘misunderstood geniuses of rock-’n-roll, wearing sideburns’, zoals Spencer verkondigt op They Were Kings. De inspiratiebronnen uit het verleden zijn ook overduidelijk terug te horen. Je zou er een quiz van kunnen maken. That Ain’t Right? Onmiskenbaar Johnny Cash. De psychobilly van I Want Oblivion? Een directe verwijzing naar The Cramps. Crazy Pritty Baby? Bijna een exacte kopie van Eddie Cochrans C’mon Everybody. Desondanks staat het album genoeg op zichzelf: de gepassioneerde, broeierige sound maakt het meer dan alleen ‘klinkt als’.

Heavy Trash, Going Way Out with Heavy Trash, Yep Roc/Munich