Media

Roddeljournalistiek

Op de eerste zondag van dit nieuwe jaar verscheen in de Spaanse krant El País een uitvoerig artikel van de defensora del lector, zeg maar de ombudsman, in dit geval een vrouw. Het ging over een nog veel uitvoeriger artikel dat twee weken eerder in de zondagse bijlage van dezelfde krant had gestaan en daarvoor ook het omslag had geleverd.

Het ging over Belén Esteban, een presentatrice van achter in de dertig die van de Spaanse televisie niet weg te branden is. Helaas is het type programma’s waarin zij optreedt en de wijze waarop ze dat doet niet erg verheffend, om niet te zeggen zo plat als een dubbeltje. Roddeljournalistiek van het ergste soort waar zij door haar verschijning, woordgebruik, aanstellerij, kleding en andere overdrijvingen nog wat schepjes bovenop doet. Maar het publiek lust er pap van en de programma’s waarin Esteban optreedt zijn kijkcijferkanonnen zoals de tijdschriften waarin zij haar gezicht en soms nog wat meer laat zien bij honderdduizenden verkopen. Telecinco, het televisiekanaal waarvoor de vrouw werkt, is dan ook dolgelukkig en brengt steeds meer van haar BS'er - Bekende Spanjaard.

Spoedig nadat Esteban plastische chirurgie had ondergaan, voor het eerst de Oudejaarsavond had gepresenteerd en het roddelprogramma Salvame miljoenen kijkers had bezorgd (dat gebeurde ruim een jaar geleden), verschenen de eerste artikelen met mogelijke verklaringen van haar succes. El País, zo'n beetje de NRC Handelsblad of de Volkskrant van Spanje, wist de verleiding lang te weerstaan maar bezweek uiteindelijk dus ook. Dit tot woede van vele van haar lezers. Moest die troel nu ook nog in hun krant doordringen? Ze was al overal, als El País haar eveneens bracht was alle journalistiek verworden tot hetzelfde niveau als de Spaanse televisie: telebasura, kijkvuilnis. Nadat de ombudsvrouw in haar artikel tal van critici het woord had gegeven, beschreef zij de reactie van de verantwoordelijke journalist. Die lag voor de hand. Het ging de krant niet om Esteban, zei hij, maar ze was een van de meest spraakmakende Spanjaarden van het moment en dus een maatschappelijk fenomeen. Bij zoveel belangstelling kon El País niet achterblijven. Kwalijk was eerder dat de lezers veronderstelden dat de krant aan promotie zou doen, zeker van zo iemand. Men had gedaan zoals altijd: nieuws en achtergrond brengen.

Precies een jaar geleden schreef ik op deze plek over een boek dat me al jaren bezighoudt: The Image or What Happened to the American Dream van de Amerikaanse historicus Daniel Boorstin, verschenen op een moment dat de televisie in Europa op het punt van doordringen stond en in de Verenigde Staten al doorgedrongen was, 1961. Boorstin had zoals velen destijds nogal wat kritiek op de televisie- c.q. beeldcultuur. Een van de nadelen, zo betoogde hij, is dat zij mensen groot maakt om wat er van hen getoond wordt, niet om wat ze zijn. Gewoonlijk worden mensen beroemd omdat ze goed kunnen sporten, zingen, praten of schilderen. Maar in een televisiecultuur kan de roem louter bestaan uit de zichtbaarheid. Vandaar Boorstins fameuze uitspraak dat mensen in de moderne samenleving beroemd zijn om hun beroemd zijn.
Een halve eeuw later kun je nauwelijks anders dan constateren dat dit goed gezien is. Maar bij roem om de roem is het niet gebleven. Rond de beroemderikken heeft zich een volledige industrie ontwikkeld. In Nederland duurde het langer dan in bijvoorbeeld Engeland of Duitsland tot die industrie tot bloei kwam maar in de afgelopen jaren is het ook hier zo ver. Omroepen en televisiestations beconcurreren elkaar met roddelrubrieken en zelfs kwaliteitskranten zijn niet langer in staat het geklep en geneuzel buiten de pagina’s te houden. Het meest gehoorde argument hiervoor is een fraaie combinatie van de woorden van Boorstin én van die van de verantwoordelijke redacteur van El País: beroemde mensen zijn nieuws omdat zij nieuws zijn en nieuws hoort in de krant.

Hier komt bij - en dat is in het voordeel van het genre - dat de roddeljournalistiek van tegenwoordig niet meer die van 25 jaar geleden is. Zij bestaat niet langer louter uit fantasie en leugen. Zelfs roddeljournalisten doen aan fact checking. Ze moeten wel. De concurrentie is groot, zo ook de macht van de beroemderikken en de invloed van de rechtspraak. Bovendien is er het, zeg maar, Diana-effect: het besef van de maatschappelijke functie van geroddel. Maar ten grondslag aan dit alles ligt toch het fenomeen dat Boorstin als een van de eersten analyseerde: de beeldcultuur - beeld in de betekenis van afgeleide, kopie, virtualiteit. Zo'n cultuur kan niet zonder voor- en spiegelbeelden, hoe karikaturaal die ook mogen zijn. Dergelijke ‘beelden’ oftewel beroemde personen zijn een maatschappelijk fenomeen en dus inderdaad de aandacht van de journalistiek waard. Maar die aandacht is ook een valkuil. De lezers van El País voelden dat haarfijn aan: dat de scheidslijn tussen analyse van en meedoen aan een fenomeen flinterdun is.