Rode hebzucht

Je kunt natuurlijk mensen met een plastic kabouter in de tuin uitlachen. Of mensen die vrouwentongen op hun vensterbank hebben staan. Of automobilisten die rond de feestdagen met een verlicht kerstboompje op hun dashboard rijden. Want je kunt van je haarwortels tot aan je grote teen de correctheid ruiken. Ieder jaar de boeken die de Ako en Libris-literatuurprijs hebben gewonnen kopen maar niet lezen. Op een opinieweekblad geabonneerd zijn.

Op eurocraten afgeven die er met je fietsenrek vandoor zijn gegaan. Te midden van chaotische chaoten hard op je fluitje blazen om een buitenlandse premier uit zijn slaap te houden en vervolgens tevreden constateren dat je door de overheid als lid van een criminele organisatie wordt bestempeld. Of op zondag naar Van Kooten en De Bie kijken en zorgen dat je op maandag geen was laat draaien.
Maar je kunt moeilijk een derde van je landgenoten bespotten, beschimpen en honen omdat ze iets hebben gedaan dat je, in het diepst van je hart, ook had willen doen maar vanwege die correcte denkbarrières niet hebt aangedurfd. Om preciezer te zijn: je kunt een derde van de Nederlandse bevolking met een rood affiche voor het raam niet zomaar uitlachen. Want daartussen zit waarschijnlijk ook je moeder of je eigen kroost, misschien je geliefde of je beste vriend. Je kunt niet zomaar je eigen nest bevuilen en je identiteit verkwanselen.
Het getal van vijf miljoen is trouwens betrekkelijk: als die ultrakorte actie van Mitsubishi langer had geduurd, dus als er meer gratis Japanse vierwielers te verdelen waren geweest, was Nederland ongetwijfeld één grote poster geworden met wellicht tien of dertien miljoen knippende en plakkende specialisten er achter. Ja, Nederland was één groot raam geweest dat loert naar een passerende notaris en koortsachtig luistert naar het geluid van rinkelende autosleutels. Nederland, de thuishaven van de hebberigheid. Het Albanië van het noorden.
Op zich is hier niets op tegen. In een modern zaptijdperk waarin vertrouwde waarden neigen te verdwijnen en waar men alleen op kruimels is aangewezen om de nationale identiteit overeind te houden, is het geruststellend te constateren dat er nog eigenschappen zijn die de Nederlandse volksaard kenmerken. Het is de verdienste van de Japanse autofabrikant Mitsubishi om door middel van een eenvoudige stuntactie een van die eigenschappen zo zichtbaar te hebben gemaakt. Maar het had nog mooier kunnen zijn.
Om kosteloos aan een auto, maar ook aan een paar punten Air Miles of een kleurpotlood te komen is de Nederlander bereid zich in duizenden bochten te wringen. Hij kan bijvoorbeeld met honderden andere landgenoten bij min tien graden een hele nacht in zijn slaapzak voor de deur van een winkel doorbrengen. Of aan boodschappenspreiding doen zodat hij vijf keer per dag in de supermarkt zijn dorst gratis kan lessen in plaats van op eigen kosten vijf keer koffie te zetten.
In Eindhoven hebben enkele cynische grappenmakers driehonderd stadsgenoten met een valse Mitsubishi-brief moeiteloos naar het gemeentehuis gelokt. Ze waren de gelukkige winnaars van de rode posteractie, loog de brief. Wel moesten ze om hun autootje in ontvangst te nemen in het rood gekleed gaan.
Driehonderd als tomaten verklede Nederlanders moesten vervolgens constateren dat ze voor niets naar het stadhuis waren gesneld. Maar volgende keer, als het hun wordt gevraagd, komen ze desnoods naar het gemeentehuis met een pispot op hun hoofd in de hoop een pakje anti-incontinentie-luiers te kunnen bemachtigen.
Dat hebzucht een echt kenmerk is van de Nederlandse eigenheid en niet zoals sommigen willen doen geloven het privé-domein van laag opgeleide dombo’s met Japanse affiniteiten, bewijst een hilarisch incident dat dertien jaar geleden plaatsvond. Op een winteravond van het tv-seizoen 1983-84 zond de VPRO een uitzending uit van het Simplisties Verbond. Daarin probeerden Kees van Kooten en Wim de Bie een uur lang een bedrag van duizend gulden op een nuttige manier te besteden. Tevergeefs. Ten einde raad besloten de twee komieken het briefje van duizend voor het oog van de camera midden in een bos te begraven.
Dit was het seintje dat het VPRO-kijkvolk deed ontwaken. Midden in de nacht werden op de wegen die naar het bos leidden enorme files gesignaleerd. Horden Koot en Bie-getrouwen, gewapend met schoppen en ander gereedschap, sprongen uit hun voertuigen en begonnen met behulp van zaklantaarns in de striemende regen te graven.
Het bos werd een gatenkaas, jonge aanplant werd door salon-ecologen driftig vertrapt en uiteindelijk moest de politie alle toegangswegen naar het bos blokkeren. Er zat geen briefje in het zand en de VPRO-dombo’s hadden niet eens hun rode werkkleding aan.