Rode tulpen rood verven

Een sneeuw is tot en met 6 mei her en der in Nederland te zien.
Panda heet de jarige man. Hij zit vol teksten. Maar hij heeft geen taal meer: een keeloperatie maakte hem sprakeloos. Panda had misschien nog willen getuigen in het proces tegen de kampbeulen van Majdanek. Op zijn verjaardag kan hij daar zelfs niet meer over lezen: zijn echtgenote heeft zijn bril verborgen. In de nacht na zijn verjaardag, op de ochtend van zijn zelfgekozen dood, leest Panda’s schoondochter Bibi hem het kranteverslag voor van de vrijspraak van de beulen ‘wegens gebrek aan bewijs’. De ergste passages slaat ze over. Bibi kent de horror van ‘kampen’. Ze heeft haar eigen geheimen. Over het Jappenkamp Tjideng, waar ze zich moest uitkleden voor een commandant.

Vlak voordat Panda vrijwillig de vrieskou in loopt, zegt Bibi: ‘Ze schamen zich. Voor mij. Voor jou. Voor hoe we kunnen worden.’ Er zit veel pijn in die tekst. Eerst de vaststelling dat 'ze’ wel willen kijken maar niet willen zien. Ze schamen zich alleen maar, zegt Bibi. En dan die harde conclusie: 'Voor hoe we kunnen worden.’ Opeens niet meer 'ze’ maar 'we’. Bibi lijkt te zeggen: het had 'ze’ allemaal kunnen overkomen. Maar het overkwam alleen 'ons’. De anderen overschreeuwen de pijn. Of ze verzwijgen haar. Panda en Bibi zijn lotgenoten in sprakeloosheid. Ze willen niemand tot last zijn. En daarin zijn ze iedereen tot last.
In de kern gaat Een sneeuw, een toneelstuk van Willem Jan Otten, over schamen, zwijgen en sprakeloosheid. Het stuk (nu opgevoerd door Het Toneel Speelt, regie: Albert Lubbers) is veertien jaar geleden geschreven en in zekere zin 'familie’ van die andere toneeltekst over schamen, zwijgen en sprakeloosheid, Leedvermaak van Judith Herzberg. Dáár was een huwelijk, híer een verjaardag de aanleiding voor het samenbrengen van veel oud zeer. De man van mevrouw Quint kwam niet terug uit de oorlog. Panda nam zijn plaats in. De kinderen Mia en Frederik verdringen het verleden van het Jappenkamp. Mia door zichzelf te verliezen in wat we tegenwoordig 'de zorgsector’ noemen. Frederik werkt als arts, het verblijf in het Jappenkamp noemt hij 'vakantie’ ('Vergeleken bij Auschwitz was het peanuts’). Mia’s zoon Thomas 'mag’ over de oorlog niet meepraten, hij schrijft er gedichten over. Bij zijn vriendin heeft hij een kind gemaakt; nu dat in haar buik groeit schrikt hij zich wezenloos. Frederiks zoon protesteert tegen kruisraketten. Frederik heeft zijn vrouw Bibi verlaten voor een vriendin. En nu zijn ze allemaal bijeen. Voor de verjaardag van de stervende Panda.
Een sneeuw is een knap toneelstuk. In het eerste bedrijf worden de springladingen aangebracht, in het tweede bedrijf volgen de explosies en in het derde de implosies, het vierde bedrijf is er voor de bedrieglijke stilte, het knersen van de ochtendsneeuw onder de voeten van de argeloze wandelaar die langs oorlogsleed schuifelt. Maar kijkend naar de voorstelling betrapte ik me op de vraag of Een sneeuw misschien toch verouderd is, in de letterlijke zin van het woord: ouder geworden. De pijn, het verdriet, het onvermogen tot troosten - alle thema’s worden snoeihard aangesneden, maar op de een of andere manier lijkt de dosering niet in balans. Het stuk heet een komedie te zijn, maar de relativering die bij dat genre hoort, is ver te zoeken. In de voorstelling die ik zag was het of sommige acteurs het materiaal niet vertrouwden. Ze gooiden er een schepje 'toneeltonen’ bovenop. Mevrouw Quint, de mater familias, kreeg in de verklanking van Annet Nieuwenhuijzen voortdurend net iets te veel van het verongelijkte kind dat die rol op papier al is. De geforceerde komedieklanken begonnen me op den duur te irriteren. Ook de wanhoop van Frederik (Jack Vecht) was me te veel uitgespeeld. Ik miste de rustige 'tegenkleuren’ in het spel, iets anders dan dat wat de tekst al voorschrijft. Dat probleem deed zich bij meerdere acteurs voor: rode tulpen rood schilderen, zes lagen boven op elkaar spelen in plaats van één ding tegelijk.
Petra Laseur liet in de rol van Bibi zien hoe het wel kan. De wirwar aan emoties die Bibi op drift schopten, werden door Laseur met een fileermes uit elkaar gesneden en achter elkaar getoond. Met als hoogtepunt het moment dat Bibi aan Panda (een monumentale rol van Lou Landré) het kranteverslag van het Majdanek-proces voorleest. Ze ziet, nee, je voelt Bibi kiezen: déze passage nu maar even niet. Pijn, schaamte en sprakeloosheid in één beweging. Een scène om niet gauw te vergeten.