Roel

De goed geoliede Amsterdammer loopt op elke straathoek een herinnering tegen het transparante lijf.

Neem nu Vijzelstraat/ Singel. Daar was eens een uitstekende openluchtgroentenwinkel.
Een mooie goudrenet uit de kist rapend vroeg ik wat hij kostte. ‘Twee kwartjes! Vier duppies voor jou, Roel!’ Een week later wenkte de man met de frambozenrode gelaatskleur mij met een klein gebaar dichterbij. 'HÇ Roel, een half pondje cantharellen voor twee knaken?’ Moest ik dan zeggen dat hij zich vergiste, dat ik Roel van Duijn helemaal niet was? Hem zijn goede daad ten gunste van de democratie onthouden?
Lekkere cantharellen waren het.
'Dat vind ik tof van je, Roel, dat je hier ook komt!’ Een brutale, fors aangeschoten man, die bij herhaling bekendmaakte dat hij in de confectie zat, trof mij aan in de keurige bar van Americain en stond erop een willekeurige consumptie te offreren. Doen natuurlijk, anders kreeg je matschudding.
In cafÇ Kurpershoek, gelegenheid die ik meer dan wekelijks bezocht, was het opeens een gekrompen oud baasje dat mij bezwoer dat hij op mij ging stemmen. Als ik maar eerst een pils van hem dronk.
Ook al op de Singel (hoek Paleisstraat) hield Martin Ros mij staande. 'Fantastisch boek over alternatieve woonvormen binnengekregen. Echt iets voor jou, kom het maar halen!’ Ik en alternatieve vormen? Pas in De Bijenkorf kwam ik erachter voor wie het werkelijk bestemd was.
'Misschien wel aardig voor u om te weten dat deze lichees uit Rood-China komen, mijnheer Van Duijn.’ Klonk het over mijn rechterschouder. Dat was de gerant in het Zuid-Vietnamese restaurant The Perfumed River. 'U bent toch mijnheer Van Duijn?’
De Vietnamese alcohol had op dat moment zijn doel al bereikt en snedig zei ik: 'Nee, vandaag ben ik Han Lammers!’
Waar mijn gezelschap ook geheel niet van opkeek.