Roemenies martelgang

De laatste fascist die nog dank zij Hitler aan de macht kwam, was de in 1906 in Boekarest geboren ex- gymnasiumconrector Horia Sima. Op 23 september 1944, een maand na de machtsommezwaai in Roemenie, dat zich onder koning Michael van de ene dag op de andere aan de zijde van de Russen tegen de Duitsers schaarde, richtte de uit het concentratiekamp Sachsenhausen vrijgelaten Horia Sima een nationaal comite op ter bevrijding van Roemenie. Hij verzocht Ribbentrop dit comite zo snel mogelijk de status van een officiele regering te geven. Ribbentrop aarzelde, zoals Hitler steeds over de IJzeren Garde had geaarzeld, de fascistische beweging waarvan Sima een der grote voorlieden was.

Een tweede verzoek van Sima, dit keer gericht aan Himmler, gaf de doorslag. De SS wilde nog wel met de waarschijnlijk radicaalste fascistische groep buiten Duitsland in zee, mogelijk een cynisch gebaar tegen de onherroepelijke achtergrond van nederlaag en ondergang.
Op 10 december 1944 receptieerde Sima in Wenen met zijn nieuwe Roemeense bewind. Van de negen ministers waren er vijf lid van de IJzeren Garde, ook wel de ‘nationaal-legionaire aartsengelen’ genoemd.
Sima pakte het resoluut aan. Hij begon onmiddellijk met de opleiding van nieuwe Roemeense parachutisten die achter de Russische linies zouden moeten worden neergelaten als voorspel tot het grote Duits-Roemeense tegenoffensief. Er werd een nieuwe Roemeense SS-grenadierdivisie opgericht met aan het hoofd generaal Chirnoaga, die met de resten van het Roemeense leger uit de Russische omsingeling had weten te ontsnappen.
Ook begon hij onderhandelingen met Szalassi, die in Hongarije in oktober 1944 met zijn Pijlkruisers aan de macht was gekomen. Zulks leidde tot een in februari 1945 gesloten akkoord waarbij voor de eeuwigheid de zo lang bloedig omstreden grenzen tussen Hongarije en Roemenie werden vastgelegd. Enkele weken later deed Wyschinski zijn intrede in Boekarest en begon voor Roemenie het 45-jarige communistische tijdperk van nacht-en-nevel ter aflossing van een fascistische martelgang van tenminste vijftien jaar.
Het begon voor Roemenie in 1918 zo veelbelovend. Het land had de goede zijde gekozen in de wereldoorlog en werd als medeoverwinnaar met gebiedsuitbreiding beloond. Dit maakte het land bijna twee maal zo groot en bracht het bewonerstal van zeven op vijftien miljoen. De massa was nog merendeels op landbouw en veeteelt aangewezen. Ruim een miljoen joden waren in de steden geconcentreerd. Veel eenvoudigen van geest geloofden dat zij bezig waren in Moldavie, Bassarabie en de Boekovina een wereldbeheersend Nieuw Palestina op te richten.
De christelijke, liberale en boerenpartijen hanteerden sedert 1918 alle in meer of minder hevige mate het antisemitisme als surrogaat-socialisme voor de havelozen. De christelijke boerenpartij had een partijvlag met de swastika in de Roemeense kleuren. Het ging vooral fout na de crisis van 1929, die de landbouwstaat Roemenie ten diepste trof met enorme armoede en werkloosheid. En na 1933 kwam nazi-Duitsland als nieuwe Europese macht opzetten, een natie die geleidelijk aan met een sluw systeem van clearing- verdragen Hongarije, Roemenie en Bulgarije economisch horig maakte aan het Derde Rijk.
Toen stond Cornelius Zelea Codreanu op. Hij was voor het eerst actief toen intellectuelen aan de universiteiten voor afschaffing van de numerus clausus ten aanzien van de joden demonstreerden. Hij noemde zich de afgezant van de aartsengel Michael. Volgens Codreanu kwamen alle immoraliteit, zedelijke verwekelijking en internationale misdadigheid van de joden. Zelf vermoordde hij een jood, maar werd door de rechtbank (de rechters droegen zelf de swastika) vrijgesproken. Zijn studiejaren in Parijs en Berlijn brachten hem tot de overtuiging dat joden en vrijmetselaars tegen de wereld samenspanden en Roemenie, als Land van God, geroepen was om deze opmars tot staan te brengen.
Hij stichtte in 1927 het Legioen van St. Michael, dat in 1930 in de IJzeren Garde werd omgezet omdat alle leden, in het hele land verzameld in 'nesten’, met de zwaarste wapenen oefenden. Zijn solidaristische ideeen waren inzoverre revolutionair dat hij een omverwerping van de gehele sociale orde wenste, met kuise, ascetische legionairs aan het hoofd van een corporatistische staat waarin kapitalisme en communisme voorgoed waren uitgeroeid. De gardisten konden zich uitleven tegen de in 1930 met geweld aan de macht gekomen koning Carol II, die aanstuurde op een eigen 'carolistische’ dictatuur. Deze al te dartele, drie maal getrouwde vorst schoof zijn maitresse madame Lupescu, nota bene een joodse, als mederegeerster naar voren. Het blies de kruisridders van Codreanu nog meer wind in de zeilen. Vooral tussen 1936 en 1941 groeide de beweging tot 500.000 geharnaste leden uit, die zich steeds heftiger aan terreur schuldig maakten.
In 1938 ondernam Carol II andermaal een staatsgreep, nu met het oog op vervolging van de IJzeren Garde. Die leidde tot de moord op Codreanu en dertien van zijn volgelingen. Hij werd door Horia Sima opgevolgd, die 'nog groter dan de bergen’ werd genoemd en 'het zwaard van de aartsengel’ droeg. Toen trad opeens de kleine Antonescu op, die even charismatische redevoeringen als Cordreanu bleek te kunnen houden en koning Carol afzette, die met zijn maitresse ternauwernood aan de kogels van de gardisten wist te ontkomen.
Groot-Roemenie was inmiddels weer Klein-Roemenie geworden, dorstend naar revanche. Antonescu riep op 15 september 1940 de nationale legionaire staat uit, menend dat Hitler onverkort achter de fascisten van de IJzeren Garde zou staan.
Sima werd regeringsleider en liet onmiddellijk de leuze los: 'Leve de dood!’ Het betrof een pogrom tegen joden en vroegere tegenstanders. De situatie in Boekarest is het ergst, zo meldde het persbureau Associated Press. De gardisten dreven er onder het zingen van orthodoxe hymnen mannen, vrouwen en kinderen in het slachthuis bijeen, waar de joden volgens de joodse slachtrituelen werden vermoord. Sommige slachtoffers werden levend in stukken gesneden.
Antonescu zag zijn revolutie uit de hand lopen. Hij raadpleegde Hitler. Die liet tijdens het gesprek een machinegeweer komen en legde de Roemeen uit hoe je daar mee omgaat. Antonescu begreep het. Hij had inmiddels gehoord van de Geheime Reichssache, Hitlers Operatie-Barbarossa tegen de Sovjetunie. Hitler wilde geen gekken of bezetenen aan de macht, maar een totale, door conservatieven geleide inzet ten bate van de Duitse oorlogsvoering. In samenwerking met de inmiddels in Roemenie gearriveerde Duitse pantsers sloeg Antonescu de IJzeren Garde neer. Vervolgens stuitte hij uiteindelijk op Horia Sima, die in december 1944 (voor de tweede keer) de macht greep. Even later, in de slag rond Berlijn, zouden zij allemaal tot vrijwel de laatste man ten onder gaan. Behalve Sima, die naar Spanje vluchtte, waar hij boeken publiceerde over de 'nieuwe aartsengelijke mens’, die binnenkort zou komen.