Roerganger van de Paraguayaanse guerrilla

Asuncion - Alcides Oviedo Brítez is 41 en voert nu al zo'n zeven jaar vanuit zijn zwaarbewaakte Paraguayaanse cel een klein marxistisch-leninistisch guerrillaleger aan. Met redelijk succes. Want hoewel de president heeft bezworen het Paraguayaans Volksleger (EPP) een kopje kleiner te maken, lukt dat niet echt. Met ontvoeringen en gewelddadigheden houden zij het land in de greep.
Op extra publiciteit voor de EPP zit de regering niet te wachten. Want hoewel de grootte van de groep mee lijkt te vallen, zouden boeren in het arme noorden, waar de guerrilla zich ophoudt, met hen sympathiseren.
Toch verscheen onlangs een clandestien gehouden interview met Brítez. Een journalist lukte het een bandrecorder de cel binnen te smokkelen en een gesprek op te nemen. ‘De oligarchie’, zegt Brítez, 'dat zijn de twintig rijkste families van het land. Die moeten er allemaal aan.’ De interviewer toont zich bezorgd: 'Is het gebruik van bommen een verdere professionalisering van de guerrilla? Zijn er banden met de Farc? Kunnen ook burgers en journalisten slachtoffer worden?’ Brítez reageert ironisch op het vragenvuur. Maar inderdaad, bommen behoren tot de mogelijkheden. En vanzelfsprekend lopen ook burgers en journalisten gevaar, als zij zich aan de kant van de regering scharen. 'Het is een oorlog.’
De methode van de EPP lijkt haaks te staan op de politieke wind die de laatste tien jaar door Latijns-Amerika waait. Veel linkse politici zijn minder extreem en behoorlijk geïnstitutionaliseerd. Ook de huidige Paraguayaanse president Lugo is daar een exponent van. Maar goed, ondanks een recordgroei van de economie leeft nog steeds bijna eenvijfde in Paraguay onder de armoedegrens. Op opgedoken privé-kiekjes van Brítez’ legertje staan nu frisse jongens en meisjes die dit willen veranderen met een revolutie 'oude stijl’: Zij liggen in een hangmat in een kampement, villen een dier en poseren lachend met een machinegeweer. Voor hen zijn de tijden niet veranderd.