Roerloos

Als we kijken naar de langzame opbouw van Park van St Cloud van Pieter Rudolph Kleijn zien we de schilder rustig meten en afwegen.

In 1809 was de schilder Pieter Rudolph Kleijn (24 jaar) in Parijs. In Holland zetelde de nieuwe koning Lodewijk Napoleon die, om het ingeslapen vaderlandse kunstleven (dromend van de Gouden Eeuw zoals vaker hier) te helpen een bredere internationale oriëntatie te vinden, naar Frans voorbeeld de Prix de Rome had ingesteld. Met dat geld konden jonge kunstenaars in het buitenland gaan studeren. Kleijn was bij de eersten die de beurs kregen toegekend. Hij ging naar Parijs – de hoofdstad van de liberale Europese natie die was ontstaan uit de gedrevenheid van de Revolutie en de politieke wilskracht van Napoleon, en gevoed door het vrije denken van de Verlichting. Zo is aan het schilderij Park van St Cloud te zien, stel ik me voor, dat Kleijn, in 1809, een ander type landschap schilderde dan daarvoor in het oude Nederland gebruikelijk was. Karel van Mander herinnert ons er in het hoofdstuk over het landschap in een leerdicht (1604) aan dat buitenlanders erover klagen dat onze landschappen buiig zijn en vol wolken zodat de zon er te weinig in kan doordringen. Zulke grijze-bruine schilderijen met donkere passages van schaduw waren hier het typische repertoire geworden. Ik weet ook dat Gezicht op Delft van Vermeer lichter oogt. Op een paar daken schijnt daar zelfs de zon. In veel schilderijen van Albert Cuyp, in Nederland daarom nooit populair geworden, baadt het landschap in een zacht stralend gouden licht. Dat is ongewoon.

Vergeleken met de Hollandse trant is het statige parkgezicht van Kleijn erg helder – omdat in dat schilderij, anders dan bij Vermeer of Cuyp, de contouren van de grote vormen niet in elkaar vervloeien. Ook daarom is het schilderij zo stevig: eigenlijk zien we een architectonische mise-en-scène van statige bomen, theatraal van allure. Het is alsof de compact gegroepeerde bomen als een groots decor van links de ruimte in schuiven. Daarachter zien we hoe een dichte haag van bomen de ruimte naar achter afsluit. Die zijn lichter en grijzer groen – wat we goed zien aan het contrast met de hoge boomgroep in het midden waarvan, zo tegen de licht bewolkte hemel, het groen veel donkerder is. Wie zien daar de ruimte van het park naar links buigen, achter de hoge beuken langs. Dat effect, samen met het doorkijkje naar de vijver links, maakt de ruimte van het park nog weidser. Maar wat het landschap pas echt bijzonder maakt is de uitgewogen regie van de schaduwen op de gele zandgrond van het park. De bomen staan in groepen. Zo heeft Kleijn ze gezien. Toen hij in het park is gaan kijken, heeft hij de werking van de brede schaduwen gezien. Die werking van de gegroepeerde bomen (met levendige ruimte tussen de gladde stammen) en hun dicht gegroeide, donkergroene kruinen met hun strakke schaduwen op het platte zand, werd het eigenlijke motief voor dit meesterstuk dat hij, als beursaal van de Prix de Rome, moest inleveren. Het schilderij is ook zo luisterrijk licht in toon omdat de schaduwen, op het lichte zand, zo precies in hun contouren blijven – omdat er geen wind is en de bomen niet bewegen. Boven de bomen zien we een ijle wolkenlucht – ook zo licht als de bodem van het park. Het is een stil en, ondanks de flanerende wandelaars, ook roerloos schilderij.

Aan alles zie je dat het met rustige aandacht is geschilderd. Dat is onder kunstenaars een manier van doen of zelfs een karaktertrek. Er zijn schilders bij wie, als ze kijken en beginnen te schilderen, alles wat ze doen meteen rusteloos en opgewonden wordt (Van Gogh bijvoorbeeld of Karel Appel) en er zijn er, zoals Mondriaan, onder wier rustig kijkende oog het beeld almaar stiller wordt. Zo iemand was ook Pieter Rudolph Kleijn. Kijk naar de langzame opbouw van Park van St Cloud en zie hem meten, afwegen, controleren, evenwicht zoeken. In de zorgvuldige ritmering van de vormpassages voel ik een onweerstaanbare verwantschap met bijvoorbeeld Untitled (Concrete Work nr 12) van Donald Judd_,_ een rij van zes identieke en kordate constructies van plakken beton. Elk element meet vijf meter bij tweeënhalf. De vaste tussenruimte in hun opeenvolging is ook tweeënhalve meter. Ik citeer deze sculptuur die majestueus en onverbiddelijk bemeten en geordend in Texas onder een brandende zon in het dorre woestijngras ligt omdat dat werk mij zoveel bewuster maakt van hoe zorgvuldig en strak de bouw is van Kleijns parkgezicht. Daar is, met bijna tweehonderd jaar ertussen, een ontroerende zielsverwantschap. Des te tragischer is het dat de schilder na Parijs en Rome weer thuis was, deelnam in de strijd tegen Napoleon – en toen in 1815 bij Quatre-Bras dodelijk gewond raakte.

PS Van de zeer getalenteerde Kleijn, zo jong gestorven, zijn maar drie schilderijen bekend, die zich alle in het Rijksmuseum bevinden. Het werk van Judd ligt op het terrein van de Chinati Foundation in Marfa, Texas; chinati.org