Feiten zijn nu eenmaal duur

Roernalistiek

We weten dat er steeds meer voorlichters komen en dat een groot deel van het nieuws is voorverpakt. Maar er is meer. We glijden steeds verder af naar een journalistiek die zwak staat tegenover professionele manipulatie, commerciële druk en een almaar sneller draaiend meningencircus. Objectiviteit en waarheidsvinding bestaan niet meer.

IN NOVEMBER AANSCHOUWDE minister Rouvoet van Jeugdzaken met afschuw de KRO-documentaire Sex Sells, over vrije seksuele moraal bij groepen jongeren. Naar aanleiding van zijn nare tv-ervaring hekelde de minister in het Algemeen Dagblad de ‘losgeslagen seksmoraal van de jeugd’ die dreigde een hele generatie op te zadelen met ‘verknipte ideeën’. Die uitspraken waren aanleiding voor een indrukwekkende meningencarrousel in praatprogramma’s, nieuwskolommen en op opiniepagina’s over de vraag of de minister gelijk had. Pas na tien dagen waarin allerlei usual suspects hun mening hadden mogen geven, doken in landelijke kranten wetenschappelijk onderzochte feiten op over de zaak in kwestie – ingestuurd naar de redacties door onderzoekers of anderen die de moeite hadden genomen ze te lezen. Ze werden als zoveelste mening gepubliceerd, op opiniepagina’s.
Een studie van de Universiteit Nijmegen naar berichtgeving in Nederlandse dagbladen concludeerde hierover dat de ‘onderzochte kranten geen eigen journalistiek werk gericht op waarheidsvinding’ hadden gedaan. De mini-affaire draaide daarom ‘vooral om het beeld dat een documentairemaakster en een minister schetsen van een volgens hen alarmerende werkelijkheid’, niet om getoetste feiten.
Het voorbeeld illustreert hoe journalistiek kan veranderen in een proces waarin razendsnel meningen en reacties daarop worden rondgepompt zonder eigen onderzoek of toetsing. ‘Churnalism’ heet dat in de definitie van de Britse onderzoeksjournalist Nick Davies, ‘roernalistiek’: het ‘rondroeren’ of mechanisch uitdraaien (‘churning’) van nieuwsberichten. ‘Dat is de journalistiek zoals die nu onderwezen wordt op journalistiekopleidingen’, zegt Davies in een telefonisch interview. ‘Studenten wordt geleerd dat ze snel twee of meer verschillende meningen moeten verzamelen en die tegenover elkaar zetten – artikel klaar. Het klinkt nobel: hoor en wederhoor. Maar in werkelijkheid wordt in de huidige praktijk een farce gemaakt van dat journalistieke principe. Bij wijze van spreken zetten journalisten nog twee meningen als gelijkwaardig tegenover elkaar over de vraag of het regent of droog is, in plaats van naar buiten te gaan en te zien welke uitspraak klopt.’ Davies publiceerde vorig jaar het veelgeprezen Flat Earth News. De bestseller is in het Nederlandse debat wel samengevat met één centrale les: er verschijnt steeds meer ‘voorverpakte informatie’ in de pers – overgenomen van persbureaus of zelfs van pr-bureaus die daarvoor door een derde partij worden betaald. Dat is inderdaad een onderdeel van Davies’ analyse, maar het is maar een deel van zijn verhaal. ‘In één zin samengevat probeer ik de vele manieren te schetsen waarop commercialiteit goede journalistiek ondermijnt.’
Het vaker en sneller draaiende meningencircus is volgens Davies ook een gevolg van voortgaande bezuinigingen op redacties en daarmee de stijgende werkdruk voor journalisten: ‘De belangrijkste reden waarom berichtgeving steeds meer draait om meningen, citaten en reacties, is dat ze gratis zijn. Feiten zijn duur, omdat ze veel tijd vergen om uit te zoeken. Een mening kost alleen een telefoontje. Journalisten houden zich vaak aan productieregels die worden bepaald door steeds slinkende budgetten. Journalisten moeten steeds meer artikelen afleveren in minder tijd en beperken zich daarom vaker tot simpele, veilige artikelen met veilige feiten, of beter nog alleen meningen – je zegt dan zelf niets, en kan dus nergens op worden gepakt.’
‘Het is een soort lafheid’, zegt ook Kees Buijs, een van de Nijmeegse onderzoekers. ‘De lezer mag zelf kiezen welke mening hij wil geloven.’

DE ANALYSE is niet nieuw, de zorgen zijn dat evenmin. Vooral in de Verenigde Staten is veel geschreven over de journalistiek naar aanleiding van het Monica Lewinsky-schandaal. De Amerikaanse journalistiek had altijd het trotse vaandel van Watergate om mee te wapperen – toen een sinistere president werd ontmaskerd – maar de grote media lieten zich in 1998 inzetten voor een gênante politieke afrekening van de Republikeinen met president Clinton. De bestudering van die ontsporing leidde onder meer tot het boek Warp Speed: America in the Age of Mixed Media door het Amerikaanse Project for Excellence in Journalism. Een van de dingen die de auteurs signaleren is dat internet, nieuwszenders als CNN, en een proliferatie van nieuws- en debatprogramma’s op televisie een constante, 24-uurs-nieuwscyclus hebben gecreëerd.
In die cyclus is er grote druk om steeds ‘iets nieuws’ te hebben, is het publiek versplinterd, bepalen media met de laagste kwaliteitseisen de agenda in plaats van die met de hoogste kwaliteitsstandaard, en wordt de ‘reportagecultuur’ steeds meer verdrongen door een ‘argumentencultuur’: commentaar leveren in plaats van informatie verzamelen. In die nieuwscultuur hebben de bronnen, de aanbieders van informatie en commentaar, een veel grotere macht gekregen ten opzichte van de afnemers: de veelheid aan media die allemaal onder druk staan om ‘iets’ te hebben. De bronnen, zoals mensen met een nieuwtje of een mediagenieke reactie, kunnen het medium van hun keuze vaak uitzoeken en eisen stellen over tijd en vorm van publicatie. Die analyse geldt voor de VS, maar ze roept ongemakkelijke vergelijkingen op met de nieuwscultuur in Nederland.

DAT LAATSTE is onderwerp van een strijdvaardig boek van Frits Bloemendaal, redactiechef bij de Geassocieerde Pers Diensten (GPD). Eind 2008 verscheen De communicatieoorlog, dat werd geschreven naar aanleiding van de herhaalde inbraken in het GPD-netwerk door ambtenaren van Sociale Zaken. In het Nederlandse debat is het boek vaak samengevat met de les dat er tegenwoordig veel meer voorlichters zijn dan voorheen en dat zij journalisten bestoken met spin. Maar dat is maar het halve verhaal: journalisten staan ook zwakker tegenover die voorlichters dan voorheen. ‘Het verzamelen van meningen is helemaal niet erg; het is zelfs een basistaak van de journalistiek in een democratie’, zegt Bloemendaal in een telefonisch gesprek. ‘Maar daarna moet een journalist die uitspraken en de besproken feiten controleren. En dat is een stuk moeilijker geworden. Er zit ook gemakzucht bij journalisten bij, natuurlijk. Maar rond het Binnenhof heerste een cultuur waarbij je mensen in de wandelgangen kon aanspreken of ambtenaren direct kon bellen. Woordvoerders en voorlichters gaan die cultuur nu tegen. Sinds de jaren tachtig zie je de taakopvatting onder voorlichters bij de overheid veranderen. Ze willen overtuigen in plaats van toelichten. Ze schermen ambtenaren en bewindslieden af, achtergrondgesprekken worden moeilijker.’
Omdat er meer media bij zijn gekomen is de vraag naar citaten groter, en daarmee de controlemogelijkheid van voorlichters. De gesloten cultuur wordt wel met succes te lijf gegaan door een relatieve nieuwkomer in Den Haag. RTL Nieuws jaagt sinds een paar jaar naarstig naar scoops via ‘lekken’ en de Wet Openbaarheid van Bestuur. Insiders in Den Haag geven off the record toe dat RTL druk creëert om zaken te ‘lekken’ – anders doet iemand anders het namelijk wel. Frits Bloemendaal: ‘Dat klopt, en RTL schudt de zaak inderdaad op. Maar de context is tekenend: dat zulke methoden nodig zijn om de waarheid te vinden, dat zaken worden “gelekt” om er in ieder geval zelf nog een draai aan te kunnen geven in plaats van dat iemand anders dat doet… Er zit angst, vijandigheid en wantrouwen tegenover de journalistiek achter.’
In Nederland is de afgelopen jaren gedebatteerd over waarheidsvinding in de journalistiek naar aanleiding van Joris Luyendijks boek Het zijn net mensen. Ook dat werd in het publieke debat vaak samengevat met één simpele les: alle nieuws is op een of andere manier ‘gemanipuleerd’ en echte objectiviteit en het vinden van ‘de’ waarheid zijn niet mogelijk. Davies: ‘Het is jammer dat bij het publiek zulke “lessen” blijven hangen, terwijl kritiek op de journalistiek vaak bedoeld is om journalisten aan te sporen om in de praktijk de hoge eisen te handhaven die zij in theorie allemaal onderschrijven.’
Met de conclusie dat een journalist zich erbij moet neerleggen dat waarheidsvinding niet altijd mogelijk is, is Davies het niet eens: ‘Die doelstelling mag een journalist nooit laten varen. Juist dat leidt tot gemakzucht en een verlies van vertrouwen in de journalistiek. Wat nu juist zo bedreigend is aan de hedendaagse nieuwscultuur is dat het manipuleren van berichtgeving zich niet beperkt tot bekende voorbeelden zoals het Midden-Oosten. Allerlei partijen hebben hetzelfde kunstje geleerd, van bedrijven tot overheden en sportclubs. En het gaat heel subtiel. Mensen denken bij journalistieke manipulatie vaak aan rijke magnaten met dikke sigaren die even regelen hoe ze iets in hun krant zetten. Maar het gaat juist om mensen die weten hoezeer redacties zitten te springen om leuke verhalen met quotes, meningen en opvallende feitjes, en die bieden ze vervolgens aan. De verleiding is dan erg groot om een verhaal over te nemen, te herschrijven of anderszins te gebruiken. En gezien de bezuinigingen, zeker nu tijdens de economische crisis, ziet de toekomst er weinig hoopvol uit: ik verwacht alleen maar minder journalisten die meer werk moeten doen en daarom zwakker staan.’
Ook Frits Bloemendaal is somber: ‘Voor toekomstontwikkelingen moet je toch vaak westwaarts kijken, naar de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. In de VS is de overheid de afgelopen jaren veel vijandiger geworden naar de pers en er wordt steeds minder aan waarheidsvinding gedaan. Eigenlijk ben ik bang dat we pas aan het begin staan.’

Nick Davies, Flat Earth News: An Award-Winning Reporter Exposes Falsehood, Distortion and Propaganda in the Global Media. Vintage, 432 blz., € 12,99.
Frits Bloemendaal, De communicatieoorlog: Hoe de politiek de pers in haar greep probeert te krijgen. Ambo, 221 blz., € 16,95