Rohingya zijn ook in Pakistan tweederangs burgers

Islamabad – Boze Pakistaanse moslims staan voor de tweede achtereenvolgende vrijdag voor de met containers afgegrendelde ambassade van Myanmar. ‘Aanvallen’, scandeert de voorzitter van de radicale politieke partij Jamaat e Islami. De demonstranten schreeuwen naar hartenlust mee. Maar zijn ze op de hoogte van de gebeurtenissen in Myanmar? Sommige mannen mompelen iets over het afslachten van hun moslimbroeders. Via de luidspreker van de moskee werden ze opgeroepen in bussen naar de hoofdstad te stappen. Maar weten ze dat tot voor kort de grootste groep gevluchte Rohingya al in hun land woont?

Volgens schattingen kwamen meer dan tweehonderdduizend Rohingya in de jaren zeventig in Pakistan terecht. Ook toen dreef het Birmese leger ze met geweld het land uit. In de Arkananabad-krottenwijk in Karachi wonen zo’n honderdduizend Rohingya zonder stromend water, klinieken of scholen. Er zouden een half miljoen etnische Birmezen in Pakistan leven, waar ze evenmin als staatsburgers worden erkend en net zo goed worden gediscrimineerd. Zes Rohingya-vrouwen stierven recent omdat hen de toegang tot regeringsziekenhuizen werd geweigerd.

Mannen die economisch afhankelijk zijn van de visvangst klagen dat de politie in hun buurt niet eens ’s ochtends de toegang naar de zee verschaft. Voorheen hadden sommigen van hen een Pakistaanse identiteitskaart, maar sinds de autoriteiten de jacht op valse persoonsbewijzen openden, wordt het steeds moeilijker voor deze groep om die te verlengen. Dus leven ze in het zuiden van Pakistan ook illegaal.

Terwijl de radicale boeddhisten in Myanmar de Rohingya’s ervan beschuldigen met de opstand te zijn begonnen, stelt de politie in Karachi dat de vluchtelingen voornamelijk kruimeldieven zijn. Krotten worden niet in brand gestoken, maar vernield. De vierhonderdduizend Rohingya die nu naar Bangladesh vluchten, zijn niet veel beter af. De regering heeft een afgesloten kamp voor ze ingericht. Taxichauffeurs en huisbazen hebben de opdracht gekregen deze mensen geen service te verlenen. ‘We zijn nobody’s in Birma, Bangladesh en Pakistan. Niemand zal ons als vluchteling erkennen, want dan moeten ze voor ons zorgen’, zegt de zeventigjarige Rohingya Noor. ‘Ik ben geen burger en geen vluchteling. Ik ben een illegale vreemdeling.’ Ondanks de eigen armoede zijn de Rohingya’s van Karachi een inzamelingsactie gestart voor hun verdreven families. Het vlees van dertig koeien hebben ze richting het vluchtelingenkamp in Bangladesh gestuurd. De collectebussen bleven in de sloppenwijken helaas leeg.