Roken

Het essay onder de kop ‘Het uitroken der puriteinen’ in De Groene van 3 juli staat boordevol onjuiste, maar vooral misleidende informatie over het roken. Het hele verhaal is doorspekt met zinsneden en beweringen die de suggestie wekken dat een roker rookt omdat hij daarvoor kiest (‘oorden van vrijheid’, ‘roken als signaal voor bevrijding’, mensen met een ‘voorkeur voor roken’, ‘individuele vrijheid’).

Was het maar zo simpel, was het roken maar een kwestie van keuze. Roken is een drugsverslaving. Een kenmerk van iedere verslaving is de afwezigheid van de vrijheid om te kiezen. Roken is niets anders dan een uiterst subtiele fuik waar je, meestal als jongere, nietsvermoedend binnen zwemt.
Maar veel kwalijker in het essay is de bewering dat het roken alles met genieten te maken heeft. (Richard Kleins ‘genotgeschiedenis’ in Cigarettes are Sublime, 'genietende en tevreden rokers’). Er wordt beweerd dat de 'nicotine de zintuigen scherpt en tegelijkertijd kalmerend werkt’. Nicotine zou stress verminderen, verveling verdrijven en concentratie bevorderen. Hoe kan een en dezelfde drug zulke tegenovergestelde effecten hebben? Dat kan natuurlijk niet.
Wat nicotine doet is een mild ontwenningsgevoel teweegbrengen, dat met de volgende sigaret gedeeltelijk wordt opgeheven. Het is hetzelfde mechanisme als het aantrekken van knellende schoenen om daarna het genot van het uittrekken te kunnen ervaren. In tegenstelling tot andere drugs heeft nicotine zelfs geen stemmingsverandering tot gevolg. Ooit gehoord van de 'nicotineroes’?
Door mee te werken aan het in stand houden van de mythe dat roken genot verschaft en alle mogelijke andere voordelen heeft, bewijst u uw rokende lezers geen dienst. Hiermee wordt namelijk het misverstand in stand gehouden dat de roker die gaat stoppen zich iets prettigs moet ontzeggen, terwijl er in werkelijkheid helemaal niets is om op te geven. Amsterdam, EVELINE DE MOOIJ, Allen Carr-therapeut