Kinderboek

Rolmodellen

Een kinderboek dat leest als een hedendaags geschiedenisboek op het kruispunt van de tijd – Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes: 100 verhalen over bijzondere vrouwen is wellicht het meest opmerkelijke kinderboek dat ik ooit in handen kreeg.

‘Voor alle rebelse meisjes ter wereld:
Volg je hart
Gebruik je hoofd
Doe je bovenste best
En als je valt:
Gewoon weer opstaan!’
Zo luidt de aanhef.

Van Coco Chanel, Serena en Vanessa Williams, Queen Elisabeth, strijdster Laksmi Bai, keizerin Jingü, filosoof Hypatia, Marron-koningin Nanny, tot Nobelprijswinnaar Malala Yousafzai – het boek reikt van grote hedendaagse namen tot heldinnen uit lang vervlogen tijden.

De Nederlandse vertaling van deze The New York Times-bestseller van samenstellers en schrijvers Elena Favilli en Francesca Cavallo roept niet alleen vragen op over de positie van de vrouw anno nu, maar ook over de opvoeding van onze kinderen. Het boek laat niet alleen zien dat een vrouw ieder beroep kan uitoefenen en daarin kan excelleren – denk aan het fenomenale werk van de Iraaks-Britse architect Amina al Haddad, de Indiase bokskampioen Mary Kom, de Chinese dirigente Xian Zhang, de Amerikaanse astronaute Mae C. Jemison of de Italiaanse astrofysicus Margherita Hack – maar het laat vooral ook zien welke enorme strijd aan een dergelijk succes vooraf gaat.

Hoe kan het dat ik van zoveel vrouwen nog nooit heb gehoord, vraag ik me bij lezing van de kunstig geïllustreerde biografieën af. Terwijl ik de pagina’s omsla en de portretten van de honderd vrouwen van iedere afkomst, richting en etniciteit in me opneem, heb ik regelmatig kippenvel. En niet alleen ik: ook veel van de vriendinnen die ik het boek voorleg. Voor het eerst is er een boek waar ieder jong meisje zich in kan herkennen. De heldinnen zijn donker of wit, dragen een hoofddoek of hebben een afro, zijn Aziatisch, Arabisch of Zuid-Amerikaans, topsporters en kunstenaars, wetenschappers en schrijvers, en zijn in heel veel gevallen activist. Want rebels moet je wel zijn om als meisje te worden wat een man bij gratie van geboorte en connecties in veel gevallen al is: vrij om te doen en laten wat hij wil.

Terwijl de #metoo-discussie steeds verder van de kernproblematiek af raakt – namelijk de diepgewortelde machtsstructuren die vrouwen, LHBTIQ’ers en gekleurde minderheden zo gevoelig maken voor seksueel misbruik en uitbuiting – vertelt dit boek pagina na pagina over jonge vrouwen in een harde mannenwereld waarin zij tot op de dag van vandaag voor de meest fundamentele basisrechten moeten strijden. Zo is er het verhaal van de leerlinge Coy Mathis (2007) die als kleuter met haar ouders naar de Amerikaanse rechter stapte omdat ze weigerde naar de jongens- of gehandicapten-wc te gaan. Coy is een meisje gevangen in het lichaam van een jongen. De school en de staat weigerden haar als zodanig te erkennen. ‘De rechter dacht erover na en nam een beslissing: “Coy moet de wc kunnen gebruiken die ze zelf wil.”’ De jurisprudentie schiep een precedent voor een groot aantal andere transrechten-kwesties en is in dat licht even elementair als de strijd voor het recht op onderwijs voor meisjes van de Pakistaanse Malala Yousafzai.

Juist door de veelzijdigheid van de verhalen en de continue sprong over grenzen van geografie en tijd wordt de overkoepelende verbondenheid en de noodzaak tot onderlinge solidariteit duidelijk, zonder dat deze ergens bij woord genoemd wordt. Of je nu een arm meisje bent uit de Indiase sloppen of een van de machtigste vrouwen op aarde: de mannelijke reactie blijkt in veel gevallen hetzelfde. Zo is er het portret van Hillary Clinton, de vrouw die de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten had moeten worden maar het aflegde tegen een kandidaat die het duidelijk niet met vrouwen op had. ‘Omdat veel Amerikanen niet gewend waren aan vrouwelijke politici deden ze heel kinderachtig: ze vonden haar stem of haar kleren of haar kapsel stom. Ze probeerden haar weg te pesten uit de politiek. Maar Hillary had geleerd hoe ze pestkoppen moest aanpakken en vocht terug.’ Zo leert het boek meisjes een wereld te trotseren waarin je als vrouw in de publieke ruimte voortdurend wordt aangevallen op uiterlijke kenmerken en al snel doelwit wordt van seksuele objectivering.

Overigens is de strijd van Clinton niet nieuw, zo leert het verhaal over Farao Hatsjepsoet, die zo’n drieënhalf millennia terug als man en meest succesvolle farao 25 jaar lang over Egypte regeerde. ‘Twintig jaar na haar dood wilde iemand haar uit de geschiedenis wissen. Standbeelden van haar werden stukgesmeten en haar naam werd overal geschrapt. Waarom? Omdat er mensen waren die een vrouwelijke farao maar niets vonden. Want wat zou er gebeuren als andere vrouwen een voorbeeld namen aan haar succes en ook macht zouden willen?’ Een goede vraag die nog even actueel is.

De komst van – opnieuw – een wit, overwegend mannelijk kabinet markeert dat de positie van Nederland verder is gekelderd op de World Economic Forum-ranglijst van gelijkheid tussen mannen en vrouwen (en wel van de zestiende naar de 32ste plaats). De ongelijkheid in inkomen en politieke macht is zelfs toegenomen.

Hoe brengen we hier kentering in? Welke rolmodellen hebben onze kinderen eigenlijk in dit land?

In het boek staat geen Nederlandse rebel, zelfs niet Anne Frank. Terwijl Aletta Jacobs als eerste Nederlandse vrouw nog aan de universiteit moest beginnen, was er in Mexico al Matilde Montoya, de eerste vrouwelijke arts, die weliswaar door de universiteit werd weggepest maar met herhaaldelijke inmenging van de president toch wist af te studeren. Overigens ook interessant, het verhaal van Ameenah Gurib-Fakim, de vrouwelijke president van Mauritius en een van de vele vrouwelijke politici en revolutionairen uit de niet-westerse wereld die voor ons allen inspiratie en voorbeeld kunnen zijn. Wat dat betreft is dit boek een scherpe spiegel voor ieder westers superioriteitsdenken.

Dit betekent niet dat de fundamentele onvrijheid en dwang die veel vrouwen moeten trotseren in de niet-westerse wereld worden weggepoetst. Verre van dat, hoewel ze door de veelheid van verhalen uit de typische Noord-Zuid-kloof worden getrokken. Zo is daar de Afghaanse Sonita Alizadeh (1996) die op tienjarige leeftijd door haar ouders bijna was uitgehuwelijkt om zo de bruiloft van haar oudere broer te kunnen bekostigen. Ze was zestien toen haar ouders het opnieuw probeerden. Door de oorlog belandde Sonita in een Iraans vluchtelingenkamp en wist ze aan beide huwelijken te ontkomen. Ze rapt over haar leven, scoorde grote YouTube-hits en heeft tegenwoordig een beurs voor een Amerikaanse high school.

Ik ben een warm pleitbezorger van een genderneutrale opvoeding, maar in het licht van de groeiende genderongelijkheid in Nederland krijg ik twijfel. Het lijkt er steeds sterker op dat genderneutraliteit als een volgende uitvlucht wordt gebruikt om de structurele ongelijkheid tussen man en vrouw in Nederland weg te poetsen. Met uitspraken als: ‘Wat doet het er nog toe? Man en vrouw zijn toch gelijk?’ of: ‘Het bestaan van man en vrouw is opgeheven, we gaan gewoon voor kwaliteit!’ weert onze samenleving vrouwen uit de politieke, maatschappelijke en commerciële top.

Al lezend in dit boek realiseer ik me dat we wellicht in plaats van een genderneutrale opvoeding beter naar een feministische opvoeding kunnen streven. Zo leren we kinderen iedere vorm van ongelijkheid en achterstand te erkennen, of deze nu gender, seksualiteit, kleur, afkomst of sociale status betreft. Zonder probleemerkenning geen oplossing. Zonder spiegel geen spiegelbeeld. Vanuit bewustwording en kennis van de geschiedenis kunnen onze kinderen hopelijk meer gelijke kansen krijgen. Zolang deze honderd vrouwen zo ongelooflijk moedig en uitzonderlijk lijken, tot het punt dat sommige verhalen haast als een sprookje lezen, is er nog een hele slag te winnen voordat we toe zijn aan het opheffen van een vooralsnog in steen gebeitelde gendernorm.

In een land met bedroevend weinig prominente vrouwelijke rolmodellen kan dit boek jonge meisjes van nieuwe helden en het broodnodige zelfbewustzijn voorzien. Maar niet alleen hen. Het boek zou dan ook beter ‘Bedtijd-verhalen over rebelse meisjes’ kunnen heten. Dit omdat niet alleen meisjes, maar juist ook jongens zouden moeten leren over vrouwelijke piraten, gewichtheffers en oorlogshelden en belangrijker: de vooroordelen en tegenslagen die zij moe(s)ten trotseren in een wereld die nog steeds door het mannelijke geslacht geregeerd wordt.


Dit betreft een online-artikel en stond niet in de papieren versie van De Groene Amsterdammer.