Rolvastheid

De rol van de Rekenkamer is het toetsen van de uitgaven van de Kamer, benadrukt de Rekenkamer zelf steeds. Niet het opleggen van sancties. Die rol is weggelegd voor de Tweede Kamer. Maar gebeurt dat ook?

Tijdens de persconferentie van de Algemene Rekenkamer op de jaarlijkse Verantwoordingsdag werd het woord rolvastheid zo vaak in de mond genomen, dat ik het achteraf jammer vond niet meteen te zijn gaan turven. Want gaandeweg die persconferentie vorige week woensdag was het duidelijk dat de president en de twee andere leden van het college van de Rekenkamer over die term hadden nagedacht. Rolvastheid was het kernwoord. Die van henzelf, maar zeker ook die van degenen die zij controleren op het uitgeven van publiek geld, de overheid, en dus ook van degenen die over het handelen van de overheid hun waardeoordeel moeten uitspreken, de leden van de Tweede Kamer.

Eigenlijk had het me niet moeten verbazen, die focus. Want die past bij de heftige discussie die er na de verkiezingen is ontstaan over de rol van Tweede Kamer en kabinet, de roep om een nieuwe bestuurscultuur en duidelijker verdeling tussen macht en tegenmacht. In die discussie komt ook de rol van andere Hoge Colleges van Staat aan de orde, zoals de Rekenkamer, de Raad van State en de Nationale Ombudsman. Hebben die genoeg oog voor de effecten van wetgeving en uitvoering in de samenleving? Zo ja, waarschuwen die dan wel voldoende, zoals bijvoorbeeld bij de kinderopvangtoeslagen? Of moeten ze, uiteraard in het nette, harder van de daken schreeuwen?

Toch kwam bij de zoveelste keer dat het woord rolvastheid uit de mond rolde van een van de drie collegeleden van de Rekenkamer de gedachte in me op: staat de Rekenkamer hier nu het eigen straatje schoon te vegen? Of was ik dan zelf juist te rolvast? Ik vrees dat laatste. Want ik heb oprecht de indruk dat de Rekenkamer heel bewust een bijdrage heeft willen leveren aan de discussie in de Tweede Kamer over de controlerende en wetgevende rol van het parlement. De Rekenkamer levert daar ook jaarlijks ammunitie voor aan.

Zoals deze keer met het vernietigende oordeel over het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat in 2020 iets meer dan vijf miljard euro aan corona-uitgaven niet kon verantwoorden. Geen bonnetjes van betalingen, geen bewijs dat coronatesten zijn afgenomen, of dat bestelde beademingsapparatuur ook daadwerkelijk is geleverd. Om de eigen rolvastheid te benadrukken, zei president Arno Visser: ‘De spelregels veranderen niet tijdens de wedstrijd, onrechtmatig blijft onrechtmatig.’ Waarmee hij wilde zeggen dat ook in tijden van crisis, zoals tijdens de coronapandemie, de Rekenkamer de uitgaven toetst zoals in voorgaande jaren. Dus heeft de Rekenkamer gewoon gekeken of ondanks de snelheid waarmee tijdens de pandemie door de ministeries is gehandeld het budgetrecht van de Tweede Kamer netjes is nagekomen. Niet altijd, zo blijkt. Bij enkele uitgaven had de Kamer het nakijken. Hier is snelheid voor zorgvuldigheid gegaan.

Mogelijk vindt de Kamer de niet te verifiëren corona-uitgaven stiekem wel best

Waarop de pers een lesje staatsrecht kreeg, opdat de media de rollen van Kamer en Rekenkamer niet door elkaar zouden gaan halen. ‘De Rekenkamer kan niet ingrijpen. De sanctie zit bij het parlement’, aldus Visser. Hij voegde eraan toe dat zijn college benoemd is voor het leven en hoe ondemocratisch het dan zou zijn als de Rekenkamer wél kon ingrijpen. Waarmee hij weer terugkwam op het belang van rolvastheid. Wat niet voor niks letterlijk betekent dat iets niet weg kan rollen.

Dus is het nu aan de Tweede Kamer om te oordelen over het huishoudboekje van vws. Het parlement heeft echter al zeventien keer eerder onvolkomenheden in de uitgaven bij dat ministerie min of meer door de vingers gezien. Telkens weer bleek er bij de controle door de Rekenkamer iets niet te kloppen, echt op orde kwam het tot nu toe niet.

Dat roept de vraag op of de Kamer zelf wel rolvast is bij haar controlerende taak. En ook of het gejammer vanuit de Kamer over onvoldoende tegenmacht kunnen bieden wel helemaal terecht is. Want als de Rekenkamer daar materiaal voor aanlevert, zoals in dit geval een gebrekkige boekhouding bij vws, is het parlement dan wel scherp genoeg? Of scoor je daar als Kamerlid niet mee, want te technisch en ingewikkeld?

Wat kan meespelen, vooral in het eerste coronajaar: mogelijk vindt de Kamer die niet te verifiëren uitgaven stiekem wel best. En durven Kamerleden niet kritisch op te treden als het over de zorg gaat, uit angst weggezet te worden als politici die onvoldoende oog hebben voor zieken en mensen die werken in de zorg. Bovendien drong de Kamer tijdens de coronapandemie zelf aan op snelheid. Mede onder druk trouwens van de publieke opinie. Wat me brengt op de rolvastheid van individuele burgers. Hun rol is niet vastgelegd in wet en regelgeving. Maar er zijn wel normen en waarden.

Ook voor een door een praatshow bekend geworden Nederlander die zich in de beginmaanden van de coronapandemie opwerpt als redder in de mondkapjesnood. Daar een ideële stichting voor opricht die weleens aan die trage overheid zal laten zien die mondkapjes snel te kunnen leveren. En daarbij steeds beweert dat niet te doen uit eigen gewin. Dan is het niet netjes als je er toch veel geld aan hebt verdiend. Ja, ik doel op Sywert van Lienden, het gezicht van de Hulptroepen Alliantie. Net als bij de onvolkomenheden in de boekhouding bij vws hoeft dit niet te betekenen dat er bij hem sprake is van fraude. Maar hij is wel gaan rollen, weg van de door hemzelf geschreven én gespeelde rol van weldoener.