De Roman legt het af als genre

Roman in crisis

Ad Fransen
Coke

De Bezige Bij, 167 blz., € 15,-

Ronald Giphart

Troost

Podium, 221 blz., € 18,50

Maria Goos

Leef!

De Arbeiderspers, 148 blz., € 14,95

Vroeger begonnen recensenten hun besprekingen nog met apodictische verkondigingen. Ze hadden niet ge woon een slecht boek gelezen, nee, «de roman» verkeerde in crisis. Ik probeer wel eens zoiets, maar vind het al snel potsierlijk en hoogdravend. Wat echter te doen als er steeds vaker romans lijken te verschijnen waar gewoon niet zo veel over te zeggen valt? Is de roman dan in crisis of de re censent? Als je stelt dat er een groeiend aantal boeken is dat vakbekwaam is geschreven, waar een grote groep lezers een groot genoegen aan zal beleven, maar waar je als literair criticus naar kijkt met een blik van «het zal wel», heb je dan toch voor je het weet een apodictische verkondiging in gang gezet?

Ronald Giphart schreef met Troost een roman waarin hij zich zo op het eerste oog verder dan ooit verwijdert van zijn persoonlijke besognes. Zijn hoofdpersonage Art Troost is een topkok met een toprestaurant die nog beroemder wordt door zijn kookprogramma op televisie. Giphart vertelt met zijn geschiedenis het verhaal van succes en miskenning, stress en de permanente dreiging van de ondergang. Inderdaad: zo in een zin samen gevat, zou dit toch ook weer zijn eigen geschiedenis kunnen zijn. De kook wereld als metafoor voor de literaire wereld. Neem Troosts angstdro men rond het moment dat Michelin bekendmaakt hoeveel sterren de verschillende chefs in Europa krijgen toebedeeld: «Ik heb áltíjd de onderhuidse angst niet te kunnen overtuigen, en ik kan me niet voorstellen dat er chefs zijn die die angst niet voelen. (…) Er kleeft niets romantisch aan de keiharde overlevingsstrijd die wij iedere lunch, ieder diner moeten voeren. Eén dag concentratieverlies en je kunt in de zaterdagkrant op zoek naar ander werk.»

Troost is geschreven met het gevoel voor drama dat ook het andere werk van Giphart kenmerkt. Toch wil het niet echt een drama worden, en evenmin een komedie. Of dat nu komt door die consequent volgehouden kook-meta foor of dat Giphart te veel zijn best heeft gedaan een «echte» roman te schrijven, ik weet het niet zo goed. Er zit iets krampachtigs in dit boek, terwijl Giphart bij uitstek een niet-kramp achtige schrijver is of hoort te zijn. De losheid en authenticiteit die hij in zijn beste werk weet te bereiken, hebben volgens mij alles te maken met de vorm die hij kiest om zijn verhaal te vertellen. In Troost lijkt hij zichzelf een keurslijf te hebben aangemeten, met echte karakters, intriges en spanningsbogen.

Hoe essentieel de vorm is die een schrijver kiest voor het verhaal dat hij wil vertellen, vind ik blijken uit twee andere recente publicaties. Beide onttrekken zich aan het geijkte romanprocédé, maar zijn toch ook meer dan autobiografische documenten. In Leef! trekt gevierd scenarioschrijfster Maria Goos het schort van de vroedvrouw aan en doet in mail-vorm verslag van leven en werk aan vriendin J. Een scherp en geestig boek is het resultaat dat zich zonder moeite kan meten met de populaire brievenroman van weleer, ooit de voorbode van de roman. Goos verbindt schijnbaar achteloos binnen- en bui ten wereld met elkaar, en heeft een poëtisch oog voor felrealistische zaken.

In Coke blikt journalist Ad Fransen terug op zijn jarenlange cocaïneverslaving. Hij doet dat in lange hoofdstukken die het karakter hebben van bezwerende sessies, of persoonlijke litanieën, met titels als «Kijk op coke», «Coke, karakter en Freud» en «Coke-eiland». Tot welk genre moet je dit boek rekenen? Doet dat er iets toe, als het eindproduct zo sterk getoonzet is, van innerlijke noodzaak getuigt en in ieder geval pijnlijk eerlijk líjkt? Goos én Fransen bereiken het toppunt van authenticiteit door hun verhaal in een vorm te gieten die zich opdringt als de enig juiste. De gemiddelde hedendaagse roman haalt het daar niet bij. Misschien dat dat toch iets zegt over de staat waarin het genre op zich verkeert.