Ian McEwan, Boetekleed

Roman van vlees en bloed

Ian McEwan
Boetekleed
Uit het Engels vertaald door Rien Verhoef
Uitg. De Harmonie, 415 blz., € 17,95

Het afgelopen jaar verschenen weer mooie romans: The Black Veil van Rick Moody, Portret van een jongeman van J.M. Coetzee, Septemberspiegel van Giovanni Chiara en een paar andere. Maar er was slechts één die ik niet weg kon leggen en waarover ik steeds moest vertellen. Boetekleed van Ian McEwan heeft mij gefascineerd door de perfectie van vorm en inhoud.
Boetekleed vertelt het indringende verhaal van Briony, een jong meisje dat schrijfster wil worden en de dunne grens tussen de werkelijkheid en haar fantasieën bijna ongemerkt overschrijdt. McEwan beschrijft in het eerste deel van de roman de wijze waarop haar schrijverschap zich ontwikkelt via de verbeelding en de blik waarmee zij haar omgeving bestudeert en fictionaliseert. Op zoek naar verhalen en naar een manier om deze te vertellen, probeert Briony de hiëroglyfen van het leven te ontcijferen, en zij maakt daarbij een fatale vergissing. McEwans visie als verteller vermengt zich weergaloos met haar ervaringen en de manier waarop zij deze verwerkt, in het decor van het door klasseverschillen getekende leven op het Engelse platteland tijdens de jaren dertig.
In deel twee, dat zich afspeelt tegen de achtergrond van het begin van de Tweede Wereldoorlog, vinden we midden in de chaotische oorlogsbewegingen in Noord-Frankrijk Robbie terug, de man die Briony aanwees als de verkrachter van haar nichtje. In dit deel van de roman wordt de lezer midden in het oorlogsgeweld gedropt en geconfronteerd met de wrede willekeur van sterven en over leven. Robbies leven is de individuele geschiedenis van een onschuldige man die getekend is door zijn gevangenisstraf en zich staande houdt dankzij de herinnering aan zijn geliefde, Briony’s zuster Cecilia. Het krijgt echter een universele dimensie door het verslag van de ervaringen van Engelse soldaten die vluchten voor het onweerstaanbare geweld van de naderende Duitse troepen. Na het verstilde leven in de eeuwig groene Engelse country overheerst hier het lawaai van uiteenspattende granaten en schreeuwende gewonden. Tegenover vrouwelijke thema’s als de liefde, het op groeien van een begaafd meisje, de romantische en erotische fantasieën, staat hier het mannelijke universum van actie en strijd, zinloos vergoten bloed en het eenzame creperen in de kapotgeschoten velden van Vlaanderen.

In het derde deel komen beide werelden samen, wanneer Briony als vrijwillige hulp verpleegster de teruggekeerde menselijke wrakken in een Londens ziekenhuis probeert op te lappen. Langzaam wordt duidelijk waarom zij Robbie als de verkrachter heeft aangewezen, en hoe zij probeert de schuld daarover af te lossen: haar boetekleed is het stijve, slecht zittende verpleegstersuniform, haar straf het legen van stinkende po’s en uitgefoeterd worden door een sadistische hoofdzuster. Briony, Robbie en Cecilia ontmoeten elkaar weer tussen de ruïnes die de Blitzkrieg achterliet en die hun verwoeste jeugddromen symboliseren.
Deel vier speelt zich af in 1999. Briony is een oude vrouw, zij leidt aan een ziekte die haar geheugen langzaam zal doen verdwijnen. Zij rangschikt nog eenmaal haar herinneringen en schrijft de allerlaatste versie van haar verhaal over twee jonge mensen die van elkaar hielden maar door een onwetend en verblind meisje uit elkaar werden gedreven. Dan pas wordt duidelijk dat hetgeen de lezer hield voor een werkelijkheid slechts de werkelijkheid van de roman was, en dat daarachter verschillende virtuele romans schuilgingen.
Grote romans zijn complex en gelaagd, zij vertellen ook een spannend verhaal. Dat verhaal moet in een stijl worden geschreven die enerzijds herinneringen oproept aan eerder geschreven werken en via verscholen intertekstualiteit bij de lezer een vaag gevoel van herkenning teweegbrengt, en anderzijds volledig oorspronkelijk en anders is. De geënsceneerde personages dienen onvergetelijk te zijn, doordat zij een herkenbare psychologische ontwikkeling doormaken en de angst en twijfel uitdrukken die de condition humaine kenmerken. Grote romans spreken over zichzelf en over het schrijven van literatuur. Dankzij Briony leren we hoe iemand schrijver wordt. Via liefdevolle parodieën op Jane Austen en Virginia Woolf voert McEwan de lezer langs de veranderingen die de traditionele negentiende-eeuwse roman onderging, die zich in het modernisme tot een nieuwe vorm van onderzoek naar waarnemingen en gewaarwordingen ontwikkelde. Echte literatuur laat zien hoe verhalen ontstaan en hoe de werkelijkheid tot fictie wordt gevormd. Zij licht een tipje van de sluier op over creatieve processen en over de macht die verhalen hebben op de mensen die ze verzinnen en aan anderen doorgeven. Grote romans zijn iets verder dan de literaire context van hun tijd, waar zij ironisch commentaar op geven. Boetekleed is een van die zeldzame werken die dat allemaal kunnen, zonder een artificiële constructie te worden voor literatuurwetenschappers. Een roman van vlees en bloed.
Ieder die zich voorneemt een roman te gaan schrijven, zou dit boek verplicht moeten lezen. En dan vaststellen dat het in zijn volmaaktheid niet te overtreffen is en dat elke po ging zo te schrijven tot mislukken is gedoemd.