Robbert Welagen, Het verdwijnen van Robbert

Romantiek van het niets

Geen ambitie hebben, niets willen, behalve verdwijnen, dat is in het kort het grondidee van de nieuwe, vijfde roman van Robbert Welagen. Ook in zijn vorige werk liet deze peinzende schrijver zijn romanfiguren zich zo lang mogelijk verre houden van normale activiteiten, visies en diepere inzichten in hun existentie.

Ze brachten de dagen gewoonlijk door in gemijmer en voorzichtige bespiegelingen over het weinige dat zich op zomeravonden, of tijdens reizen afspeelt. ‘Hij harkt om me heen, alsof ik een boom ben’, staat bijvoorbeeld ergens in Philippes middagen (2008), kenmerkende titel voor een heel oeuvre. En als er dan toch even iets gebeurt, nooit lang, het moet niet gekker worden, dan slaagt Welagen er altijd in er weer iets bespiegelends van te maken. ‘Als leven iéts is, dan is het het doorbreken van de stilte, zodat je weer tussen de geluiden komt.’ Tussen de geluiden komen, dat is leven bij deze schrijver en bij hem hoef je niet te rekenen op lawaai, debat, geschreeuw, hoogstens klinkt in zijn werk tot nu toe het zachte plok plok van tennisballen op een landerige tennisbaan. Op een of andere manier werkte het bij mij weldadig uit, wat ook te maken heeft met de lichte ondertoon waarmee Welagen van het genietsnut van zijn helden toch altijd een geestige onderneming weet te maken, stijlvol beschreven, mooi van onderdrukt verlangen naar ik weet niet wat. Romantiek van het niets.

In de nieuwe roman gooit de schrijver er nog een schepje bovenop en hij neemt meer risico. Van vage stemmingsliteratuur is nu geen sprake, je zou zeggen dat hij zijn problematiek radicaliseert. De held, hij heet Robbert Welagen, onttrekt zich niet meer alleen aan normale maatschappelijke ambities en pretenties, maar deze keer zet hij door: hij wil letterlijk verdwijnen. Weg uit het onbeduidende leven dat hij tot nu toe leefde, ‘weg uit het middelmatig leven dat men na de jeugd gedwongen is te leiden’. ‘Ik wilde een herinnering worden.’ ‘Want mensen kunnen niet ophouden met verliefd worden, eten, praten en rondrijden in auto’s. Zolang je leeft is dat zo’n beetje het enige wat je kunt doen. Maar mijn god, wat had ik daar genoeg van.’ Stoppen met meedoen dus en verdwijnen. Zoiets kan uiteraard leiden tot een hoogst pathetische roman over een depressieve figuur die zich uiteindelijk van het leven berooft en af en toe duiken ook suïcidale overpeinzingen op, maar zo bedoelt de romanfiguur Robbert het allemaal niet. Hij ontwikkelt zelfs verrassend veel activiteiten om helemaal te verdwijnen. Er gebeurt meer dan ooit in deze eigenaardige nietsnut-roman. Dat geeft er een mooie paradoxale lading aan. Niet mee willen doen maar wel ontzettend veel activiteiten ontwikkelen om dat voor elkaar te krijgen! Alle praktische problemen komen aan de orde; wie ooit zelf een keer spoorloos wil verdwijnen (en wie wil dat niet!) vindt in dit boek een heel stel bruikbare tips. Doe schoenen weg met leren hakken, die maken te veel lawaai, iedereen hoort je aankomen. Ga niet naar Frankrijk of Italië, dat ligt te veel voor de hand, maar naar Duitsland. Et cetera, et cetera. Soms overschrijdt dit gepeins en gedoe de grens van het melige maar Welagen weet de tragische kanten van deze verdwijningsact, die er wel degelijk zijn, toch steeds overeind te houden. Het is allemaal geen grap, al weet je het soms niet zeker. En dat heeft te maken met de laconieke stijl die Welagen de hele roman in de lucht weet te houden.

En natuurlijk is er een meisje. Welagen zonder meisjes, dat lukt niet. Ze heet Chloe (typische Welagen-naam), is de beste vriendin van Robbert, maar wil niet met hem naar bed en trouwt met een ander. Hoe banaal wil je het hebben, maar ook hier slaagt Welagen erin meligheid en ironie net op een afstand te houden al hield ik soms mijn hart vast. En werkelijk revolutionair is de uitermate bloemrijk en zelfs af en toe spetterend beschreven relatie die Robbert ergens in Duitsland begint met Traudl. Ze neuken de hele dag, zal ik maar zeggen, en dat mag voor deze in zijn eerdere werk in platonische liefde gespecialiseerde schrijver beslist in de krant. ‘De omgang met Traudl was eenvoudig en duidelijk. Alleen maar seks.’ De remmen gaan helemaal los, waarbij de held er tijdens de seks stevig over Chloe op los fantaseert, maar Welagen zou Welagen niet zijn als hij niet aan de expliciete seksbeschrijvingen vaak een hoogst vermakelijke draai weet te geven. ‘Als ze met haar rug naar me toe op me zat, vulde ik ze (mijn handen – kth) met haar billen. Dan had ik geen seks met een persoon, maar met haar aangespannen kont. De seks werd er vleselijker en tegelijk abstracter van.’ Mooi is natuurlijk ook dat onze Robbert hier niet bepaald bezig is met een tragische of hoogst literaire verdwijnact, hij zet zijn leven gewoon ergens anders voort. Soms krijg je de indruk dat hij dat zelf niet eens in de gaten heeft. Als je het goed bekijkt meent deze merkwaardige held er allemaal niks van. Tot dit soort bespiegelingen komt Chloe tegen het einde van de roman ook. Robbert belt haar na een jaar of tien vanaf een Grieks eiland waar hij les geeft en zich te pletter verveelt. Hij herinnert haar eraan dat hij haar altijd zijn liefde verklaarde en dan zegt zij: ‘Ik nam je nooit zo serieus, want je was een ontzettende ouwehoer.’ Hier was ik het hartgrondig mee eens. Zelden een boek gelezen waarin zoveel narcisme, kletspraat, onzin, tragiek en liefdesverdriet op zo’n terloopse manier bij elkaar werd gebracht. Er gebeurt bijzonder veel in deze roman en tegelijkertijd gaat het helemaal nergens over.

* * *

Robbert Welagen
Het verdwijnen van Robbert
Nijgh Van Ditmar, 160 blz., € 17,50