FILM

Romantische lelijkerd

Public Enemies

In Chicago, jaren dertig, dragen de namen in de krantenkoppen een explosieve lading: George Machine Gun Kelley. Baby Face Nelson. Pretty Boy Floyd. En ‘G-Man’ Melvin Purvis, die later model stond voor stripheld Dick Tracy. Zelfs: J. Edgar Hoover. En John Dillinger. Kortweg ‘Dillinger’, die klinkt als een vuurwapen uit een western, een ‘Remington’ of een ‘Winchester’, maar meer nog de naam is van een van Amerika’s beroemdste gangsters. Net zo beroemd als Cole Younger of William ‘Billy the Kid’ Bonney of Jesse James. ‘Dillinger’ is ook de titel van John Milius’ film uit 1973, met in de titelrol de uitstekende acteur Warren Oates, een lelijkerd die op een haar na op de echte John Dillinger lijkt. Dat past. Milius’ film, geproduceerd door Samuel Z. Arkoff, bekend of berucht door zijn voorliefde voor pulpcinema met een zweem van diepgang en kwaliteit, heeft een aardsheid die meer aan Arthur Penns subversieve Bonny and Clyde (1967) doet denken dan aan de glitter en glamour van de recente Amerikaanse gangstercinema, waarvan Public Enemies, de nieuwe film van Michael Mann, na The Sopranos het voorlopige sluitstuk vormt.
Voor de rol van John Dillinger heeft Mann bewust gekozen voor de antithese van Oates: sekssymbool Johnny Depp, die niet eens een beetje op de echte Dillinger lijkt, hoewel Depp toch wel tegen het einde van het verhaal, wanneer hij door de genadeloze jacht van de FBI genoodzaakt is zich te vermommen, een hommage levert aan de echte Dillinger, versierder, romantische lelijkerd. Killer.
Dillingers uiterlijk is belangrijk, want in Public Enemies raakt dat de kern van wat Mann met dit verhaal wil. Dillinger verscheen ten tonele toen de Depressie voor velen nog een harde werkelijkheid was. Door de crash zijn miljoenen mensen hun geld kwijtgeraakt. En dan Dillinger: mediaster, held die er een punt van maakte tijdens zijn overvallen slechts het geld van de bank te stelen en niet dat van de man of vrouw op straat. Zo zou de boef Dillinger, net als Jack Sparrow, een personage van Depp in Pirates of the Caribbean, volmaakt passen binnen het paradigma van historicus Eric Hobsbawm, die in de jaren zestig de term social bandit bedacht, ‘volksboeven’ afkomstig uit de werkersklasse. Hoewel de staat ze als criminelen beschouwt, blijft het volk de boeven zien als helden, wrekers en strijders voor gerechtigheid, zelfs als leiders in de bevrijdingsstrijd die moeten worden bewonderd en ondersteund.
Op ideologisch vlak is Public Enemies een boeiend werk. Maar er is veel meer. Het is vooral een regisseursfilm waarin de maker voortborduurt op vertrouwde motieven. In Manns geval: een visie op een melancholiek soort machismo dat twee ogenschijnlijk tegengestelde en onverenigbare kanten van dezelfde munt verenigt, namelijk lichamelijke kracht, die van de actieheld, en overpeinzing of introspectie, nadenken, filosoferen over existentiële vragen rond het bestaan. Manns mannen mogen mooi zijn – Don Johnson/Colin Farrell in Miami Vice (2006), Daniel Day-Lewis in Mohicans (1992), Tom Cruise in Collateral (2004) – ze zijn o zo verdrietig, o zo stil en sterk.
Nu Depp in Public Enemies. Als een natuurtalent past hij bij de actie in de film, waarvan veel gedempt, groezelig gefilmd is in de stijl van Manns meesterlijke, om onbegrijpelijke redenen geflopte tv-serie Robbery Homicide Division (2002). Het geweld is nooit overdonderend, maar stemt tot nadenken en dat maakt het functioneel. Neem de openingsscène. Dillinger ontsnapt uit een gevangenis, een kogelregen sputtert uit zijn tommy gun, ontsnapping per auto, achtervolging, een vriend wordt geraakt, hangt uit de deur, Dillinger pakt hem bij de hand, maar het lukt niet. Ogen. Close-up. Dillinger ziet het leven uit het lichaam van zijn vriend vloeien. Dat is schitterend gespeeld (door James Russo). En gefilmd. Want die close-up is bepalend voor de hele film, voor de rest van het leven van John Dillinger, dat vanaf dat moment nog dertien maanden zal duren.

Te zien vanaf 30 juli