Romney’s varkensbaron

New York – Amerika maakt zich op voor de Nationale Conventies, de vierjaarlijkse massabijeenkomsten van de twee grote partijen waarop deze officieel hun genomineerden voor het presidentschap presenteren. Deze week zijn de Republikeinen aan de beurt in Florida, de week daarop de Democraten in North Carolina.

Gedurende drie dagen regent het speeches, applaus en ballonnen. In het geval van de Republikeinen is dit ook nog eens de ideale gelegenheid om te benadrukken om welk land het hier gaat – ‘USA, USA, USA!’ – en hoe dat land gered dient te worden: ‘Drill, baby, drill!’

Het ware doel van de Conventies is gecompliceerder dan alle hoopla doet vermoeden: het enthousiasmeren van de eigen achterban, met als moeilijkheidsfactor dat dit moet gebeuren zonder daarbij zwevende kiezers weg te jagen. Zij geven immers doorgaans de doorslag in gelijk opgaande verkiezingsraces – en president Obama heeft in de peilingen slechts een nipte voorsprong op zijn Republikeinse uitdager Mitt Romney.

Zo bezien heeft Romney het met zijn keuze voor Paul Ryan als running mate moeilijk gemaakt voor zichzelf. Ryan is de lieveling van de rechtertak van de Republikeinse Partij – het even conservatieve als radicale deel, waaraan ook wel als ‘the base’ wordt gerefereerd. The base is dol op Ryans anti-overheidshouding. Die zou vooral tot uiting komen in zijn ideeën voor het terugdringen van de staatsschuld: belastingverlagingen gecombineerd met snijden in de welvaartsstaat. De zwevende kiezers hollen daarvoor echter niet naar de stembus, zo blijkt uit peilingen. Maar waar ze helemaal niet van houden, is het traditionele handjeklap waarmee parlementsleden hun eigen kiesdistricten, donoren en andere speciale belangen dienen.

Dit doen vertegenwoordigers onder meer via aanvullingen op wetsvoorstellen, zogenaamde earmarks, ook wel pork genoemd. Ryan heeft in 2008 voor de afschaffing van earmarks gepleit, maar sindsdien haalde hij voor de stad Janesville in Wisconsin, het hart van zijn kiesdistrict, pork binnen voor een waterzuiveringsfabriek, een opleidingsinstituut, openbaar vervoer (bussen) en een snelweg. De economische problemen van Janesville, waar de werkloosheid mede dankzij de recente sluiting van een General Motors-fabriek (vijfduizend ontslagen) hoog is, zijn daarmee overigens nog niet verholpen. De regio heeft nu zijn hoop gevestigd op verbreding (naar achtbaans) van de snelwegverbinding met Chicago. Dit gaat begin volgend jaar inderdaad gebeuren in het kader van Obama’s economische stimuleringsplan. Maar juist het infrastructuuronderdeel van dat plan zou volgens Ryan flink moeten worden gekort. Een dergelijke positie is net zo lastig uit te leggen aan de mensen in Janesville als aan de zwevende kiezers.