Hoofdcommentaar

Ronald Plasterk, voor arbeiders verklaard

SINDS MAANDAG ZIJN alle verloven in het hoger onderwijs ingetrokken. Niet omdat het nieuwe studiejaar is begonnen, want dat is ondanks veel mislukte hervormingen nog te overzien, maar omdat de Partij van de Arbeid weer een ingrijpende verandering in het stelsel wil doorvoeren. Minister Plasterk wil de tweedeling tussen hoger beroepsonderwijs (hogeschool) en wetenschappelijk onderwijs (universiteit) opheffen en vervangen door een vierledig stelsel naar het voorbeeld van de Amerikaanse deelstaat Californië. De basis van dat stelsel is het tweejarige community college, een openbare school die een basisopleiding biedt voor allerlei vakken en beroepen en daarvoor einddiploma’s verstrekt. De meeste leerlingen stromen door naar een van drie mogelijke vervolgopleidingen: een bachelorstudie (vergelijkbaar met het huidige hbo), een universitaire studie of een opleiding aan een selecte ‘onderzoeksuniversiteit’.
Om de redenen voor deze ommezwaai te begrijpen, moet je goed naar Plasterk luisteren. Hij stelt om te beginnen dat de ‘toestroom’ te groot wordt: ‘Een stelsel dat bedoeld was voor een situatie waarin vijf procent hoger opgeleid was, is nog steeds van toepassing nu bijna de helft van de Nederlandse bevolking daar terechtkomt.’ Het huidige stelsel is, met andere woorden, te duur. Ten tweede neemt, alweer in Plasterks woorden, de ‘diversiteit’ van de studentenpopulatie toe. Een fraaie term die eigenlijk betekent dat het startniveau van veel studenten te wensen overlaat, een verschijnsel dat de minister voorlopig niet kan verhelpen: ‘Sommigen spraken thuis als eerste taal geen Nederlands. Daarnaast zijn er veel autochtone Nederlanders die het lezen en het schrijven onvoldoende beheersen. Daar proberen we van alles aan te doen, maar het is op dit moment wel een gegeven.’ Ten derde blijken veel universitaire studenten eerder een beroepsgerichte motivatie dan een wetenschappelijke belangstelling te hebben: ‘De Humboldtiaanse universiteit als gemeenschap van wetenschappers die nieuwe wetenschappers opleiden terwijl ze met onderzoek bezig zijn, die universiteit – voorzover die al ooit in die zuivere vorm bestaan heeft – is een fictie geworden. Zo wordt de ambitie om als onderzoeksuniversiteit tot de internationale top te behoren, natuurlijk ook steeds lastiger.’ Met andere woorden: het wetenschappelijk onderzoek in ons land stelt al niet veel meer voor en als we het niet beter beschermen, gaat het helemaal naar de kloten.
Ondanks de beroerde staat van dienst van zijn partij verdient Ronald Plasterk het voordeel van de twijfel, zeker als je zijn woorden vertaalt. Hij heeft geen wazig opvoedingsideaal voor ogen, maar tracht reële oplossingen te bedenken voor reële onderwijsproblemen. Hij gaat ook niet stiekem thuis aan pedagogische modellen knutselen, maar neemt een voorbeeld aan een onderwijsstelsel dat werkt, ook voor minderheden die met een achterstand beginnen. Dankzij het slimme, getrapte hoger onderwijs in het etnisch, religieus en taalkundig zeer diverse Californië studeren daar nu kinderen van eerste-generatie Mexicaanse migranten af als tandarts en advocaat.