De onderkant van Europa (11)

Rond de stropdas van Durão

Direct na het laatste fluitsignaal in de EK-finale tussen Portugal en Griekenland (0-1) keerde Portugal terug tot zijn normale staat van fado en saudade. Drie weken hadden de Portugezen zich de godenzonen en -dochters van Europa gewaand. De nationale selectie had korte metten gemaakt met traditionele Europese grootmachten. Nu — zo was de stemming vóór de wedstrijd — kon niets hen meer tegenhouden. De wedstrijd tegen de Grieken was slechts een formaliteit. Op weg naar het Estádio da Luz werd de Portugese spelersbus door heel Lissabon toegezongen. Tijdens de rit werd de bus begeleid door een cordon motor rijders met de Portugese driekleur en ruiters uit de Ribatejo-provincie. Het bleek een premature kampioens ronde. De Portugese bondscoach Scolari verslikte zich voor de tweede keer in zijn collega Rehhagel van Griekenland. Voor aanvang deed de uit Brazilië afkomstige oefenmeester nog laatdunkend over het spel der Grieken: «Het enige wat de Grieken doen is de bal een lel geven en erachteraan rennen.» De Portugese nederlaag tegen de Grieken in de openingswedstrijd van het toernooi in Porto was niet meer dan een bedrijfsongeval geweest, aldus Scolari. Derhalve waren de Portugezen himmelhoch jauchzend naar de finale getogen. De val werd er des te dieper door.

Het was doodstil op straat na de wedstrijd. Heel Portugal had klaargestaan om toeterend de straat op te trekken, zoals dat eerder was gebeurd na de overwinningen op Spanje, Engeland en Nederland. Nu werden de vlaggen in de oven geworpen en luisterde men stil snikkend naar Amália: «Tudo isto é fado».

«Gisteren hielp niets», schreef de Diário de Notícias de volgende dag. «Niet dat we het betere spel hadden, niet de vijftigduizend kelen die het volkslied zongen, niet dat het gehele land achter de selectie stond, niet O.L. Vrouwe van Fátima en haar collega van Caravaggio, niet eens de geluksstropdas van de ex-premier. Portugal was dicht bij de droom, maar liet haar glippen.»

De geluksstropdas in kwestie was van scheidend minister-president José Manuel Durão Barroso. Hij had hem voor aanvang geschonken aan bondscoach Scolari. Het was zo’n beetje de laatste beleidsdaad van de premier. Vlak voor de finale had Durão zijn vertrek naar Brussel bekend gemaakt. Tot verbazing van alle Portugezen, inclusief hijzelf, was Durão uitverkoren tot opvolger van Roman Prodi, voorzitter van de Europese Commissie. Hij was dus in feite al Europees kampioen, doch zijn geluksstropdas werkte niet.

Durão Barroso (spreek uit: «doerrauw barózoe») begon zijn politieke carrière als student rechten in Lissabon vlak voor de Anjerrevolutie in de gelederen van de verboden trotskistisch-maoïstische splinter MRPP, oftewel de Revolutionaire Partij van het Portugese Proletariaat. In 1980 was hij overgestapt naar de rechts-liberale PSD. Als minister van Buitenlandse Zaken maakte hij naam met een vredesakkoord voor Angola en de steun voor de onafhankelijkheidsbeweging van Xanana Gusmão in Oost-Timor. Twee jaar geleden werd hij premier van Portugal. Het was tevens het startsein van een dalendiepe economische recessie.

Durão was met stip de meest impopulaire minister-president in Portugal sinds de Anjerrevolutie. Toen hij eind vorig jaar aanwezig was bij de opening van het nieuwe stadion van Benfica werd hij minutenlang uitgefloten door het publiek. Hij heeft zich onsterfelijk impopulair gemaakt met zijn actieve steun aan de oorlog in Irak. Zo was Durão gastheer op het historische oorlogsberaad op de Azoren tussen Bush, Blair, Aznar en hijzelf. Bij de Europese verkiezingen in juni werd Durão’s PSD, verenigd met coalitiepartner PP in de Força Portugal-lijst, ongenadig afgestraft. De benoeming in Brussel komt voor hem als een geschenk uit de hemel. Een soort glorieuze aftocht. Opmerkelijk is dat Durão de voorgaande maanden ijverig campagne had gevoerd om zijn landgenoot Vittorino — commissaris in Brussel — op de stoel van Prodi te krijgen. Vittorino is socialist.

Durão Barroso laat Portugal achter in staat van crisis. Zijn gedoodverfde opvolger als premier is Pedro Santana Lopes, de huidige burgemeester van Lissabon. Maar deze heeft vele vijanden. Veel leden van de regering-Durão Barroso gruwen bij de gedachte geleid te worden door de immer gepommadeerde flitskapitalist Santana Lopes. Minister van Financiën Manuela Ferreira Leite sprak al van «een staatsgreep via de partij». Santana Lopes werd deze week benoemd tot nieuwe partijleider van de PSD en is nog maar één stap van het premierschap verwijderd. De socialistische oppositie schreeuwt «kiezersbedrog!» en eist vervroegde verkiezingen. President Jorge Sampaio — ook een socialist — studeert nu op de mogelijkheden. Een door hem geraadpleegde expert sprak al van de «gevaarlijkste situatie voor de Portugese democratie sinds 1974».