Film Festival

Rond de wereld

FILM Vijf keer IFFR

De charme van het International Film Festival Rotterdam (iffr) is dat je nooit precies weet waar je je mee inlaat. Neem Two in One (2006) van Kira Moeratova, een veelvuldig bekroonde Oekraïense regisseur en actrice. Maar haar nieuwste blijkt een tenenkrommend werk. Een acteur hangt zichzelf op. Oeverloos gezeur op het podium. Dan opeens een andere verhaalwerkelijkheid: een oude heer die seks wil met zijn dochter. Eindeloos gepraat over niets.

Net iets beter, maar niet veel, is een film uit Maleisië, Flower in the Pocket (2007) van Liew Seng Tat, die meedingt naar de VPRO Tiger Awards, het festivalonderdeel voor minder bekende regisseurs. En laat dat maar zo blijven in het geval van Liew Seng, hoe charmant het gegeven ook mag klinken: geen geld (groezelig videobeeld) en de vlieg-op-de-muur-benadering (met een handycam achter een arm gezin in Kuala Lumpur aanzitten).

Japan: gelukkig is er Masahiro Kobayashi, een filmmaker-in-focus op deze iffr-editie, met The Rebirth (2007), het verhaal van de fabrieksarbeider Junichi, wiens dochter op school met een mes wordt doodgestoken. Jaren later komt hij de mooie Noriko tegen, werkzaam in het restaurant van het internaat waar hij woont. Noriko blijkt de moeder van het meisje dat Junichi’s dochter vermoordde. De film draait om het contact tussen Junichi en Noriko, maar wat er op het scherm gebeurt, is eigenlijk irrelevant. Junichi doet dagelijks dezelfde dingen telkens opnieuw, in navolging van het nietzscheaanse idee van een man die dezelfde dag eindeloos beleeft. En onder de oppervlakte borrelen walging en zelfhaat. The Rebirth is een even mooie als frustrerende blik op verlies, de onmogelijkheid van menselijk contact en de werking van tijd in de cinema.

Polen: een absoluut juweel is Tricks, de tweede speelfilm van Andrej Jakimowski. Een werk dat dartelt wat betreft beeldritme, dat je knock-out slaat wat betreft emotionele impact. Stefek (6) en zusje Elka (18) wonen met hun alleenstaande moeder in een Pools dorpje. Stefek, die hunkert naar een vader, denkt dat met ‘trucs’ voor elkaar te krijgen wanneer hij op een treinstation een man ziet die lijkt op de man op een vage foto die hij van zijn echte vader heeft. Flikt het kereltje het? Kun je het leven naar je hand zetten? Aan de soepele cameravoering en de zekere wijze waarmee Jakimowski met de ingewikkelde vertelstructuur speelt, valt af te lezen dat Tricks het werk is van een talentvolle cineast.

Taiwan/Frankrijk: kijk voorbij de eerste, trage shots van Parijse straten. Negeer het houterige acteerwerk van een Chinees meisje in de rol van au pair Song. Kijk voorbij het cliché van de rode ballon uit de film Le ballon rouge (1956) van Albert Lamorisse. Laat je niet afleiden door het decolleté van Juliette Binoche, in de rol van een Suzanne, een chaotische moeder die haar zesjarige Simon emotioneel verwaarloost. Maar kijk vooral naar de film van Song, de ballon en Suzanne en Simon: Le voyage du ballon rouge (2007) van de Taiwanese meester Hou Hsiao-Hsien. Het is na Three Times (2005) nóg een hoogtepunt in een imposant oeuvre, waarbij opnieuw thema’s als stedelijke vervreemding en spirituele en geestelijke wanhoop centraal staan. Hsiao-Hsien gebruikt vooral muziek op innovatieve wijze. Laat hij in Three Times zien dat liedjes van Demis Roussos onvermoede diepgang bezitten, in Le voyage creëert hij met de eenvoudige klanken van een piano die wordt gestemd pijnlijk mooie emotionele momenten. Tip: blijf zitten tot het einde van de eindtitels voor een marionettenspel met een diepere betekenis.

International Film Festival Rotterdam,
van 23 januari t/m 2 februari