Rond het kampvuur

De ziel van Counting Crows ligt besloten in hun nummer Round Here. Op plaat (het magistrale debuut August and Everything After uit 1993) is het een nummer van vijfenhalve minuut met een kop en een staart, een meeslepend refrein, een mooi verhaal, en vooral veel mooie zinnen.

Medium muziek img 3733

Zanger Adam Duritz is een mooischrijver, zoveel wordt al duidelijk na de eerste regels. ‘Step out the front door like a ghost/ Into the fog where no one notices/ The contrast of white on white.’

Dat was Round Here op het album. Een verhaal, verteld als liedje. Iets heel anders werd Round Here op het podium. Daar liet Duritz het liedje los en vertelde hij het verhaal, om soms terug te keren naar het liedje, maar soms ook niet. De live versies van Round Here werden lang, extreem lang zelfs, tot een kwartier. Inclusief nieuwe passages, geïmproviseerde teksten, volstrekt andere zanglijnen, of soms zelfs nauwelijks nog zang: dan droeg Duritz voor, of zelfs dat niet: hij deed een verhaal uit de doeken. Zittend op een monitor, alsof het podium het kampvuur was, en het publiek de kring daaromheen.

Soms was het prachtig. Er zijn live versies van Round Here, bijvoorbeeld op Pinkpop, waar het nummer ronduit epische proporties krijgt, het boven zichzelf en de maker uitstijgt, waarin Duritz een veld of zaal meevoert in prachtige zinnen en precies op het moment waarop hij het nummer volledig lijkt te hebben losgelaten alsnog landt in dat weldadige refrein. Soms was het pathetisch. Dreef hij zo ver weg van het nummer dat hij geen zanger meer was die Round Here zong, maar een dichter die het voordroeg en voorzag van nieuwe zinnen, die het niet alleen niet haalden bij die uit het origineel, maar ook leden onder de verliefdheid erop van de vertolker. Een veld dat dacht: Adam en je zinnen, get a room.

Op het nieuwe album van Counting Crows staat de nieuwe Round Here. Het heet Palisades Park, is opnieuw de opener van het album, duurt ruim acht minuten en het begint met stadsgeluiden, een prachtige trompet, een piano-intro en de zinnen: ‘Somebody screamed/ All of Jim Jeffries’ dreams/ Explode into a black fist/ He falls to the floor/ He stares up at the sky/ And he may wish he never knew why/ But you can’t go back there no more.’

Een minuut op weg ben je dan, en je zit in het verhaal dat Duritz gaat vertellen. Dat vertelt hij extreem zelfbewust, vol zelfreferenties, zinnen die hij zo plaatst voor een stilte zodat ze nadrukkelijk nagalmen, met de trucjes die hij met Round Here live zo effectief toepaste (de herhalingen, het spelen met dynamiek, het ‘man’ aan het begin van een zin, waardoor een mededeling klinkt als een verzuchting), maar dat is ook het enige wat erop af te dingen valt: dat de vertolker precies weet wat hij doet, waarom, en waartoe. Als popmuziek op z’n best een luisteraar meevoert in een verhaal, dan bereikt Duritz hier de sublimatie van popmuziek.

Het wordt nog vaker mooi op het nieuwe album Somewhere Under Wonderland, maar het zit allemaal al besloten in die eerste acht minuten. Of dadelijk live waarschijnlijk: die eerste twintig.


Counting Crows, Somewhere Under Wonderland. Counting Crows spelen op 14 november in de Heineken Music Hall in Amsterdam


Beeld: Adam Duritz van de Counting Crows (www.countingcrows.com)