Dat wil ik! dacht ik toen ik hoorde over ‘New Journalism’. Journalistiek bedrijven met literaire technieken. Het was een begrip van de Amerikaanse journalist Tom Wolfe. Een vriend van me, Gijs van de Westelaken, gaf me een fotokopie van een Esquire-artikel uit 1966. Gijs was zelf hoofdredacteur van de Nederlandse uitgave. Wat een geweldig stuk was dat. Het heette: ‘Frank Sinatra has a cold.’ Auteur was Gay Talese.

De mooiste passage bereikte ook Wikipedia, zag ik: ‘Sinatra with a cold is Picasso without paint, Ferrari without fuel – only worse. For the common cold robs Sinatra of that uninsurable jewel, his voice, cutting into the core of his confidence, and it affects not only his own psyche but also seems to cause a kind of psychosomatic nasal drip within dozens of people who work for him, drink with him, love him, depend on him for their own welfare and stability. A Sinatra with a cold can, in a small way, send vibrations through the entertainment industry and beyond as surely as a President of the United States, suddenly sick, can shake the national economy.’ Het hele artikel staat op internet en als ik u was zou ik het zeker lezen.

In die jaren zeventig, toen ik dit artikel las en herlas, was er niet één collega die het niet kende. We wilden allemaal deze vorm van journalistiek bedrijven. Niet meer alleen op het nieuws jagen, maar literaire verhalen schrijven over nieuwswaardige, actuele onderwerpen. Als het kon met wat muckraking (Oxford Dictionary: the activity, especially by newspapers and reporters, of trying to find out unpleasant information about people or organizations in order to make it public).

Mij lukte het niet. Misschien te weinig talent, maar het had ook een andere reden: mijn krant bood te weinig ruimte voor die vijftienduizend woorden. Ik kwam niet bij de redacties en kranten terecht waar dat mogelijk was. (Destijds bood de bijlage van Vrij Nederland die ruimte.) Je zou dat ook gebrek aan talent kunnen noemen.

En nu is het genre, misschien niet helemaal maar wel voor een groot deel, verdwenen, althans ik zie die verhalen nauwelijks in kranten en tijdschriften. Wel af en toe in boeken. En een hoogst enkele keer in de krant. Dat is echt een zeldzaamheid. De reden is simpel: de oplage van de kranten liep terug, het aantal advertenties nam af, de artikelen werden korter en korter want de aandachtsspanne van de lezers werd geringer en er werden andere journalistieke keuzes gemaakt. New Journalism in boeken mist de geur van de krant – het wordt te veel roman en te weinig verslaggeving. En het is te duur. In 1966 kreeg Talese vijfduizend dollar onkostenvergoeding. En hij was er drie maanden, dag in dag uit, mee bezig.

Ik mis de fijne zinnetjes, de vlijmscherpe observaties, de geweldige scènes die in feite over niets gingen

Ikzelf verloor ook mijn interesse in die vorm van journalistiek. Als je goed kunt schrijven, kun je beter een roman schrijven. Of columns.

Je kunt tegenwoordig (bij wijze van spreken) een jaar meelopen met het RIVM of je kunt de kabinetsformatie van binnenuit volgen, je kunt een seizoen lang in de kleedkamer van Ajax zitten, toch levert dat vrijwel nooit dat gevoel van New Journalism op. Tom Wolfe kon dat, Talese kon dat. Hunter Thompson niet te vergeten. Maar hier… Als ik het tegenwoordig aan wat collega’s vraag komen ze allemaal met hetzelfde verhaal aanzetten: De pont van kwart over zeven van Gerard van Westerloo. Die trouwens ook nog hoofdredacteur van De Groene is geweest.

Het zette hier in Nederland niet door.

Bij Gay Talese zag je the art of hanging around. Voor die kunst zijn wij misschien te calvinistisch, te resultaatgericht. Juist het feit dat Talese Sinatra niet te spreken kreeg, maakte het artikel zo sterk, dat gaf het drama aan zijn verhaal. We zien een mislukking. En om het verhaal te redden kwam vanzelf de nadruk te liggen op zijn stijl.

Wat is de nieuwe journalistiek nu? Is die nog literair of bestaat die uit grondig data-onderzoek? Is de manier van onderzoeken van Bellingcat ‘het nieuwe’? Ik mis de fijne zinnetjes, de vlijmscherpe observaties, de geweldige scènes die in feite over niets gingen, de mislukking, het rondhangen. Je hebt een bijzondere pen nodig om dan ook nog journalistiek veelzeggend te schrijven. Is het weg?