Rondje om de kerk

Net als Mondriaan is Saenredam een kunstenaar van de strakke rechte lijn. Bij Munch is alles rond en Rubens laat de dingen kronkelen.

Dat langzame gesprek dat ik voor een film over Mondriaan (van Hank Onrust) met Jannis Kounellis gevoerd heb is vermoedelijk vaker ter sprake gekomen. We kregen het over het verschil tussen Mondriaan en Edvard Munch. Bij Mondriaan is alles recht, zei Kounellis, en bij Munch is alles rond. Voor veel kenners, die kunstwerken graag ingewikkeld beschouwen, is zo'n uitspraak bijna te simpel, zelfs frivool. Maar een kunstenaar, heb ik vaak gemerkt, kijkt vooral naar hoe schilderijen van anderen zijn ontstaan - hoe ze op gang zijn gekomen op het lege vlak linnen, toen er eerst nog niets was. Dat geeft wezenlijk inzicht. Mondriaan begon met een rechte lijn. Die deelt het vlak in twee delen, in zijn geval doorgaans ongelijk groot. Het is ook nog een verschil, natuurlijk, of die eerste rechte lijn verticaal of horizontaal was. Een horizontale lijn wordt onvermijdelijk als horizon gezien terwijl een verticale lijn een deling aanbrengt die, denk ik, architectonisch van aard is. Twee zulke delen werken als coulissen waar je weer anders naar kijkt. De lijnen van Mondriaan zijn recht omdat dat zo in zijn karakter zat.
Net zo met Munch: zijn schilderijen begonnen met een ronde vorm die dan een andere ronde vorm te voorschijn liet komen totdat er verstrengelingen van vormen (en natuurlijk ook kleuren) gingen ontstaan. Onvermijdelijk werden dat dan draaiende figuren en wolken en bomen. Tussen die vormkluwens raakte het licht vol schaduwen die dan weer hun eigen geheimzinnigheid aan de schilderijen bijdroegen. Maar wat ik nog eens zeggen wil is: of de eerste lijn of verfstreek recht is of rond bepaalt in principe de weg die het schilderij daarna verder gaat.
Toen Saenredam de compositie voor zijn Mariaplaats met Mariakerk in Utrecht ging opzetten, moet hij zijn begonnen met een paar horizontalen: die welke voorlangs de voorgevel van de kerk loopt (waar die de grond raakt) en een tweede lijn verder naar achteren waar de bebouwing daar begint. In die ruimte is (perspectivisch) het volume van de kerk gelokaliseerd die de hoofdpersoon van het schilderij is. Net als Mondriaan is Saenredam ook zo'n kunstenaar van de strakke rechte lijn. Overal in de detaillering van de architectuur is die aandachtige en gevoelige lijnvoering voelbaar, ook en vooral in de fijnzinnige verdeling van licht en schaduw. Wat opvalt is dat schaduwpartijen, anders dan in het beroemde clair-obscur van Rembrandt, nooit helemaal donker zijn. Het schilderij is in 1663 in het Haarlemse atelier van Saenredam geschilderd, op basis van een jaren eerder gemaakte tekening. Het heldere licht in de stille voorstelling is dus gefingeerd. Welbeschouwd is het genie van de schilder misschien niet eens dat hij zo precies kon tekenen en construeren. Dat is kunstig. Veel indrukwekkender is de fabelachtige beheersing van het licht: hoe hij dat, door de modulatie van kleur (van vlak naar vlak), zo bedaard en helder kon krijgen (onder een bleekbleke hemel). Hij kon het ook nog zo manipuleren dat het achter bij de kerk tegen een grijsblauwe muur ineens wat oplicht, in contrast met de donkerder hoek van de kerk - wat ons laat zien dat we achter de kerk langs kunnen lopen.
Deze dagen zat ik opnieuw met Kounellis te praten, nu weer eens over Caravaggio, wiens stijl hij ombroso noemde - een vormgeving met schaduwen dus en in de opbouw ook van schaduw uitgaande. In het Museum Boijmans Van Beuningen, waar zich de Saenredam bevindt, hangt ook een prachtig klein Avondlandschap van Peter Paul Rubens (1577-1640) uit zijn late tijd toen hij veel op zijn Brabantse landgoed verbleef. Net voorbij de zanderige voorgrond zien we de glinstering van een beek waar doorheen zich, rechts, een voerman met paard en wagen een weg zoekt. Daarachter begint een schitterend zwevend landschappelijk theater van bochtige bomen en boomgroepen, open en ruimtelijk, en gerangschikt rond plekken van licht. In de lucht straalt het roze en gele en oranje licht van de zonsondergang - en tegen dit theatrale licht tekenen zich de boomkruinen af als donkere, warrige vlekken. Precies in het midden vangen twee kronkelende boomstammen, slank als danseressen, dat late, lage licht. Je kunt zien dat Rubens een niet zo geduldige observator was als Saenredam. Zijn landschap is ontworpen als een beweeglijke compositie van vlekken kleur en licht en donker, dat wil zeggen met omfloerste vormen die elkaar heel los beroeren. Het geheel is niet vastgezet, daarom blijft het schilderij overal zo vrij ademen. In 1635 was Rubens oud en ervaren en zo wereldberoemd als later Picasso. Omdat hij met niets nog rekening hoefde te houden kon hij zo onbekommerd schilderen. Het Avondlandschap laat zien dat hij zich daar met plezier aan overgaf.


PS Een expositie met werken van Rubens is de komende maanden te zien in de Hermitage Amsterdam. Het nieuwe werk van Kounellis, dat ook over ombre gaat, hangt tot eind januari in het Museum Kurhaus, Kleef. De film Mondriaans nalatenschap, in 1994 voor de VPRO gemaakt, is nu nog te vinden bij Cultura 24