FILM The Red Shoes

Rood als bloed

EEN BETOVEREND MOMENT in The Red Shoes (1948) van Michael Powell en Emeric Pressburger komt tijdens de balletuitvoering gebaseerd op het sprookje van Hans Christian Andersen. Terwijl Vicky (Moira Shearer) verlangend kijkt naar de balletschoenen in de etalage van de maniakale schoenenverkoper, die later in het stuk de dood personifieert, verschijnt in dezelfde etalage een beeld van haar, dansend met de rode schoenen. Thematisch refereert de droom aan zowel het succes dat zij binnenkort zal proeven als de vernietigende gevolgen die dat met zich mee zal brengen. Maar de overgang van het realistische naar het magische is bovenal een filmische meesterzet waarbij kleurgebruik als belangrijkste stijlmiddel fungeert.
Powell en Pressburger verfilmen een ballet van het Lermontov-gezelschap als deel van het verhaal, dat wil zeggen een stuk waar het publiek in de film op dat moment naar kijkt. Dat betekent dat de bezoekers in de zaal, die overigens geen moment in beeld komen, niet in staat zullen zijn de special effects van de in de etalage dansende Vicky te zien. De kijkers naar de film The Red Shoes dus wél. Sterker, deze film ‘verdwijnt’ zodra een andere overneemt: de film-in-een-film van de balletuitvoering naar het Andersen-sprookje. Deze gelaagdheid is overdonderend mooi. Powell en Pressburger, het Britse duo dat in de jaren veertig en vijftig een serie tijdloze klassiekers maakte, gooien zo alle narratieve regels overboord; de raamvertelling verdwijnt en het verborgen verhaal-in-het-verhaal neemt over.
Subtiele veranderingen in de visuele stijl openbaren zich vervolgens in deze stijlbreuk. Opeens zijn de kleuren en de belichting aanzienlijk intenser, alsof de makers samen met hun vaste cameraman, de legendarische Jack Cardiff, nu alle schijn van realisme verwerpen en zich volledig storten op grenzeloos expressionisme, gecreëerd door het Technicolor-proces. De close-up van Vicky, belicht van onderen, ogen wild, lippen knalrood, beeldt de slopende waanzin van ambitie uit, waarmee de kern van de film wordt blootgelegd.
Michael Powell schrijft in zijn autobiografie A Life in Movies (1986) dat het op Sergei Diaghilev gebaseerde personage Lermontov (Anton Walbrook) het verhaal van The Red Shoes zelf het beste beschrijft in een gesprek met componist Julian Craster (Marius Goring): het gaat om een jong meisje dat alles op alles zal zetten om een dans bij te wonen met een paar rode balletschoenen aan. Dat lukt haar, maar wanneer ze naar huis wil, blijven de rode schoenen dansen, ongeacht het voorbijgaan van tijd, liefde en het leven zelf. Julian: 'En dan?’ Lermontov: 'Dan sterft ze.’
De connectie tussen obsessie, schoonheid en de dood overheerst ook in Black Narcissus (1947), een werk dat Michael Powell een 'bijna perfecte film’ noemt. Het is inderdaad een sensorisch meesterwerk waarin de inspiratiebron van de close-up van Vicky in The Red Shoes te vinden is, namelijk een close-up van Zuster Ruth (Kathleen Byron): zonder nonnengewaad, haar los, voorhoofd vol zweetdruppels, wangen roze, mond open, lippen rood alsof ze bloeden, ogen wijd opengesperd. Het beeld is van de vrouw opgevreten door verlangen, een femme fatale, een 'draak van de natuur’. Maar het beeld blijft onhoudbaar, juist omdat de buitenlijnen ervan zo fragiel zijn. Powell en Pressburger laten zien hoe finaal het doorbreken van de grenzen van de normaliteit kan zijn. De diepe, hartstochtelijke kleuren en in het geval van The Red Shoes ook de schitterende muziek zijn pijnlijk mooi, het toppunt van het sublieme. Maar dat heeft gevolgen: hoe feller de kleuren, hoe groter de passie en hoe dichterbij de dood in de films van Powell en Pressburger.

The Red Shoes is zondag 26 september te zien in Pathé Tuschinski in Amsterdam, 10.30 uur. www.tuschinski.nl