Popmuziek: Jóhann Jóhannsson

Rood en zwart

Jóhann Jóhannsson © Damien Vo

In Mandy, de tweede film van Panos Cosmatos, speelt Nicolas Cage een rol die thuis hoort in de rij rollen van zijn leven: Wild at Heart, Leaving Las Vegas, Adaptation, Joe, Raising Arizona. Een imposante lijst, die het verdient om niet te lijden onder de veel langere lijst ongelooflijke pulp waar hij zich meerdere keren per jaar op routine doorheen ploegt.

Mandy is om nog een andere reden dan de uitzinnige, nee, waanzinnige, om niet te zeggen kránkzinnige rol van Cage een van de meest overdonderende filmervaringen van het jaar, en dat is vanwege de soundtrack.

De filmmuziek van Mandy is gecomponeerd door de IJslandse componist Jóhann Jóhannsson (overleden in februari van dit jaar), en hoort ook in zijn oeuvre tot het hoogtepunt. En dat oeuvre is beduidend minder wisselvallig dan dat van Cage. Jóhannsson viel twee jaar geleden al op met de beklemmende soundtrack van Arrival van Denis Villeneuve, en in 2008 met zijn prachtige zesde album Forlândia, waarop hij de IJslandse school van Sigur Rós – dromerig, weelderig, vaak opbouwend naar een extase – losliet op het verhaal van een mislukte utopie, in dit geval van Henry Ford en zijn plan om in de jaren twintig in het Amazonegebied een gigantische plantage vol rubberbomen aan te leggen. Als ontgoocheling toen het centrale gevoel was, is het bij Mandy dreiging.

De kort en hevig ingekookte en vervolgens naar buiten uitgeslagen woede van Cage, achter de moordenaars van zijn vriendin aan, het knap genoeg even cartooneske als ironieloze geweld, de hallucinante sfeer van de ontspoorde hippies die de moord pleegden en uiteraard doen denken aan de bende van Charles Manson, het vele bloed, de halve film uitgesmeerd over Cage’s van pijn en woede vertrokken gezicht, de dominante kleur rood, de hitte van de vlammen: Jóhannsson heeft het allemaal in muziek gegoten. Ook het tempo van de film: tergend traag. Een nummer als Death and Ashes komt niet gewoon opzetten, het besluipt en bekruipt je, en de enige twee kleuren die het oproept, zijn inderdaad rood en zwart.

Het fascinerende aan Mandy is dat de film niet alleen de beeldtaal gebruikt van de jaren tachtig, maar ook van metal: de letters van de titels zijn metal, de shirts van de hoofdpersonen zijn van metalbands. Maar er klínkt geen metal. Althans, niet rechtstreeks. Die metal schijnt door in de muziek van Jóhannsson, in nummers als Sand, die klinken als een intro van Black Sabbath, maar dan vertraagd ingedikt in twee minuten van niets dan onheil. Ook wanneer Jóhannsson elektronischer klinkt, zoals in Forging the Beast, neemt de hoeveelheid lucht niet toe: het is een nummer als een bumperklever in de nacht, die onophoudelijk groot licht blijft geven. Het drijft je op, het jaagt je op. Op het eind ervan klinkt een zucht van verlichting: die van jezelf.


Jóhann Jóhannsson, Mandy (Original Motion Picture Soundtrack)