Stemgedrag in kaart

Rood grijs blauw

Aan de randen van stad en land wordt PVV gestemd en GroenLinks doet het goed in studentensteden. Electoraal geograaf Josse de Voogd bracht in het boek Bakfietsen en rolluiken de stem van het volk in kaart.

BEN JE in Den Haag op zoek naar een koophuis en wil je dat het in waarde stijgt - of in deze beroerde economische tijden ten minste niet te veel in waarde daalt - zoek dan op in welke wijk GroenLinks het goed doet. Dat zijn de buurten net naast het centrum, waar de kwaliteit van de huizen niet helemaal je dat is, je ook nogal boven op elkaar woont, maar waar wél veel winkeltjes, galerietjes, cafeetjes en restaurantjes zijn en waar niet slechts één grote supermarkt is. Andersom, weet dat als je lekker dicht bij zee en in de blankste buurt van Den Haag, Duindorp, gaat wonen, de kans groot is dat een PVV-stemmer je buurman is.
Officieel bestaat er niet zoiets als electorale geografie. Je kunt er in elk geval niet in afstuderen, maar toch noemt Josse de Voogd zich electoraal geograaf: omdat hij het stemgedrag in Nederland analyseert en op geografische kaarten in beeld brengt. Die kaartjes maken zichtbaar hoe het stemgedrag in de loop van de tijd is veranderd en hoe het stemgedrag per stadswijk en per regio verschilt. Zijn boek Bakfietsen en rolluiken is onlangs uitgebracht door het wetenschappelijk bureau van GroenLinks De Helling, maar de conclusies erin zijn die van De Voogd persoonlijk.
Kijk eens naar het kaartje dat laat zien hoe bijna vijftig jaar terug, in 1963, het Nederlandse volk stemde bij de Tweede-Kamerverkiezingen. Bijna heel het land kleurt op dat kaartje óf groen óf rood: de KVP/ARP (groen) en de PVDA (rood) waren bij die verkiezingen in het overgrote deel van de gemeenten de grootste partijen. Religie en sociaal-economische omstandigheden bepaalden nog in grote mate het stemgedrag.
Bij de verkiezingen van vorig jaar is van de dominantie van die twee kleuren en dus de dominantie van die partijen niet veel over. Op het kaartje van de laatste landelijke verkiezingen vallen - in vergelijking met 1963 - twee zaken op: de kaart is veelkleuriger geworden en de meest voorkomende kleur is nu het blauw van de VVD. Het PVDA-rood heeft zich in het noorden nog wel weten te handhaven, maar bijvoorbeeld niet in het zuidelijk deel van Zuid-Holland waar toch veel industrie is en dus arbeiders zijn. Het christelijk groen is het meest geslonken in vergelijking met 1963, met name in Zeeland, Brabant, Limburg en delen van Zuid- en Noord-Holland. Het groen heeft niet alleen moeten wijken voor het liberale blauw, maar ook voor het grijs van de PVV.
Nederland is in bijna vijftig jaar van politieke kleur veranderd. In het stemhokje zijn leefstijl, opleiding en wereldbeeld een grote rol gaan spelen, zeg maar kosmopolitisch versus meer nationaal gericht, cultureel progressief versus behoudend. Dat verband tussen leefstijl en stemgedrag is al op straat waar te nemen. Ziet u veel bakfietsen staan en veel ja-nee-stickers op de brievenbussen, dan kunt u ervan uitgaan dat daar veel GroenLinks-stemmers wonen. Achter rolluiken in huizen zonder die stickers zitten daarentegen vooral de PVV -stemmers.
Op stadsniveau laat De Voogd met zijn kaartjes zien dat bakfietsen en rolluiken ook minder en minder bij elkaar in één wijk wonen: er is sprake van toenemende politiek-ruimtelijke segregatie. De wijken waar de PVV het goed doet, zijn te vinden aan de randen van de stad, de suburbs waar sprake is van reële sociale daling, dan wel de angst daarvoor. Vanuit landelijk perspectief gezien liggen de regio’s waar het de PVV voor de wind gaat vervolgens weer aan de randen van het land, vooral daar waar sprake is van verouderde industrie of een krimpende bevolking en daardoor teruglopende voorzieningen, dan wel beide. Het is een misvatting te denken dat de PVV-stemmers alleen vanwege het islamstandpunt voor de partij van Wilders kiezen. Wat hen aantrekt is ook de aandacht voor criminaliteit en het behoud van de verzorgingsstaat, de gerichtheid op Nederland, het anti-Europa-standpunt en de anti-overheidshouding.
De partijen die het meest de gevolgen ondervinden van de invloed van de leefstijl op hun verkiezingsresultaat zijn de ‘oude’ brede volkspartijen CDA en PVDA, nog stammend uit de tijd dat religie en sociaal-economische omstandigheden bepalend waren voor het stemgedrag. Dat blijkt wel uit die vergelijking tussen de uitslagkaartjes van 1963 en 2010. Volgens De Voogd worstelen beide partijen met hun profiel. Zo is volgens hem het CDA sociaal-economisch te liberaal en cultureel te Europees voor hun vroegere, naar SP of PVV overgelopen achterban.
Zou de PVDA zich een cultureel profiel aanmeten en kiezen voor progressief, dan verliest ze volgens De Voogd kiezers aan de SP die op dat vlak behoudender is. Andersom zouden de sociaal-democraten kiezers kwijtraken aan GroenLinks of D66 als ze zelf voor een cultureel behoudend profiel zouden kiezen.
Volgens De Voogd laten zijn kaartjes zien dat de PVDA voor een groot deel alleen nog stemmen uit strategische overwegingen trekt: de kiezer zou er vooral nog op stemmen om een tegenmacht te creëren tegen sociaal-economisch rechts, maar veel minder omdat de PVDA de partij van hun echte, op leefstijl gebaseerde voorkeur is. Hij maakt dat op uit de Europese verkiezingen in 2009 toen de machtsfactor geen rol speelde: het rood van de PVDA is dan ineens een zeldzaamheid op de kaart van Nederland.
De invloed van leefstijl op het stemgedrag laat ook zien dat vergaande samenwerking tussen alle partijen die in klassieke termen nog als links worden bestempeld, PVDA, SP, GroenLinks en D66, geen begaanbare weg is. De SP-stemmer uit Oss leeft anders en heeft een ander wereldbeeld dan de D66-stemmer uit Amsterdam. Dat ligt meer dan alleen geografisch uit elkaar.
Nog even terug naar het kaartje van de Europese verkiezingen in 2009: veel christelijk groen en bijna geen liberaal blauw. Vreemd als je dat vergelijkt met het kaartje van de Kamerverkiezingen een jaar later, met juist weinig groen en veel blauw. Dat heeft minstens twee oorzaken. Allereerst zijn CDA'ers trouwe stembusgangers, wat van grote invloed is als de opkomst laag is. Ten tweede heeft de VVD in 2009 een rigoureuze draai gemaakt in haar culturele profiel: van aarzelend progressief naar resoluut behoudend.
De Voogds kaartjes laten zo zien dat het loont als je positie kiest nu leefstijl en wereldbeeld van grote invloed zijn op het kiesgedrag. Dat zou vooral winst kunnen opleveren in de Nederlandse swing states: de suburbs in Zuid-Holland en Brabant. Daar zitten niet alleen de meeste kiezers, maar blijkbaar ook de kiezers die het makkelijkst van partij wisselen.