Lieneke Dijkzeul, Aan de bal, plus Nelson Mandela’s lievelingsverhalen

Roodkapje in Afrika

Het Madiba-boek: De lievelingsverhalen van Nelson Mandela

Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders, Lemniscaat (6+), 144 blz., € 22,50

Lieneke Dijkzeul

Aan de bal

Lemniscaat (11+), 279 blz., € 14,95

«Ze stonden boven op de heuvel die over de stad uitkeek, die rood en bruin tussen de gele kassiebomen lag. Er waren veel mensen op de markt onder de mangobomen. De mannen in hun lange mantels stonden te praten en sommigen dronken bier. Vrouwen hurkten bij de kraampjes, in lange vrolijke jurken in alle kleuren van de regenboog, als kleurrijke vogels die in de schaduw zaten te rusten.»

We zijn in Afrika, waar de bevolking zich nog trots in traditionele kleding hult, de mensen op blote voeten lopen en jongetjes met grote hoeveelheden bananen, papaja’s en kippen over zinderende rode aarde naar de markt fietsen om hun mannelijkheid te bewijzen. We zijn in een marktverhaal dat zich afspeelt in Oeganda en door Nelson Mandela als een van de mooiste Afrikaanse verhalen is opgenomen in Het Madiba-boek, een bloemlezing van traditionele volksvertellingen die de rijkheid van de Afrikaanse cultuur weerspiegelt. Een bloemlezing waarin door Mandela «een aantal van de oudste verhalen aan de kinderen van Afrika wordt teruggegeven». 32 verhalen, voornamelijk uit zuidelijk Afrika, zijn door zestien Afrikaanse auteurs op eigen wijze herverteld en door zeventien Afrikaanse kunstenaars voorzien van paginagrote illustraties.

Sommige verhalen zijn herkenbaar en universeel in hun beschrijvingen van mens en dier. Natiki, dat vertelt over een bloedmooi meisje dat door haar jaloerse moeder en oudere zusjes wordt verwaarloosd en angstvallig verborgen wordt gehouden voor jonge jagers, is onmiskenbaar een variant op Assepoester. De ongehoorzame Mmadipetsane, die tegen de waarschuwingen van haar moeder in naar het veld van de reusachtige mensenetende «ledimo» gaat om spinazieblaadjes te plukken, vertegenwoordigt Roodkapje in Afrika. Opmerkelijk is dat de jonge lezer in Mmadipetsane niet gespaard wordt, dit in tegenstelling tot de zoete afloop in onze gekuiste versie van Roodkapje. En de sluwe jakhals in het Zuid-Afrikaanse Wolf en Jakhals en het vat boter is verwant aan de Vlaamse Reinaert de Vos.

Maar Het Madiba-boek bevat ook Afrikaanse volksoverleveringen. Exotische, mystieke, soms bevreemdende vertellingen over slangenbezweerders en boomgeesten. Over hoe de dood ooit in de wereld kwam, de hyena zijn rechtopstaande rugharen kreeg en waarom de bidsprinkhaan tot de maan bidt. Het maakt weliswaar nieuws gierig naar Afrika, maar is deze schone spiegeling niet een sterk geromantiseerde weergave van een hardvochtige alledaagse werkelijkheid? Een werkelijkheid die bestaat uit armoede, hiv/aids, werkloosheid, analfabetisme, corruptie en nepotisme.

In Aan de bal schetst Lieneke Dijkzeul realistisch en beeldend hoe Rahmane onder erbarmelijke omstandigheden opgroeit in een klein Afrikaans dorp. Rahmanes vader is landarbeider, zijn zusje heeft malaria, iedereen slaapt op de grond, er is weinig voedsel en slechts één televisie in het dorp.

Rahmane is een getalenteerd voetballer en zoals veel Afrikaanse jongetjes droomt hij van een voetbalcarrière: «Je hoorde ervan. Jongens die opvielen bij een Afrikaanse club werden verkocht aan een Europese. (…) En ze werden rijk. Onvoorstelbaar rijk.» Rahmanes godsdienst is voetbal en Pele, «die de bal aanbidt en hem behandelt als een god», is de enige legende die hij kent. Een leven als profvoetballer is voor Rahmane dé mogelijkheid zijn dorp te verlaten en te ontsnappen aan de schrale Afrikaanse wereld waarin geen plek lijkt voor de rijke volkscultuur van weleer. Probleemloos realiseert Rahmane zijn droom, hij laat zich geen enkele keer verleiden door stadse, westerse geneugten, raakt niet verwikkeld in ethische vraagstukken en komt terug in zijn dorp als «man». Helaas nogal ongeloofwaardig.

Dijkzeuls schets van het Afrikaanse leven op zowel het platteland als in de stad, waar het «druk, lawaaiig en vuil is, de mannen een harde blik hebben, vrouwen schelle stemmen» en jongens besmet zijn met «de ziekte» en overleven met straatvoetbal en diefstal, is echter des te overtuigender. Je vraagt je onwillekeurig af of deze mannen, vrouwen en jongens Nelson Mandela’s gift, de verhalen uit Het Madiba-boek, ooit zullen ontvangen.