KUNST

Rook en Oker

Hauntology

Het werk van de dichteres Ingrid Jonker (1933-1965) heeft de laatste tien jaar een opmerkelijke renaissance beleefd. Zij was al bijna dertig jaar dood, en vrijwel vergeten, toen Nelson Mandela in 1994 een van haar gedichten – Die kind (wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga) – voorlas bij de opening van het eerste Zuid-Afrikaanse parlement. In 2000 vertaalde Gerrit Komrij haar werk (‘Ik herhaal je’); in 2001 volgde de documentaire ‘Korreltjie niks is my dood’ van Saskia van Schaik. Vervolgens vonden Jonkers teksten hun weg naar het theater en naar de concertzaal.
De Nederlandse kunstenaar Paul Hendrikse presenteert in SMART een tentoonstelling, geïnspireerd door Ingrid Jonkers leven, Hauntology of Smoke and Ochre. Smoke and Ochre (Rook en Oker) is de titel van Ingrid Jonkers bundel uit 1963. Want ‘hauntology’ precies is, weet ik niet. Het is (volgens Derrida) de leer van de geestverschijning, van de figuur die zowel bestaat als niet bestaat. Hendrikse vat hauntology op als de aanleiding voor een ‘onderzoek’ naar de ‘discrepantie tussen dat wat er “echt” was, en de perceptie daarvan’.
Hij doet dat in vier zalen. In de tweede zaal worden twee video’s vertoond met interviews met twee Zuid-Afrikaanse actrices, die spreken over hoe het zou zijn om Ingrid Jonker te spelen. Eén van hen heeft haar gekend, en herinnert zich zaken als haar huid, de manier waarop zij stond, et cetera. De vierde zaal omvat een zestal diaprojecties, met beelden van de plaatsen en huizen waar Jonker gewoond heeft, en van de mensen die daar nu wonen. Hendrikse deed in 2006 een residency in Kaapstad, in de Bag Factory, en bezocht toen die locaties.
Dit is dus niet, zo vertelt de begeleidende tekst, een poging tot een portret van Jonker zelf, maar meer een vooronderzoek naar de factoren die het maken van zo’n portret zouden kunnen beïnvloeden. Het merkwaardige is dat Hendrikse dat onderzoek – als voorbeeld, misschien, van de rol van de kunstenaar als ‘omzichtige researcher’, die zich bezighoudt met de werkelijkheid zoals een wiskundige of een deeltjesfysicus zich ermee bezighoudt, niet sprekend in ‘feiten’, maar in ‘waarschijnlijkheden’, ‘mogelijkheden’, ‘contexten’ – grondig en degelijk gedaan heeft. Het is interessant om de twee actrices te horen en te zien, en te merken hoezeer je jezelf toestaat te denken ‘dat zij op Jonker lijken’, of ‘dat zij haar goed zullen kunnen spelen’ – alsof het nu, na 44 jaar, überhaupt mogelijk is Jonker als iets anders te zien dan als een geest, of een toneelrol. Ik kan Hendrikse’s zorgvuldige omtrekkende beweging volgen: wij hebben te maken met een geest, iemand die er niet meer is, dan kun je niet voorzichtig genoeg zijn met het construeren van imago’s.
In haar veelgeprezen documentaire zocht Van Schaik ook naar een afweging, een middengebied, tussen de beschikbare biografische informatie (een pijnlijk interview met Jonkers dochter, bijvoorbeeld), en anderzijds de ongrijpbare, in de tijd verdwenen werkelijkheid van haar leven, haar poëzie en haar dood. Hendrikse begint nu van voren af aan. Dat lijkt overbodig. Er is al zoveel ‘Jonker’, dat rondzingt, tussen ‘die gebeurtenis van jou en die onwerklikheid/ van die wêreld’.

Paul Hendrikse, Hauntology of Smoke and Ochre. SMART Project Space, Amsterdam, t/m 20 december. ‘Korreltjie niks is my dood’ is te vinden op boeken.vpro.nl/personen