Rook en vuur

Plagiaat is het ernstigste literaire misdrijf dat een schrijver kan plegen. Een beschuldiging van plagiaat komt dan ook steevast op de voorpagina’s van de krant terecht. Althans, als de literaire ekster maar beroemd genoeg is. Maar in veel van de gevallen wordt slechts met losse flodders geschoten.

Zo werd ooit een schrijfster aan het kruis van het plagiaat genageld omdat ze zich te zeer had laten inspireren door telefoongesprekken met een schrijvende vriendin. Dat het moeilijk bewijsbaar was dat ze die telefonades had gebruikt, dat het je laten inspireren door gesprekken geen plagiaat is, en dat die schrijvende vriendin al eindeloos lang in de alcohol was verdronken en geen letter meer op papier kreeg - het deed er allemaal niet doe. De kranten stonden er wekenlang vol van.
Vijf jaar geleden werd een schrijver beschuldigd omdat een burleske scène uit zijn boek verdacht veel leek op een episode uit een beroemde film. Ook dat was geen plagiaat. Als de schrijver al bewust naar die film verwees: sinds wanneer mag dat niet meer? De uitgever van de schrijver dreigde met een proces, de aanklacht werd ingeslikt, maar eigenlijk deed dat er niet meer toe. Zijn naam was genoemd en een verdachtmaking blijft hangen.
Nu is een schrijfster slachtoffer van een familieklucht. Oom heeft het kampdagboek van zijn vader aan de schrijfster gegeven opdat ze dat kon gebruiken voor haar boek. Nicht ontdekt twee jaar na publicatie van de roman dat het dagboek van haar opa is gebruikt. Bingo! Voorpaginanieuws. Dat de schrijfster toestemming van oom had en geen zin letterlijk is overgenomen - het doet er niet toe. Het heeft al groot in de krant gestaan.
Natuurlijk is echt plagiaat een misdrijf. Maar hoe misdadig zijn de valse aanklagers? Ze zijn hoofdrolspelers in een klucht. Maar Tijl Uilenspiegel zei het al: ‘Waar rook is, is vuur’ en hij warmde zijn handen aan de paardestront.