Rook zonder vuur

Gerrit Jan van der Duim, Kains rook: Verhalen. Meulenhoff, 191 blz., f34,90
Volgens de christelijke traditie was het eerste biologische kind uit de geschiedenis een moordenaar. Abel werd bruut vermoord door Kain. Die was namelijk vertoornd omdat de Here God geen acht wenste te slaan op zijn offer en wel op dat van zijn jongere broer. En dat ook nog zonder goede reden. Want waarom God wel van Abel hield en niet van Kain, is absoluut niet duidelijk. Van beide offers steeg de rook eerst nog recht omhoog, maar Kain zag de zijne door een briesje plots afbuigen. Hij kon daar niets aan doen.

‘Hoe weet je van tevoren dat je Abel moet zijn en niet Kain?’ vraagt de verteller in het verhaal 'Kains rook’ zich af. Op basis waarvan maken mensen keuzes die voor de rest van hun leven beslissend zijn? Of voor een heel volk? Waarop berusten verschillen als dood versus leven, onschuld versus schuld, goed versus kwaad?
Deze gedachten razen door het hoofd van Leszek Pekala, die in Polen terechtstaat voor de moord op 'een priester’. Enig zoekwerk wijst uit dat hiermee gedoeld wordt op pater Jerzy Popieluszko, vurig aanhanger van Solidariteit, die in 1984 werd ontvoerd en vermoord door agenten van de binnenlandse veiligheidsdienst. Als Pekala zijn verwarde monoloog heeft afgestoken, wordt hem toegeschreeuwd dat er niets te kiezen is. De verdachte antwoordt: 'Er valt niets te kiezen voor wie al heeft gekozen. Die is alleen maar in de werkelijkheid geinteresseerd en niet in de waarheid.’
Gerrit Jan van der Duim (1955) is in zijn debuut, de verhalenbundel Kains rook, op zoek naar de waarheid en niet per se naar de (historische) werkelijkheid. Van der Duim koos een academisch uitgangspunt, de filosofische vraag naar de betekenis en waarde van de menselijke wil. Zo'n premisse kan leiden tot een afstandelijk, beschou wend soort proza, en inderdaad zijn deze verhalen nadrukkelijk bedenksels, literaire reconstructies van historische gebeurtenissen of bijna-gebeurtenissen. De grens tussen waarheid en verdichting houdt de auteur nu en dan opzettelijk vaag, doordat hij eerst een plot opbouwt rond zijn helden en pas later, stukje bij beetje, uit de doeken doet dat het gaat om Grote Figuren. Zo moet de lezer op een min of meer 'spannende’ manier meegevoerd worden in wat ten slotte bijvoorbeeld een 'histoire interieure’ van Alexander Dubcek blijkt, of een episode uit het leven van Arthur Rimbaud.
In het verhaal 'Een poging tot herinneren’ wordt iets duidelijk over de gedachte hierachter: 'Er is geen weergave van de werke lijkheid zo onbetrouwbaar als die van de kunst. Jij denkt dat je je verleden in kaart brengt. Ik zeg je dat je een mythe creeert. Het gaat niet om de waarheid uit het verleden, of jij ja hebt gezegd of nee, of jij goed bent geweest of slecht. (…) Waar het om gaat is de waarheid van dit moment.’
En die 'waarheid van dit moment’ reconstrueert Van der Duim zes keer, in zes verhalen over zes belangrijke mensen, gebeurtenissen of momenten. Ongetwijfeld gedreven door nieuwsgierigheid, ongetwijfeld gezegend met een uitgebreide historische kennis slaat de schrijver aan het knutselen. Jammer alleen dat deze benaderingswijze heeft geleid tot bloedstollend saaie verhalen, die noch aan de historische feiten, noch aan hun literaire reconstructie iets toevoegen dat prikkelt, verrast of gewoon boeit. Van een enorme afstand geschreven (bedacht, gemaakt, in elkaar gearchiveerd), gepresenteerd in een vale, vlakke stijl, nestelen de zes vertellingen in Kains rook zich moeiteloos in de top van het klassement Boeken Die De Lezer Niets Maar Dan Ook Niets Doen.