Commentaar: Afghanistan

Rookgordijnen en bommentapijten

Zondag begon de Amerikaanse aanval op Afghanistan en een dag later reeds was de eerste «onbedoelde schade», zoals dat in militaire termen heet, een feit. Vier Afghaanse medewerkers van een mijnenopruimbureau, gefinancierd door de Verenigde Naties, kwamen om het leven. Het is de prijs van oorlog, hoe high tech die ook gevoerd wordt.

De aanvallen zijn het Amerikaanse antwoord op de terreuraanslagen van 11 september. Althans, een deel van dat antwoord. Keer op keer waarschuwen president George W. Bush en Amerikaanse kabinetsleden dat «dit een lange campagne» gaat worden. President Bush zei in een tv-toespraak dat de aanvallen bedoeld zijn om te voorkomen dat Afghanistan nog langer wordt gebruikt als terroristische uitvalsbasis. Het is maar de vraag of de aanvallen zullen stoppen als Osama bin Laden in Amerikaanse handen valt. Het lijkt erop dat de Amerikanen niet zullen rusten vooraleer het Taliban-regime is vervangen door een Afghaanse coalitie onder symbolische leiding van ex-koning Zahir Shah die de afgelopen weken onder Amerikaanse auspiciën in Rome werd gefabriceerd.

Alom wordt de terughoudendheid van Bush bejubeld. Menigeen was meteen na de aanslagen nog bang dat hij «uit de heup zou schieten» en met groot geweld de armste en meest verwoeste moslimnatie ter wereld van de aardbodem zou laten bombarderen. Maar Bush hield zich in. Hij wachtte totdat de FBI voldoende aanwijzingen had dat inderdaad Bin Ladens al-Qaeda-netwerk achter de aanslagen zat en gaf de Taliban ruim de kans Bin Laden uit te leveren. Pas 26 dagen na het ineenstorten van de Twin Towers en een deel van het Pentagon startte hij de militaire vergelding. Per nacht stuurde hij slechts een paar handenvol bommenwerpers en kruisraketten op weg. Ter vergelijking: in 1998 liet zijn Democratische voorganger Bill Clinton in één nacht maar liefst 78 kruisraketten op vermeende trainingskampen van Bin Laden afschieten. Zonder daarmee overigens ook maar iets te bereiken.

Inderdaad, Bush’ terughoudendheid is te prijzen, maar dat betekent nog niet dat tomahawks en carpet bombing in dit geval wél iets positiefs zullen opleveren. De oorlog tegen de Taliban is «rechtvaardig» genoemd, en gaat gepaard met voedseldroppings. Maar ongeacht hoeveel broden de Amerikanen uit de hemel laten neerdalen, ze zullen er geen moslimsteun mee verwerven. De anderhalf miljoen vluchtelingen die minimaal worden verwacht, en die op spectaculaire wijze zullen worden gefilmd door al-Jazira, «de Arabische CNN», zullen in de islamitische wereld meer indruk maken dan wat voedselhulp.

De vraag is ook of het rookgordijn van grote woorden dat Bush heeft opgetrokken tussen Washington en Kaboel zal blijven hangen, nu de bommen vallen. De terreuraanvallen werden door Bush al in zijn eerste reactie op de rampdag zelf bestempeld als een aanval op «freedom itself», en vrijwel alle Amerikaanse bondgenoten — Nederland voorop — namen die visie over. Democratie, vrijheid en alles waar «de beschaving» voor stond, zouden op de korrel zijn genomen door een stel compleet geschifte islamitische massamoordenaars. Wie de aanslagen afkeurde, maar zich wel probeerde te verdiepen in de psyche van de zelfmoordterrorist en de soms haatzaaiende gevolgen van Amerikaans beleid in den vreemde, kon zelfs weken na de ramp nog worden uitgemaakt voor «fascist», of «antisemiet». In dergelijke emotionele sferen wordt de oorlog tegen de Taliban tot aan de top van de Verenigde Naties toe gezien als een rechtvaardige oorlog. Niet gericht tegen de Afghanen, of tegen de moslims, haastte Bush zich te verkondigen in zijn speech, maar tegen «de terroristen». Het bewijsmateriaal blijft overigens voor burgers geheim en heeft geen juridische waarde.

Grote woorden vertroebelen de blik op de feiten. Degenen die achter de aanvallen zitten, hebben niet verteld wat ze met hun terreur wilden bereiken. Ontdaan van alle emoties en extrapolaties verliezen de aanslagen hun wereldwijde dimensies en zijn het «slechts» walgelijke aanvallen op de nationale veiligheid en het zelfvertrouwen van het machtigste land ter wereld. De Amerikanen zijn druk doende hun eigen belangen te beschermen, en niet meer dan dat. Slechts terreurnetwerken die een bedreiging vormen voor de VS staan op de hitlist. Al worden de acties gesteund door «een wereldcoalitie», vrijwel niemand gelooft dat Bush na zijn veldtocht tegen de Taliban ten strijde zal trekken tegen terroristen van de IRA, de ETA of de Tamil Tijgers.

Het gevaar dreigt dat de strijd weldra de brede dimensies krijgt die Bush er met zijn grote woorden aan wil geven. Het geweld lijkt zich te verspreiden. De VS sluiten niet uit dat ze ook andere landen zullen aanvallen; in Pakis tan en Indonesië staan radicale moslims westerlingen naar het leven en in Miami zijn miltvuurbesmettingen geconstateerd.

Vlak voor de aanvallen maakte de FBI bekend dat de kans op nieuwe aanslagen in de VS honderd procent was wanneer er gebombardeerd zou worden. Maar terwijl het hem naar eigen zeggen niet te doen is om wraak maar om het beschermen van Amerikaanse burgers, zal de FBI-waarschuwing Bush geen moment hebben doen betwijfelen dat de Taliban aangevallen moesten worden. Zoals hij waarschijnlijk ook geen moment overweegt de Amerikaanse buitenlandse politiek te verzachten. Toch zou het streven naar compromissen in plaats van power play volgens Midden-Oostenkenners als Robert Fisk de voedingsbodem voor anti-Amerikaanse terreur doen wegsmelten. Bombarderen, hoe terughoudend ook, lijkt wat dat betreft louter «onbedoelde schade» op te leveren.