Rookmachine

Peter Buurmans vastgedraaide hoofdpersonen zijn op zoek naar oprecht contact © Willemieke Kars

‘Psychiaters zijn nu supersterren, wat zegt dat over deze tijd?’ kopte de NRC eind vorig jaar. Gevraagd naar een verklaring voor de volle zalen die ze trekken wezen de Vlaamse psychiaters Dirk De Wachter, Paul Verhaeghe en Damiaan Denys eensgezind op de heersende ‘crisis in zingeving’. De hedendaagse samenleving is ik-gericht en draait om persoonlijk succes, terwijl het voor echt, diep geluk juist nodig is je te verbinden met de ander. ‘De wereld gaat stuk als we niet meer zorgen voor elkaar’, stelde De Wachter. ‘Dat klinkt heel wollig hè? Heel lullig!’

Met zijn debuutroman Een goede nachtrust zit Peter Buurman dicht op die diagnose van de tijdgeest; zijn personages voelen zich eenzaam en vastgedraaid in hun levens. Een inbreker treft midden in de nacht onverwacht een oude man in bed aan en neemt hem mee naar een grillroom in de stad. Daar kijkt Id, als hij geen broodjes shoarma hoeft te maken voor dronken studenten, naar altijd dezelfde soap. Floor, de actrice die daarin de hoofdrol speelt, wil stoppen met haar rol. We volgen deze figuren afwisselend, tijdens een onheilspellend mistige nacht, ‘alsof iemand plotseling een rookmachine had aangezet’. De dikke mist zorgt voor een kunstmatig aandoende setting waarin de personages gedesoriënteerd raken en de grenzen tussen werkelijkheid, droom en fictie vervagen. Verfrissend genoeg draait het in deze roman eens niet om het onderzoeken van die bekende grenzen – ze mogen gewoon vaag blijven – maar om een andere vraag naar echtheid: wanneer kun je spreken van oprecht contact?

In de eerste helft van de roman speelt Buurman slim met verwachtingen. Op thrillerachtige cliffhangers volgen verrassende wendingen, en personages krijgen eigenschappen die je ze op het eerste oog niet zou toedichten. Als de inbreker ziet hoe asgrauw de oude man in bed is, is de vanzelfsprekendheid waarmee hij zijn hulp aanbiedt op een komische en ontroerende manier vervreemdend – hij is duidelijk veel te empathisch om zijn werk goed te doen. De intimiteit die zich tussen de twee ontwikkelt is de warmtebron van Een goede nachtrust. ‘Nu moet je me goed vasthouden’, zegt de inbreker tegen de man als hij hem in een aftands trainingsjack en ouderwetse bijrijdershelm achter op zijn scooter heeft gezet, en gedurende de roman wordt die greep steeds steviger. In de grillroom buigt hij zich naar de man toe om een drupje saus van zijn kin te vegen, ook al zo’n zorgzaam gebaar. De man komt tot leven door de aandacht van de inbreker, maar andersom geldt dat ook: eindelijk is er iemand die zijn pogingen tot contact niet met plichtmatigheid of onverschilligheid beantwoordt.

Hoe moet dit allemaal aflopen, vragen ook de personages zich af

In de buitenwereld lijkt dat wel de norm, daar blijft contact beperkt tot wat noodzakelijk is voor de transactie. In de koffietent waar de inbreker de man mee naartoe neemt zegt het meisje achter de toonbank: ‘Ik ben de barista, meneer. Ik ben hier niet om te kletsen, ik ben hier om de koffie te zetten.’ Id – niet toevallig het meest ego-loze personage in deze roman – leerde hetzelfde van zijn baas: ‘Wij maken gewoon het eten’, zei Nino altijd. ‘Niets meer, niets minder.’ In mild-satirische passages, waarin hij koffieketens, zzp’ers en start-ups op de hak neemt, schetst Buurman gevat de kille grootstedelijke monocultuur waarin zijn personages zich moeten handhaven.

Van alle hoofdfiguren verlangt Floor er het meest naar om uit haar rol te breken. Ze wil stoppen met de soap omdat er geen ontwikkeling in haar personage zit, maar het lukt haar niet een knoop door te hakken, wat haar slapeloos maakt. Ondanks haar weerstand tegen het feit dat haar probleem blijkbaar een verdienmodel is, roept Floor de hulp van een slaapcoach in. En zoals dat gaat bij Buurman laat ook de coach zich niet in een karikatuur vangen, juist hij wijst op de bevrijdende potentie van de nacht die voor alle personages opgaat: ‘In deze moderne wereld waarin we alles zeker moeten weten, wie we zijn en wat we doen, is dromen misschien wel de laatste vorm van verzet.’

Hoe moet dit allemaal aflopen, vraag je je al lezend af, wellicht omdat de personages zichzelf die vraag ook stellen. De inbreker verzint steeds nieuwe bestemmingen omdat hij niet weet hoe hij de man weer in bed moet krijgen. Floor vermoedt dat haar scriptschrijver geen idee heeft hoe hij een eind aan zijn serie kan breien. Buurman lijkt zelf ook moeite te hebben zijn verhaal te laten landen. In de hele roman voelen overgangen soms net te hoekig, staat hier en daar een uitleggerig zinnetje te veel, of lijkt er over de woordkeus net niet lang genoeg nagedacht. Dingen waar je niet languit over valt zolang er treffende beelden, ideeën, sferen tegenover staan. Maar vanaf het moment dat de inbreker en de man naar een geheimzinnig huis rijden om nog iets samen te ondernemen, en de verhaallijnen elkaar naderen, verliest het verhaal aan subtiliteit: ‘Ze zouden inbreken in de diepere laag en de betekenis meenemen.’ Zo’n meta-ingreep voelt geforceerd in een roman die tot dan toe beheerst surrealistisch was.

Toch is Een goede nachtrust een fraai debuut. Het heeft iets troostends een boek te lezen dat niet genadeloos wijst op onze fundamentele onvermogens, maar juist gaat om de menselijke pogingen ons te verbinden. Het maakt Een goede nachtrust een warme roman, die unheimisch genoeg is om niet wollig of lullig te worden.

Help ons groene.nl te vernieuwen.

Doe mee aan onze enquête

Het invullen neemt zo’n 5 minuten in beslag. U kunt niets winnen, maar wij zijn u zeer erkentelijk als u meedoet aan de enquête.