Room

Dit is een serieuze kroniek. Meer dan eens ben ik erop gewezen dat de lezer uit deze kroniek een rare indruk van mij krijgt. Die denkt dat ik alleen maar met smeerpijperij bezig ben. Ik antwoord dan: ik ben niet met smeerpijperij bezig, ik ben bezig met de vraag wat literatuur is en wat niet. En die kwestie ligt juist bij een zo omstreden genre als pornografie heel scherp.

Bijvoorbeeld: waarom is Louter lust van Lydia Rood geen literatuur en Woorden van liefde van de Franse schrijfster Dominique Dussidour (uitgeverij Aristos) wel?
Beide boeken zijn pornografisch. Ze prikkelen de zinnen. Maar ieder op een andere manier. Het ene boek prikkelt literair, het andere niet.
Louter lust, ik heb dat vorige keer uitgelegd, prikkelt door niets aan de verbeelding over te laten. Dus zoals gewone porno prikkelt.
Woorden van liefde prikkelt door onbestemd te zijn. Het boek roept de sfeer van een geheim op, een verboden intimiteit. Het is porno die verontrust, zoals een goede roman ook altijd iets verontrustends heeft.
Verontrust ja, want dat mag natuurlijk niet in het tijdperk-Dutroux: seks tussen een volwassen man en een klein meisje.
Het verhaal leest als een oefening in pure onschuld. Alle elementen die de onschuld in de weg kunnen zitten, zijn afwezig. Geen angst, geen moraal, geen schuld. Hoe ziet onschuld eruit als je dat allemaal weglaat? Daar gaat Woorden van liefde over.
Een meisje van elf bespiedt haar verweduwde moeder telkens wanneer die de liefde bedrijft met de huisleraar. Tijdens de lessen vraagt ze hem dan honderduit over wat ze heeft gezien. Ze verleidt hem zelfs tot aanschouwelijk onderwijs.
Het zijn lessen in de grammatica van de liefde. Het gaat over kijken, voelen en benoemen. Vragenderwijs leert het kind de taal der liefde, zowel die met als die zonder woorden.
‘De eerste keer dat de man voor haar ogen ejaculeert, zegt het kind: “Room!”’
Het kind heeft steeds het initiatief. De man geeft alleen antwoorden, en doet alleen wat ze hem vraagt. Ze vraagt veel, hij vertelt veel, en hij doet veel. Zo leert het kind haar eigen taal. Lijkt het. Maar is dat wel zo?
Onschuld bestaat, lijkt de schrijfster te willen zeggen. Alsof Rousseau uit zijn graf is opgestaan. Maar ik heb Rousseau nooit geloofd, en Dussidour geloof ik ook niet. De Freud in mij verzet zich heftig tegen het idee van onschuld. Maar Woorden van liefde is wel een heel vermetele poging dat verzet te breken.
Onschuld, het is een beroemd thema in de literatuur. En een beproefd thema in de pornografie. In veel pornografie is onschuld het dragende element. Laten we het eens over de klassiekste klassieker in dat genre hebben, over Justine of De tegenspoed der deugdzaamheid van Domatien Alphonse François de Sade.