Rooms leven

Wij thuis vonden Rome nóg erger dan Reformatie. Natuurlijk las je van álle christenkoppen de schijnheiligheid op kilometers afstand af en natuurlijk wedijverden ze in bestendiging van sociaal onrecht - maar wierook, priesterlijke wijnkelders, bloedende Christussen en kerkelijke hiërarchie vormden een zwarter en achterlijker reactie dan de mannenbroeders in hun witgepleisterde gebouwen. Wij waren, kortom, moreel en esthetisch meer calvinist dan paaps. Wat het curieus maakt dat ik later in liefde en vriendschap vooral van doen kreeg met ex-katholieken. Die zich, late jaren zestig, in ons huis verzamelden ten bate van een radio-uitzending van de VPRO over rijk rooms verleden. De eerste kwam om elf uur ‘s(ochtends, de laatste viel om vier uur in de nacht bezopen alle trappen af - waardig besluit van zeventien uur herinneren waarin elk verhaal er tien losmaakte en gregoriaanse gezangen als madeleines werkten.

Buitenstaander was ik, maar een met rode oortjes, want mensen zijn vaak het boeiendst wanneer ze over hun jeugd vertellen: betrokken en expert tegelijk slepen ze de luisteraar mee in een wereld die deels uniek en anders (in casu rooms) is en deels duidelijk maakt wat universeel is aan de kindertijd. Doordat de meesten recent afgevallen waren, overheersten gruwelverhalen over kille nonnen, naar ontucht hengelende biechtvaders en angsten voor verdoemenis. Meest opvallend de liefdeloosheid waarmee de ‘boodschap van liefde’ werd uitgedragen. Maar toen al klonk iets door van heimwee naar een verdwijnende wereld. De katholieke traditie brokkelde immers in razend tempo af, deels door leegloop, deels door hervorming van nieuwlichterszijde.
Niemand van die groep overweegt vandaag een seconde terugkeer; maar wel is er meer oog voor de waarde van traditie, ritueel en schoonheid. Voor de atheïst waren er de seizoenen; voor katholieken kwam daar de kerkelijke kalender bij, die het jaar extra kleurde en van betekenissen voorzag. Soms denk ik dat ik wat gemist heb. Omdat de Socialistenmars en Morgenrood beduidend minder mooi zijn dan Monteverdi’s Salve Regina; en omdat dat 'rode vaandel’ minder met bevlogenheid dan met dreesiaans fatsoen te maken had - nodig maar klein; en weinig reliëf gevend aan een jeugd.
Dit naar aanleiding van de driedelige reeks Rooms leven van Omrop Fryslân (die ’s zondags op Nederland 1 uitzendt). Zappend viel ik in aflevering één, waarin een bejaard echtpaar ondertiteld omkeek naar de vooroorlogse praktijk; in lichte verwondering, soms mild, vaker kritisch. De absolute macht van meneer pastoor, die overigens in het Nederlands geciteerd werd - waaruit ik begrijp dat de Friese kerk zich van twee niet-autochtone talen bediende. De verbluffende wijze waarop de echtelijke bedplichten werden opgelegd en gecontroleerd. Dat mogen bekende verhalen zijn, uit de mond van direct betrokkenen krijgen ze de lading die ze als anekdote allang kwijt zijn.
Deel twee betrof de woelige jaren zestig, met onder meer verliefde en uit het ambt tredende priesters. Deel drie toonde het 'nu’ van geestelijken, van een in de kerk gebleven ex-priester, van een kerkverlater. Het getuigde allemaal van een voortreffelijke keus van dramatis personae en afgewogen inhoudelijke opbouw; een fraai genuanceerd tijdsdocument. Zoals de KRO het nooit heeft gemaakt over Nederland. Herhalen graag.