Rosella heeft het zwaar

The Perils of Rosella, oftewel King’s Quest IV. ‘3-D Animated Adventure Game’ van Sierra. Computerspel.
Voor de deur van Kinderdagverblijf Willemientje. Journalist M., sinds kort ook opererend onder de naam Rosella, ziet Informant D. van verre aankomen.

M. (met luide stem): ’D., je moet me helpen.’ Informant D. komt dichterbij. Afgeluisterd door S. en J., hun beide zoons van tweeëneenhalf jaar, ontspint zich de volgende dialoog: D.: ‘Hee, hoe gaat het?’ M.: 'Slecht. Ik zit nog steeds in de buik van die walvis.’ D. (lachend): 'Ben je daar nou nog niet uit?’ M. (met klem): 'Je moet me echthelpen. Ik krijg het er benauwd van.’ D.: 'Je moet op die tong. Op de tong van die walvis.’ M.: 'Dat probeer ik, maar ik glijd er steeds vanaf. Ik word er gek van.’ D.: 'Die veer heb je wel.’ M.: 'Ja.’ D.: 'Je moet heel hoog op die tong.’ M.: 'Maar hoe doe ik dat? Waar moet ik erop? In het midden?’ D.: 'Een beetje zigzag geloof ik. Een stukje opzij en dan weer een stukje naar boven. Heel voorzichtig. En dan moet je met die veer…’ M.: 'Dat probeer ik, maar ik heb geen tijd meer over. Ik heb maar een paar seconden. Dan glijd ik naar beneden en raak ik bedwelmd door de kwalijke dampen.’ D. (beslist): 'Dan moet je helemaal overnieuw beginnen.’ M. (wanhopig): 'Heb ik gedaan. Maar nou kom ik die walvis niet meer tegen.’ D.: 'Dan moet je goed zoeken. Hij zit ergens bij dat eiland. Flink heen en weer zwemmen. Zie je hem niet in de verte?’ M.: 'Ik zie niks. Ik zwem me helemaal suf. Ik word er een beetje moe van.’ D.: 'Je bent wel achter de waterval geweest?’ M.: 'Ja. Al lang.’ D: 'En je bent ook in het huisje van de dwergen geweest?’ M.: 'Jaaaa.’ D.: 'En de eenhoorn, heb je die al gevangen?’ M.: 'Dat kan toch niet. Dan moet ik eerst dat hoofdstel hebben.’ D.: (met gezwollen stem) 'The golden bridle.’ M.: 'Ja. En die ligt op een ander eiland. Dat heb jij tenminste gezegd. Kan ik daar nog op een andere manier komen?’ D: 'Nee, dat kan alleen met die walvis. Die spuugt je vlak bij dat eiland uit. Geweldig is dat.’ M.: 'Ja, vast. Maar nou moet ik nog op dat eiland komen.’ D.: 'Hm. Even denken. Je hebt de eenhoorn wel geschoten.’ M.: 'Ja.’ D.: 'Met de boog van Cupido.“ M.: 'Ja. En sinds ik dat gedaan heb, blijft die eenhoorn wel dicht in mijn buurt. Maar ik kan hem niet pakken.’ D.: 'Nee. Dat kan niet. Je moet eerst dat hoofdstel hebben.’ M: 'Ja.’ D. (met gezwollen stem): 'The golden bridle.’ M.: 'Ik word er gek van.’ Korte pauze, waarin S. en J. uit het net worden gevist dat de leiding van Kinderdagverblijf Willemientje over de zandbak heeft gespannen. D.: 'Toch moet je gewoon op die tong. En dan met die veer…’ M. (geïrriteerd): 'Hoe hoog moet ik dan komen?’ D.: 'Dat je net met de veer bij de huig kan komen. Die moet je kietelen, die huig. Dan spuugt de walvis je uit.’ M.: 'Dat zou wel een opluchting zijn.’ D: 'Het is een raar woord. Ulabab of zoiets.’ M: 'Uvula.’ D.: 'Ja. Dat moet je zeggen als je boven bent: tickle uvula.’ M: 'Ik ga het meteen proberen, thuis.’ D: 'Bel me maar als je er niet uitkomt.’ M.: 'Ik hoop het niet.’