Volgens Job Cohen leidt denken in termen van winnaars en verliezers tot een hardvochtige prestatiemaatschappij. Hij pleit voor consensus-politiek. Wilders vindt compromissen sluiten juist slappe hap.

DE ISRAËLISCHE filosoof Avishai Margalit publiceerde twee jaar geleden het boek Compromissen en rotte compromissen. Volgens Margalit brengen we maar zelden tot stand ‘wat boven aan onze prioriteitenlijst staat, of we nu individuen zijn of collectieven. Door omstandigheden gedwongen moeten we genoegen nemen met minder dan waar we naar streven. We komen tot een compromis.’ Voor ons persoonlijk leven zullen we dat beamen, maar accepteren we het compromis in de politiek ook nog?
De Belgische journalist van De Morgen Bart Eeckhout verwijst naar Margalit in zijn artikel Het einde van de compromis, dat hij als Nieuwspoort-rapporteur op verzoek van het bestuur van het Haagse perscentrum heeft geschreven en waarop hij deze week in een korte column inging tijdens de jaarlijkse Kees Lunshoflezing. Eeckhout ziet als belangrijkste parallel tussen de Vlaamse partij N-VA van Bart De Wever en de Nederlandse PVV van Geert Wilders hun afkeer van het compromis; beiden zien ze alleen het eigen compromis als het goede compromis, elk ander compromis is verraad.
Oud-CDA-minister Ernst Hirsch Ballin schreef vorige week in een opiniestuk in de Volkskrant dat hij zich zorgen maakt over de tendens in de politiek om andersdenkenden als vijand te zien. Hij haalde in het stuk de Duitse filosoof Axel Honneth aan die waarschuwt voor het risico dat de openbare meningsvorming verdroogt, omdat de massamedia geneigd zijn in de politiek alles te zien als conflict en uit te drukken in termen van winst of verlies.
De waarschuwingen van Eeckhout en Hirsch Ballin zijn niet los van elkaar te zien: als politici worden afgerekend op winst of verlies, wordt het steeds moeilijker een compromis te sluiten of tot een samenbindende visie te komen, zoals Hirsch Ballin dat in zijn stuk noemt. Een compromis is dan slappe hap, met een samenbindende visie geef je toe aan andersdenkenden. Volgens Honneth zijn de massamedia de aanstichter van het denken in termen van winst en verlies. Klopt dat? Zouden zij niet 'slechts’ een trend in de samenleving uitvergroten, de trend om mensen af te rekenen op hun verdiensten en hen die het 'niet maken’ als losers te zien?
PVDA-partijleider Job Cohen hekelde vorige week vrijdag tijdens de eerste Kerkdijklezing, genoemd naar de in 1905 overleden politicus Arnold Kerkdijk, dit meritocratische denken. Dat leidt volgens hem tot een hardvochtige prestatiemaatschappij. Net als Hirsch Ballin moet Cohen niks hebben van het denken in termen van winnaars en verliezers. Alleen ziet de PVDA-leider dat breder in de samenleving terugkomen en wijst hij het liberale denken over eigen verdienste en eigen falen als belangrijke bron daarvoor aan. Cohen verwijt de liberalen te vergeten dat niet iedereen gezegend is met evenveel talent en dat de verdeling van talenten een 'natuurlijke loterij’ is, waardoor volgens hem bescheidenheid op zijn plaats is als het om eigen verdienste gaat.
Niet verwonderlijk kwam Cohen in zijn lezing met wat Hirsch Ballin een samenbindende visie zou noemen. De PVDA-leider pleitte voor een samenleving waarin niet alleen respect is voor de talentvollen die het hoogste loon genereren en waarin de overheid niet alleen hen dient, maar iedereen. Niet verwonderlijk pleitte Hirsch Ballin in zijn opiniestuk voor een terugkeer naar de politiek van het midden, naar consensuspolitiek, de politiek dus zoals die vroeger door zijn eigen CDA en de PVDA - de traditionele middenpartijen - werd bedreven. Niet verwonderlijk twee partijen die gewend waren compromissen te sluiten, maar die het in het hierboven geschilderde klimaat juist moeilijk hebben.
Door de krimpende economie komen die verschillende vormen van politiek bedrijven waarschijnlijk sneller en mogelijk nog harder tegenover elkaar te staan. Als het kabinet bij tegenvallende staatsfinanciën in conclaaf moet over nieuwe bezuinigingen of hervormingen, boven op de al afgesproken achttien miljard, zal de bereidheid in politiek én samenleving om compromissen te sluiten en - in Cohens woorden - ook de minder talentvollen als waardevolle tandwieltjes in de samenleving te zien wel eens zwaar op de proef kunnen worden gesteld.
Vooral de kleinste regeringspartij, het CDA, zal daardoor onder druk komen te staan. De woorden van Cohen zullen ook menig christen-democraat hebben aangesproken. En andersom de woorden van Hirsch Ballin de sociaal-democraten. Maar kan het CDA aan Cohens oproep tegemoetkomen of moet het daarvoor compromissen sluiten met VVD en PVV? Tot waar is een compromis nog het compromis van Margalit, en waar wordt het een 'rot compromis’?
Onder dat laatste verstaat Margalit een overeenkomst die een regime vestigt dan wel instandhoudt dat mensen vernedert. Het toch ingrijpen in de hypotheekrenteaftrek valt daar niet onder, ook niet het wijzigen van het ontslagrecht om jongeren makkelijker toegang te verschaffen tot de arbeidsmarkt. Dat zijn gewone compromissen waaraan bij extra bezuinigingen mogelijk niet te ontkomen valt.
Maar PVV-leider Wilders, die zal ze afdoen als verraad. Zijn voorstel om als het nodig mocht zijn fors te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, waarvoor het CDA veel water bij de wijn zou moeten doen, is in zijn ogen echter wel een goed compromis.
Maar was dat wel een gewoon compromisvoorstel zoals Margalit dat omschrijft? Het lijkt op meer dan alleen het CDA politiek onder druk zetten. Wil Wilders er niet ook een beroepsgroep - de ontwikkelingswerkers - mee zwartmaken zoals hij eerder deed bij onder meer de kunstenaars? Injecteert hij de publieke opinie daarmee niet ook met het idee dat wij onze welvaart aan ons eigen talent hebben te danken en zij in de Derde Wereld hun ongeluk aan zichzelf? Maakt Wilders een compromis van de kant van het CDA zo niet bij voorbaat tot verraad aan het eigen gedachtegoed?