Rot op naar jutland

Nederland is vol, ga maar naar Jutland. Het komt niet uit de mond van de Centrumdemocraten maar uit die van Eerste-Kamerlid Marten Bierman van de Regionalen/De Groenen. En hij spreekt niet alleen als senator maar ook als wetenschapper. Jutland? ‘Ook de verpauperde gebieden in Frankrijk komen in aanmerking.’ ..LE SINDS DE laatste statenverkiezingen kent de Eerste Kamer de unieke situatie van een afgevaardigde die verschillende politieke partijen dient. Namens enkele regionale partijen, verenigd in het Platform Onafhankelijke Groeperingen (POG) en zijn eigen partij De Groenen zit ir. Marten Bierman nu twee‰neenhalf jaar in de senaat. Met voorkeurstemmen gekozen, want de voormalige Groenen-lijsttrekker stond als tweede op de lijst. Achter een Friese cafÇbaas.

Vanuit zijn functie als planoloog bij het Siswo, het Instituut voor Maatschappijwetenschappen in Amsterdam, waarschuwt Bierman al langer voor de gevolgen van de snelle bevolkingsgroei en de beperkte opvangcapaciteit van Nederland. In een betoog op de opiniepagina van NRC Handelsblad noemde hij in 1993 Nederland een ‘volle herberg’ met een gastvrijheid 'op het roekeloze af’. Met zijn uitspraak in het radioprogramma Tros Forum dat alle buitenlanders maar naar het dunbevolkte Jutland moeten, ging Bierman weer iets verder.
Toch noemde hij de Deense situatie in 1993 ook al. Volgens Bierman moesten daar minstens dertien miljoen mensen toegelaten worden om tot de bevolkingsdichtheid van Nederland te komen. Denemarken verdiende in elk geval niet de kwalificatie 'kampioen gastvrijheid’, waarmee oud-minister Hedy d'Ancona ons land destijds volgens Bierman een schuldcomplex probeerde aan te praten. Bierman: 'Het is een absurde situatie dat je in een halflege herberg als Denemarken slechts een handjevol mensen toelaat. Als je kijkt naar het aantal vluchtelingen dat wij toelaten terwijl we al zo dichtbevolkt zijn, dan is dat een hele prestatie.’
BIJ ZIJN aantreden als senator zei Bierman al dat, hoewel hij namens verschillende groeperingen afgevaardigd was, het milieu altijd zijn eerste keus zal blijven. Ook zijn huidige onconventionele visie op de vluchtelingenproblematiek heeft een zuiver ecologische grondgedachte, zegt hij: een grote hoeveelheid mensen op een beperkt grondoppervlak is niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. Bovendien moet Nederland zich realiseren dat voor het huidige consumptieniveau veertien keer het totale landoppervlak in gebruik is. N¢g meer mensen zal dus ook voor de landen waar Nederland zijn rijkdom vandaan haalt desastreus zijn. Die landen hebben 'gewoon recht op hun eigen grondgebied’, meent Bierman.
Een betere verdeling van vluchtelingen over dunbevolkte landen vindt hij kortom ecologisch en sociaal absoluut noodzakelijk, en daartoe zal op Europees niveau moeten worden samengewerkt, ook om het te financieren. Bierman: 'We hebben een Europese Unie waarin wordt samengewerkt op het gebied van landbouw, economie, verkeer en mondjesmaat op het gebied van milieu. Waarom krijgen we wÇl een gemeenschappelijke munt maar geven we bij essenti‰le menselijke problemen niet thuis?’
Vluchtelingen kunnen ondergebracht worden in 'enclaves’, zegt Bierman: dunbevolkte of geheel ontvolkte stukken Europa. Jutland is maar een voorbeeld, ook bepaalde verpauperde stukken van Frankrijk komen in aanmerking: 'In West-Europa liggen de verhoudingen gewoon behoorlijk scheef. Voor vluchtelingen maakt het niet uit of ze nu in Nederland of in Denemarken terechtkomen. Die mensen komen echt niet naar ons toe omdat ze zo veel van ons houden.’
J. KEIZER, melkveehouder in het Friese Jelsum en statenlid voor de Federatie Gemeentebelangen Friesland, had in de Eerste Kamer liever de Friese nummer ÇÇn van de lijst gezien. Dat was ook de afspraak met de regionale collega’s uit Limburg en Noord-Brabant. Helaas werd er in het zuiden van het land 'wat leniger met de afspraken omgesprongen’, klaagt Keizer.
Hoewel Bierman officieel ook namens de Friese partij in de kamer zit, voelt Keizer zich niet echt door hem vertegenwoordigd. Hij is vol ongeloof over de uitspraken van 'zijn’ senator. Jutland lijkt hem 'nogal drastisch’. Keizer: 'Bierman heeft het over tweederangs plaatsen, anders waren die Denen er zelf wel gaan zitten. Je geeft die vluchtelingen dan een overschotje, het minste. Dat is niet menselijk.’
Bierman is het hier niet mee eens. Dunbevolkte of ontvolkte gebieden in Europa zijn volgens hem van eenzelfde kwaliteit als het dichtbevolkte Nederland: 'Het is voor die vluchtende mensen dan een noodsituatie, maar dan hoef je anderen niet ook in nood te brengen. Het is als het dilemma van de reddingssloepen van de Titanic. Op een gegeven moment is ÇÇn sloep zo vol dat hij dreigt om te slaan, terwijl andere sloepen nog helemaal leeg ronddrijven. De doelstelling is om uit het water te komen en niet te verdrinken. De drenkeling moet dus zo'n andere sloep nemen - eentje met ook alles erop en eraan!’
Behalve dat de drenkeling anders dan de vluchteling zijn sloep zelf voor het uitkiezen heeft, is het de vraag of de sloepen van bijvoorbeeld Denemarken werkelijk alles 'erop en eraan’ hebben. In de dunbevolkte enclaves zal er bijvoorbeeld niet veel werk beschikbaar zijn. Volgens Bierman is dit geen probleem: 'Na twee jaar zit driekwart van de hoger opgeleide mensen die binnengekomen zijn toch nog steeds in een uitkeringssituatie. Hier kunnen wij niet zo gemakkelijk wat aan doen. Omdat West-Europa al in de fase van de dominante dienstensector zit, spelen cultuurverschillen en taalproblemen een grote rol. Als je voor de mensen die binnenkomen middelen van bestaan wil vinden, dan zul je deze moeten zoeken in de landbouw of de industrie. Dat kan beter in dunbevolkte gebieden.’
HOEWEL DE GROENEN al sinds de oprichting in 1983 een betere internationale samenwerking ten behoeve van het milieu voorstaan, komen Biermans opvattingen niet voor in het programma voor de Tweede-Kamerverkiezingen van de partij. In het stuk Nederland verdient beter wijst men wel op een betere spreiding, maar over dunbevolkte enclaves wordt niet gerept.
Louis van der Kallen, statenlid in Noord-Brabant voor de Brabantse Onafhankelijke Fracties, hielp Bierman aan de beslissende stem voor zijn Eerste-Kamerlidmaatschap. Hij prijst de senator voor zijn optreden tot nu toe. Regelmatig hebben de twee contact, maar Van der Kallen wijst erop dat Bierman als kamerlid 'zo vrij als een vogeltje’ is: 'Wij leggen geen enkele politieke druk op hem. Hij geeft ons als statenleden de ondersteuning die wij van hem vragen, maar wat hij verder in de Eerste Kamer doet, maakt ons niet zo veel uit.’
Dat buitenlanders in de optiek van Bierman maar beter naar Jutland kunnen, verbaast hem: 'Ik ken Marten Bierman niet als iemand die rechtse taal uitslaat, maar als iemand die zich bewust is van het feit dat een hoge bevolkingsdruk allerlei milieuproblemen en allerlei maatschappelijke problemen voortbrengt. Als Brabants statenlid heb ik als het om varkens gaat dezelfde redenering. Als het aan mij ligt, mogen er ook een heleboel varkensboeren naar Jutland! Over mensen zou ik zo'n uitspraak alleen niet zo snel doen, en zeker niet als losse kreet. Als iemand Çcht vlucht, moet hij op een goede manier opgevangen worden, waar ook ter wereld.’
IN HET VPRO-tv-programma Wat is nou… van Peter van Ingen en Frans Bromet kwam Bierman in oktober 1997 in ÇÇn uitzending met Pim Fortuyn en een bestuurslid van de Centrumdemocraten aan het woord over de vraag of Nederland al dan niet vol is. De politieke tegenpolen bleken het opmerkelijk vaak eens te zijn. Bierman benadrukte ook zijn angst voor een te grote economische groei: 'Als de hele wereld een te hoog welvaartspeil krijgt, is er straks een extra planeet aarde nodig.’
Met zijn zorgen over de bevolkingsgroei voelde Bierman zich in 'het goede gezelschap van de oude Drees’, zei hij. Drees zag in de jaren vijftig immers ook al dat er voor de toekomst niet genoeg ruimte zou zijn voor de landbouw en hij maakte het voor een hoop boeren dan ook mogelijk naar nieuwe oorden overzee te vertrekken.
In de tijd van Drees was het nog goed gebruik om je zorgen te maken over de grote lijnen, zegt Bierman nu. De huidige politiek neemt alleen nog maar ad-hocmaatregelen. Bierman: 'Frits Bolkestein, die pas ver na mij het probleem van de bevolkingsdruk oppikte, heeft het besef van het probleem wel verder gedragen, maar het leverde alleen kortetermijnoplossingen op. Strenger zijn is natuurlijk maar een heel klein deel van de oplossing. Als je alleen naar de laatste mensen kijkt die het land binnenkomen, dan zie je dat zij eigenlijk helemaal niet zoveel bijdragen aan het probleem. Zij zijn het topje van de ijsberg, de druppel die de emmer doet overlopen.’
Met gevoel voor beeldspraak: 'In een achtpersoons lift staan twee personen met zware bagage. Als er een derde bijkomt waardoor de lift niet meer werkt, is het gebruikelijk dat die laatste eruit gaat. Maar de koffers van de eerste twee zijn de ware oorzaak. We moeten kortom effici‰nter consumeren. Optimaliseren. Niemand beseft dat we op een terp zitten waar alles vanuit de hele wereld naartoe gesleept moet worden om het te kunnen laten draaien. Dat is een enorm kwetsbare situatie.’
MARTEN BIERMAN doet zijn opmerkelijke uitspraken over de vluchtelingenproblematiek als planoloog, niet als senator zegt hij. In 1993, voordat hij in de Eerste Kamer kwam, pleitte hij in het maandblad Onze Wereld ook al voor een 'objectievere maat om te bepalen of Nederland vol is’. Bierman is echter altijd politicus en wetenschapper tegelijk, benadrukte een oud-collega van Bierman bij het Siswo in NRC Handelsblad. Marten Bierman is 'altijd strategisch denkend, dag en nacht bezig met een missie’, zei zij.
Voor het Friese statenlid Keizer maakt de oorsprong van Biermans woorden niet uit. Hij blijft van mening dat Bierman senator is en zulke dingen 'niet kan zeggen’.
Bierman vindt echter dat bepaalde zaken 'gewoon aan de orde gesteld moeten worden’. Geãrriteerd: 'Als je probeert een antwoord te formuleren, loop je het risico dat je “incorrectheid” wordt verweten. Als je verhaal tot een oplossing van het probleem leidt, wordt het gecorrigeerd. De normen stellen zich bij. Persoonlijk vind ik het niet correct als er aan het probleem wordt voorbijgegaan. Mensen als Bolkestein spelen in op sentimenten; ik doe dat niet. Om het voor onszelf en de vluchtelingen nog draaglijk te houden, moeten bepaalde grenzen alleen niet overschreden worden. En dat probeer ik uit te dragen.’