Rotgeld

Tijdens de oliecrisis in de jaren zeventig zei Joop den Uyl: ‘De wereld van voor de oliecrisis keert niet terug. We moeten ons blijvend instellen op een zuiniger levensgedrag.’

Van dat energietekort – de uitspraken van Den Uyl komen uit zijn televisierede waarin hij het volk vertelde dat de olie op de bon ging – hebben we niet veel gemerkt.

We werden nadien rijker en rijker.

Nu schijnt aan die rijkdom een einde te komen. Het geld is op, bijdrukken geeft inflatie.

We leven in crisistijd.

Het vreemde is dat ik dat in mijn directe omgeving merk.

Vrienden en vriendinnen zijn ontslagen. Ikzelf werk ook voor een deel bij een omroep, en ook die heeft mij een brief geschreven dat de vooruitzichten somber zijn. Een soortgelijke brief, maar dan heel anders, kreeg ik van een pensioenfonds. Ik wist niet eens dat ik pensioen had, maar ik heb een paar jaar in het onderwijs gezeten. Vandaar.

Ik moet, zo luidt de boodschap weer, ‘mij blijvend instellen op een zuiniger levensgedrag’.

Dat kan ik.

Het klinkt misschien gek, maar ik vermoed dat ik vijftien jaar geleden gezegd zou hebben: dat lukt mij niet. In ieder geval zou ik er toen veel angstiger voor zijn geweest dan nu.

Dit komt door mijn leeftijd en door wat ik om mij heen zie.

Ik zie nog steeds geen echte armoede – ik weet dat die er is, maar het zijn de nieuwsbronnen die mij dat moeten laten zien.

Armoede valt mee, denk ik toch.

Maar waar ik me soms echt schuldig over voel, is dit: ik heb twee vrienden die moeten leven van een uitkering. Ik weet niet hoe ze het doen. Oké, ze lenen vaak geld, en ze doen soms ‘zwart’ klusjes, hoewel ze ook tegen de zestig zijn. Maar… die twee, die hebben zo’n leuk leven!

Waarvoor ik me schaam is het besef dat je een heel zinvol leven kunt hebben met heel weinig geld. Terwijl ik feitelijk het omgekeerde ambieer.

Deze twee vrienden brengen me dus in een ethisch conflict. Je hoort namelijk soms zeggen: ‘Er wordt te veel geld verdiend. Er zou een maximum moeten zijn. Tien keer modaal is meer dan genoeg.’ Dat het voor de meesten genoeg is, klopt. En mijn twee vrienden bewijzen zelfs dat minder dan modaal genoeg kan zijn. Maar ik wil niet dat een overheid mij vertelt hoeveel ik mag verdienen. Ik verdien zelf ongeveer anderhalf keer modaal. Het argument ‘tien keer modaal is voor iedereen meer dan genoeg’ is dus juist, maar is geen argument om dan, als je meer dan tien keer modaal verdient de rest maar aan de staat te geven. Het woord ‘genoeg’ is te ambigu.

Ik droom vaak over rijkdom. Zo van: stel, dat ik net zo rijk zou zijn als Bill Gates. Hoe zou ik dan leven? Ik raak daar niet over uitgedacht. Ik zou deze column blijven schrijven, ik zou m’n andere werkzaamheden eveneens voortzetten. Maar ik zou dan ook, net als nu, ontslagen worden bij de radio, want dat is democratisch besloten. Ik kan dan wel een radiostation kopen, maar het feit dat ik voor al mijn klussen gevraagd ben, al heb ik zaken zelf geïnitieerd, geeft aan mijn leven ook iets zinvols. Zoals het voor een ondernemer ook bevredigend moet zijn als zijn onderneming winst maakt. Een schoenenfabrikant die zo rijk is dat hij zijn eigen schoenen kan kopen, vindt daarin geen bevrediging. Maar onbekenden op zijn schoenen zien lopen, maakt hem gelukkig.

Kortom: ik ben ervan overtuigd dat ons leven na deze crisis rijker wordt.

Alleen dat verdomde rotgeld moet je dan niet nodig hebben!