Yiyun Li, A Thousand Years of Good Prayers. Stories

Rottend revolutiefruit

Yiyun Li

A Thousand Years of Good Prayers. Stories

Random House, 205 blz., e 20,-

Michel Faber prijst Yiyun Li.

Een van de schrijnendste boeken die ik bezit is The Seeds, een bloemlezing uit 1972 van verhalen van Chinese schrijvers die de verworvenheden van Mao’s rampzalige Grote Proletarische Culturele Revolutie bezingen. Met hun verhalen trachtten deze discipelen van Utopia uit alle macht een wakkere nieuwe wereldliteratuur te scheppen – ook al was het hun op straffe des doods verboden om over iets anders te schrijven dan tractoren, zaden en mest.

Drie decennia later is dat China verdwenen. Het kapitalisme heeft er dezelfde vrijheden, breuklijnen, verwachtingen en ressentimenten geschapen als in andere voormalig communistische landen. Auteurs van een jongere Chinese generatie, onder wie veel recente emigranten naar het Westen, zijn opgestaan om – eindelijk in vrijheid – vast te leggen wat ze hebben meegemaakt.

Yiyun Li, wier debuutbundel A Thousand Years of Good Prayers de internationale Frank O’Connor Prijs voor korte verhalen heeft gewonnen, werd geboren in hetzelfde jaar dat The Seeds uitkwam. Wat heeft zij meegemaakt? Een natie in hevige beroering die evengoed nog stroperig is, een volk dat worstelt met verandering en tegelijkertijd wordt beslopen door het verleden. Oma Lin in Extra is weliswaar eerzaam gepensioneerd (dat wil zeggen ontslagen) door een kledingfabriek in Peking, maar is nu de vrouw-annex-verpleegster van een seniele oude man. Als ze na zijn dood in een handomdraai is onterfd, vindt ze een vluchtig geluk als wasvrouw in een privé-school en raakt daarna opnieuw op drift.

Meneer Pang in Death Is Not a Bad Joke If Told in the Right Way gaat nog elke dag naar zijn werk op kantoor hoewel hij al jaren geleden zijn inkomen en identiteitspapieren is kwijtgeraakt. Al parasiterend op zijn familie slaapt en eet hij in een smerige kamer samen met zijn huisdier, een haan. Meneer Su in After a Life loopt internetcafés plat, hoogst verbaasd dat zijn weldoordachte aandelenportfolio niet in waarde stijgt. Thuis zorgen hij en zijn vrouw voor hun dochter die zwaar hersenletsel heeft, wat ze voor de autoriteiten verborgen houden.

Yiyuns zelfvertrouwen als vertelster geeft haar proza een traditioneel aanschijn, maar haar gezichtspunt is allesbehalve ouderwets. Met bedrieglijk gemak vermengt ze het persoonlijke, politieke en historische. Oma Lin, die «duizelt van alle keuzes waarvoor ze is gesteld» wanneer haar oude tv’tje met zijn «antenne gemaakt van twee stalen eetstokjes» wordt vervangen door een veelkanalig monster, verliest prompt alle belangstelling voor televisie. In een ander verhaal is een rage voor geïmporteerde orchideeën aanleiding voor zelfverklaarde kenners om fortuinen in de zwarte markt te pompen, met als enig gevolg dat ze worden vernederd wanneer de bloemen uit de mode raken en «de prijs zo snel daalt dat ze nu goedkoper dan onkruid zijn». Waar het communisme een koortsachtig verlangen ontketende naar beloningen die nimmer kwamen, daar worden de personages in A Thousand Years of Good Prayers omringd door de rottende vruchten van hun strijd.

Maar Yiyun heeft veel meer te bieden dan postmarxistische verwarring. Net als haar tijdgenoten schuwt ze bestudeerd literaire taal en vervaardigt simpel, gekortwiekt proza. In andere handen verwordt zoiets al gauw tot journalistieke fictie, dan wel een goedkope oosterse variant van chick-lit. Yiyun heeft het talent, de visie en het respect voor de onoplosbare raadsels van het leven om een waarlijk goed schrijfster te worden.

Er is sprake van een vreemdheid binnen in haar verhalen die ergens anders vandaan komt dan uit China – een wereld in de auteur zelf. Immortality met zijn verontrustende mix van realisme en fabel is duidelijk het meest gekunstelde stuk uit de verzameling. Het volgt de lotgevallen van een kind dat is «geboren met het gezicht van de dictator». (Mao’s naam wordt niet genoemd en het verhaal werkt net zo goed als je je er Stalin bij voorstelt). De carrière van de dubbelganger in propagandafilms wordt met droge humor behandeld, maar we blijven op het verkeerde been staan dankzij een aandoenlijk parallelverhaal over keizerlijke eunuchen en door pure ontzetting over citaten uit de toespraken van de tiran. Geschreven nadat Yiyun pas vijf jaar eerder naar de VS was geëmigreerd om medicijnen te gaan studeren, won Immortality de Plimpton Prijs van Paris Review voor beste debuutroman.

Het feit dat Yiyun in het Engels schrijft in plaats van haar moedertaal zorgt hier en daar voor curiositeiten in de tekst. Maar vergeleken met een paar andere in de VS woonachtige Chinese schrijvers, wier proza leest alsof het van voor tot achter door Amerikaanse uitgevers is geschreven, behoudt zij een eigen stem. «Een vreemd land bezorgt je vreemde gedachten», peinst Meneer Shi, de dolende, zichzelf bedriegende protagonist uit het titelverhaal van de bundel, maar Yiyun heeft een indrukwekkend vermogen om over verdoolde mensen te schrijven zonder zelf te verdwalen; een cruciaal verschil.

Ook indrukwekkend is haar instinct tot vermijding van het voor de hand liggende en gemakkelijke. Love in The Marketplace lijkt aanvankelijk een stoïcijns portret van Sansan, een verlopen onderwijzeres die jaren terug door haar verloofde is gedumpt. Maar dan, wanneer Sansan een bizarre gelegenheid wordt geboden om te bewijzen dat beloften niet altijd hoeven te worden weggeworpen «als gebruikte servetten», neemt het verhaal een verrassende, erotische wending die het raadsel van de eigenwaarde blootlegt. In The Princess of Nebraska heeft Boshen, een homo, zichzelf Amerika in gesmokkeld dankzij een schijnhuwelijk met een «zopas genaturaliseerde» lesbische vriendin. Deze sensationele opzet wordt nauwelijks uitgewerkt: de werkelijke kern van het verhaal is Boshens onhandige verbond met de zwangere, verwarde Sasha, een andere vluchteling. Ieder draagt de last van zijn domme beslissingen en genadeloze omstandigheden, maar is niet immuun voor hoop. Uit nieuwsgierigheid naar een straatparade dringt Sasha zich naar voren en stelt vast: «Ze zagen er zo jong en zorgeloos uit, deze Amerikanen, uitgelaten als een groep leerlingen op schoolreisje. Ze waren geboren om zichzelf te zijn, naïef en tevreden met hun naïviteit.»

In al deze verhalen worden dreigende clichés ontmanteld terwijl karakters diepte, sluwheid en perverse individualiteit verkrijgen. De talloze levens die door de Chinese geschiedenis zijn verwoest kunnen niet hersteld worden, maar misschien is een boek als A Thousand Years of Good Prayers de best mogelijke wraak op het geborneerde simplisme dat ooit de Chinese literatuur beheerste.

Vertaling Aart Brouwer