Feyenoord krijgt een peperduur stadion

Rotterdam gelooft weer in de magie van beton

De crisis is voorbij, ook de overheid durft weer risico’s te nemen. Vier jaar geleden weigerde Rotterdam geld te steken in een peperduur nieuw Feyenoord-stadion. Nu komt er waarschijnlijk wel een nieuwe voetbaltempel op Rotterdam-Zuid. De plannen zijn nog duurder dan in 2013, de financiële onderbouwing is minstens zo wankel. Vertilt de stad zich niet aan een prestigeproject?

© OMA

Een van de duurste voetbalstadions van Europa staat over vijf jaar op de zuidoever van de Maas in Rotterdam. De gemeente staat op het punt 135 miljoen te investeren in ‘Feyenoord City’. Donderdag 11 mei hakt de gemeenteraad de knoop door. Hoewel nog niet alle seinen op groen staan, lijkt er een politieke meerderheid te zijn. Het stadion met 63.000 zitplaatsen kost 456 miljoen euro. Daarvan betaalt de gemeente de grond à zestig miljoen, ook neemt de stad voor maximaal veertig miljoen euro aandelen in het nieuwe stadion, en trekt de stad vele miljoenen uit voor de benodigde infrastructuur.

Gemeenten steken vaker belastinggeld in (stadions van) betaald-voetbalclubs. Maar zo’n grote zak geld als Rotterdam nu neerzet, is in Nederland uniek. Vitesse en ADO Den Haag kregen door de jaren heen de meeste overheidssteun. Beide clubs ontvingen ruim zeventig miljoen, met name voor de bouw van hun nieuwe stadions. Rotterdam investeert nu bijna het dubbele.

Zoveel publiek geld is nodig omdat Feyenoord voor 456 miljoen een van de duurste stadions van Europa krijgt. Ter vergelijking: de Spaanse subtopper Athletic Bilbao bouwde in 2013 een nieuw stadion voor 211 miljoen euro. Juventus uit Italië betaalde in 2011 zo’n honderd miljoen. Het Belgische AA Gent was in 2013 slechts 76 miljoen kwijt voor een nieuw onderkomen. Die stadions zijn iets kleiner dan Feyenoord City. Per stadionstoel kost Feyenoords nieuwe stadion ruim 7200 euro, fors meer dan Bilbao (3750), Juventus (2550) en Gent (3800). In NRC zei een deskundige op het gebied van stadionbouw al eens dat een nieuw stadion niet meer dan tweehonderd miljoen euro hoeft te kosten.

Alleen in Engeland zijn duurdere stadions te vinden. Arsenal speelt sinds 2006 in een stadion van meer dan vijfhonderd miljoen. En Tottenham Hotspur heeft bouwplannen met een verwacht prijskaartje van minstens 530 miljoen. Een belangrijk verschil met Feyenoord: Engelse clubs spelen in de rijkste competitie ter wereld. In de Premier League wordt jaarlijks twee miljard euro aan televisiegelden verdeeld. In de Nederlandse Eredivisie gaat drie procent van dat bedrag om: 72 miljoen.

Feyenoord wil als Europese middenmoter een stadion met een Premier League-prijskaartje gaan bespelen. Waarom zou de gemeente belastinggeld in zo’n risicovol project steken? Vooral vanwege de ontwikkeling van het hele gebied rond het nieuwe stadion. Daar moeten woningen, hotels, horeca en winkels komen. Feyenoords huidige stadion, het gemeentelijk monument De Kuip, krijgt in de plannen van Feyenoord City een nieuwe bestemming, bijvoorbeeld door er appartementen van te maken. De gehele gebiedsontwikkeling kost meer dan een miljard euro. Dat kan nog meer worden als er een extra brug over de Maas en een nieuwe metrolijn worden gebouwd, zoals het stadsbestuur wil.

Feyenoord zelf heeft goedkopere alternatieven als het renoveren van De Kuip van de hand gewezen. Nieuwbouw is noodzakelijk, zegt Feyenoord. Het belangrijkste doel voor de voetbalclub: meer toeschouwers, meer inkomsten, betere spelers en – uiteindelijk – vaker kampioen.

Maar daar zit een lastig punt. Feyenoord City rekent in zijn plannen voor dat Feyenoords spelersbudget in een nieuw stadion stijgt van twintig miljoen nu naar dertig à veertig miljoen in een nieuw stadion. Ajax en PSV hebben nu zo’n 25 miljoen te besteden aan voetballers. Maar in de rekensommen houdt Feyenoord City geen rekening met ontwikkelingen bij de concurrentie. Ajax bijvoorbeeld heeft de laatste jaren – tamelijk uniek in de voetbalbranche – zuinig aan gedaan en een reserve van honderd miljoen opgebouwd. De Amsterdam Arena krijgt binnenkort een opknapbeurt, waardoor ook Ajax meer inkomsten krijgt. Het is de vraag of Feyenoord met een nieuw stadion in één klap het gat met Ajax en PSV dicht.

Dat zou voor de gemeente Rotterdam niet problematisch hoeven te zijn, als de business case van het nieuwbouwplan niet zo nauw verweven was met het hogere spelersbudget. Het plan is extreem optimistisch. Zo komen er in het nieuwe stadion zesduizend business seats, twee keer zo veel als in De Kuip en de Arena. Komen al die stoeltjes wel vol als Feyenoord niet meespeelt om het kampioenschap? Ajax verdiende vorig jaar tien miljoen met de verhuur van business seats. Feyenoord City rekent in een voorzichtige schatting op 32,7 miljoen.

Ook schattingen van de horeca-omzet zijn ultra-optimistisch. Feyenoord City verwacht in het meest optimistische scenario jaarlijks 58 miljoen euro omzet, en in het basisscenario 48 miljoen. In De Kuip bedraagt de horeca-omzet nu elf miljoen. Deels moet die omzet komen van restaurants in het stadion die ook open zijn op dagen zonder voetbalwedstrijden. De vraag is of daar genoeg publiek op af komt. Zonder extra brug over de Maas of metroverbinding is Feyenoord City niet zo eenvoudig bereikbaar vanuit het centrum van Rotterdam. Ook moet nog maar blijken of supporters tijdens wedstrijden in het nieuwe stadion plots het dubbele zullen uitgeven aan broodjes bal en bekers bier.

© OMA

Verder rekent Feyenoord City op een flinke toestroom van toeristen die willen betalen om het nieuwe stadion te bekijken – ‘een Disney-achtige experience. Tussen de 350.000 en 500.000 rondleidingen per jaar moeten jaarlijks vier tot zes miljoen euro opleveren, een veelvoud van de 100.000 rondleidingen die de Amsterdam Arena jaarlijks geeft. In de cijfers heeft Feyenoord City bovenden al rekening gehouden met de gebiedsontwikkeling rond het nieuwe stadion. Maar of die hotels, woningen en appartementen in De Kuip er ook echt komen, moet nog blijken. De gemeente Rotterdam laat dat over aan de markt.

Al die extra inkomsten uit het nieuwe stadion moeten Feyenoord een totale jaarlijkse omzet van tussen de 118 en 136 miljoen euro opleveren. Ter vergelijking: Ajax en de Amsterdam Arena verdienden vorig jaar gezamenlijk zo’n zeventig miljoen euro aan het stadion. En dan worden in de Arena nog regelmatig concerten gehouden, een mogelijkheid die het nieuwe stadion in Rotterdam niet krijgt.

Feyenoord City heeft een hele parade van onderzoeksbureaus ingehuurd om die enorme inkomstenstroom te onderbouwen. Maar cruciale documenten, bijvoorbeeld over de financiering, zijn geheim. Het blijven ongekend optimistische schattingen. In de laatste gemeenteraadsvergadering zei wethouder Adriaan Visser van Financiën dat Feyenoord City zichzelf vooral vergelijkt met het stadion van FC Twente, de club die in een bestuurlijke crisis belandde door alle dubbele petten in het bestuur. Zo leverde de voorzitter, eigenaar van een slagersbedrijf en een Zuid-Afrikaanse wijngaard, ook de worsten en wijnen. FC Twente draaide afgelopen jaren in het half zo grote stadion gemiddeld vijf miljoen euro horeca-omzet.

Alles bij elkaar lijkt Feyenoord City op een kaartenhuis waarbij maar één bouwsteen hoeft om te vallen om een financieel debacle te veroorzaken. Minder verkochte kroketten, vertraging in de gebiedsontwikkeling, minder stadiontoeristen – het heeft allemaal direct invloed op de inkomsten die Feyenoord haalt uit het stadion. En dus op de kwaliteit van de spelers op het veld, wat weer consequenties heeft voor de kaartverkoop en verhuur van business seats.

Wie zit er op de blaren als het misgaat? In 2013, toen het vorige ambitieuze stadionplan gepresenteerd werd, was al duidelijk hoe het project gefinancierd zou worden. Bouwbedrijf Volker Wessels zou het stadion bouwen én eigenaar worden. Ook andere leveranciers, zoals een grote bierbrouwer, zouden geld steken in de bouw, in ruil voor contracten. Het probleem van die constructie is dat leveranciers die als dank voor hun bijdrage aan de financiering al zeker zijn van opdrachten niet hoeven te concurreren met anderen en dus duur zijn. Voor Volker Wessels gold dat het bouwbedrijf al verdiend had aan de bouw van het stadion en als eigenaar facturen aan zichzelf kon sturen.

Het plan uit 2013 ging uiteindelijk niet door. Hoe Feyenoord City precies wordt gefinancierd is nog onduidelijk. Pas als de gemeenteraad akkoord is, wordt dat uitgewerkt. In de laatste raadsvergadering drong D66 aan op een openbare aanbesteding, maar die garantie wilde de wethouder niet geven. Het is goed mogelijk dat voor dezelfde constructie wordt gekozen als bij het plan uit 2013.

Het is ook niet ondenkbaar dat daarmee al rekening is gehouden in de torenhoge kostprijs van het stadion. Stel: een bouwbedrijf kan de fundering van het stadion leggen voor vijftig miljoen euro. Om de financiering rond te krijgen kan Feyenoord City besluiten om 75 miljoen voor de fundering te betalen. In ruil daarvoor draagt de bouwer voor bijvoorbeeld veertig miljoen bij aan de financiering van het stadion. Zo komt de financiering rond, maar wordt de prijs van het stadion wel fors opgedreven. Het zou in elk geval een verklaring zijn voor het extreem hoge bedrag dat Feyenoord City gaat kosten.

Aan zulke financieringsconstructies zit nog een nadeel. Als het kaartenhuis inderdaad in elkaar klettert, dan hoeven deze financiers niet eens zo veel last te hebben van een faillissement. Zij hebben immers al verdiend aan de bouw. Voor de gemeente geldt dat niet. Om te voorkomen dat de geïnvesteerde 135 miljoen weggegooid geld is, zal de druk groot zijn om bij een dreigend faillissement belastinggeld bij te leggen. Om exact die reden werd FC Twente vorig jaar voor twintig miljoen gered door de gemeente Enschede.

De Rotterdamse politiek lijkt zich bewust van de grote risico’s, maar neigt naar een ja vanwege de wens een nieuw deel van Rotterdam-Zuid tot leven te wekken. Het belangrijkste verschil met het vorige plan: in 2013 was het crisis en lagen grote investeringen gevoeliger dan nu. Het duidelijkst is die omslag te zien bij Leefbaar-wethouder Ronald Schneider. Als raadslid liet hij in 2013 met veel bombarie live op tv weten tegen de stadionplannen van destijds te stemmen. Schneider geloofde niet in de magie van beton. ‘Dat als zo’n stadion er komt mensen allemaal gaan sporten, obesitas verdwijnt, slechte wijken weer opkrabbelen. En dat allemaal door een blok beton.’ Vier jaar later zijn dat opnieuw precies de argumenten die Feyenoord City aanvoert om publiek geld in het stadion te steken. Schneider is voor. Als wethouder Stedelijke Ontwikkeling lijkt hij nu wél te geloven in de magie van beton.