De toekomst van de islam

Rotterdam: het nieuwe Istanbul

Medium benali

Er is mij gevraagd om een kosten-batenanalyse te maken van de islam in Nederland. Of de islam echt zo'n transparante, homogene groep vormt als stilzwijgend wordt verondersteld weet ik niet, het lijkt me sterk, maar wie ben ik om daar al te kritisch op in te gaan?
In eerste instantie pak ik de telefoon om zo links en rechts wat te bellen met informanten. Dit zijn meestal mensen uit de voorgenoemde groep, beschikkend over een hbo-diploma en/of academische achtergrond, met een goede tot uitstekende beheersing van de Nederlandse taal, op wie ik wat vragen kan afschieten om een voorlopig inzicht te krijgen in het veld dat ik ga betreden. Bij het noteren maak ik gebruik van een potlood en een notitieblok van de Hema, een cadeautje van een vriendin met wie ik geruime tijd intieme omgang had totdat ze een ander vond. Het potloodje heeft een gummetje zodat ik meteen kan corrigeren en uitwissen, wat ik dan ook tijdens de telefoongesprekken driftig doe. Mijn vraag was: zal over vijftig jaar de moslim nog bestaan? Op mijn notitieblokje kon ik de volgende opmerkingen noteren:
De moslim bestaat dan niet meer.
De moslim bestaat misschien nog wel.
De moslim bestaat.
Omdat ik als zzp'er ook moet leven en ik dit jaar van plan ben om een maandje niet te werken, verwierp ik de eerste stelling onmiddellijk. Aan elke stelling waar het woord niet in staat, valt wat mij betreft geen droog brood te verdienen. De tweede stelling kan ermee door, ware het niet dat het voor de onderzoeker veel moeilijker te bewijzen is dat iets soms bestaat en soms niet. Veel meer resultaat levert mijn onderzoek op als ik aan het einde ervan een doorgaande lijn kan aanbieden, een ontwikkeling in een grafiek waar heel duidelijk aan af te lezen valt hoe de verschillende factoren waar de moslims mee te maken zullen krijgen uiteindelijk resulteren in een bepaalde toestand in een nog nader te bepalen tijdstip. Ik stel voor 1 januari 2080, omdat het mooie ronde getallen zijn en ik tegen die tijd dood ben en dus nergens aansprakelijk voor kan worden gesteld.
De klok wees aan dat er al een heel uur was gepasseerd, wat me eraan herinnerde dat het de hoogste tijd was om de eerste factuur te schrijven. Tijd is geld.
Ik gelastte een kleine brainstormsessie in onder het genot van een kopje koffie. Het leek me onnozel te veronderstellen dat er over vijftig jaar geen moslims zouden zijn, daarmee zou ik de hele basis van dit onderzoek nodeloos ondermijnen. Gezonder leek het me om ervan uit te gaan dat moslims niet alleen zouden bestaan, maar ook zodanig dat er hoognodig met hun aanwezigheid rekening gehouden moest worden. Het leek me verstandig ervan uit te gaan dat moslims zich in de loop der tijd nog meer zullen manifesteren, meer zullen consumeren en ook meer afval zullen produceren.
Wat mij verleidde tot het volgende gedachte-experiment: hoe groter de bereidheid van deze samenleving om moslims te accepteren, hoe groter de bereidheid van moslims om zich te voegen naar de huidige mores. Het zou voor de opname van een grote groep moslims zelfs een uitstekend idee zijn als een samenleving voor een bepaalde duur, zeg vijf jaar, besloot om te islamiseren, om alle instellingen en dienstverlening waar moslims bij betrokken zijn een geheel islamitische signatuur te geven. Op die manier kan de moslim niet anders of hij moet wel van binnenuit vernieuwen.
De moslim van 2080 zou een andere moslim zijn dan die van 2010 omdat hijzelf is veranderd. Hij zou zich minder een Fremdkörper vinden, meer een ingeburgerde, en langs die lijnen van burgerschap handelen. De moslim zou ook vervrouwelijken, dankzij de sterke opmars van de academisch gevormde vrouw.
Wat me op het volgende bracht: we zijn allemaal moslims, want, zoals ik me heb laten vertellen door een informant, in principe gaat de islamitische doctrine ervan uit dat iedereen diep in zijn hart iets van het goddelijke vuur van Allah met zich meedraagt. Allemaal hanteren we een moraal die raakt aan de islamitische moraal, die gebaseerd is op de moraal van de tien geboden. Die geboden hebben, in weerwil van vele andere moraalstromingen, een sterk doorwerkende invloed in ons hele doen en laten. Natuurlijk, er waren andere zaken die echt des moslims zijn, zoals de jaarlijkse vastenmaand, het slachten van een schaap en de oproep tot gebed, maar zelfs de meest hardnekkige rituelen delven in een kapitalistische doctrine vroeg of laat het onderspit. Daarnaast is het een goede Hollandse traditie om van de meest walgelijke zaken weg te kijken. Overal ergens iets van vinden is nergens meer een cent aan kunnen verdienen.
De opbrengsten die een geheel geïslamiseerd Nederland zou hebben zijn legio, in één klap worden we van gekke Henkie in Europa een krachtbron, een magneet voor investeerders uit de hele islamitische wereld. Rotterdam wordt het echte Istanbul van Europa en maakt onze positie in de Europese Unie een stuk sterker. Ook in de kleinste plaatsen zou je smakelijke en betaalbare kebab kunnen eten, de inwendige mens plukt hier dus de vruchten van. En de bevolkingsgroei van Nederland neemt toe, want grote families worden in de islamitische doctrine aangemoedigd, waardoor meer kinderen op straat spelen die dan, als ze de voetbalkicksen aantrekken, kunnen doorstoten tot het Nederlands elftal. Mijn hoofd tolde ervan.
Onder aan het bloknootje schreef ik verheugd dat wat mij betreft het onderzoek afgesloten kon worden met de verkwikkende stelling: in 2080 zijn we allemaal moslim, of we willen of niet.

Abdelkader Benali (1975) is onder meer televisiepresentator. Hij debuteerde met de roman Bruiloft aan zee (1996); zijn meest recente roman heet Zandloper (De Arbeiderspers, 2010)