Commentaar: Fortuyn in Rotterdam

Rotterdämmerung

«Rotterdam is gek geworden», kopte het Rotterdams Dagblad een dag na de historische verkiezingsoverwinning van Pim Fortuyns Leefbaar Rotterdam. Het was een bondige doch niet minder trefzekere typering van het klimaat in wat ooit ’s lands roodste stad was. In Rotterdam lijken nu inderdaad alle remmen los. Zelfs Fortuyn zelf zei «beduusd» te zijn van het succes van zijn electorale Blitzkrieg in zijn woonplaats. De Rotterdamse ruk naar rechts is zonder precedent. Niet alleen Fortuyns Leefbaren, ook de onversneden racistische NNP spon er garen bij. Deze obscure splinter werd verblijd met twee zetels in de deelraad van Feyenoord.

Kennelijk teneinde de apocalyptische ontknoping van de gemeenteraadsverkiezingen nog wat extra cachet te geven, ging er in de Rotterdamse haven op verkiezingsdag een schip vol giftige chemicaliën de hens in, zodat voor een groot gedeelte van de Rijnmond meteen de noodtoestand werd uitgeroepen. Fijnzinniger kon de betekenis van Fortuyns historische overwinning niet worden gesymboliseerd.

Die avond was Ad Melkert een gebroken man. Melkert, Feyenoord-fan in hart en nieren, beschouwde de Maasstad als zijn natuurlijke biotoop. Dat hij het juist op eigen territorium zo dramatisch had moeten afleggen tegen het zooitje ongeregeld van Leefbaar Rotterdam, was een klap die hij maar ternauwernood te boven kwam. Met de catatonische verkramping van de ultieme slechte verliezer maakte hij het tijdens het inmiddels legendarische lijsttrekkersdebat nog een paar graadjes erger voor zichzelf. Het zal nu vooral van de goedertierenheid van Wim Kok afhangen of Melkert op 15 mei ongeschonden de eindstreep haalt. Ondertussen filosofeert Hans Wiegel al openlijk over een spectaculaire rentree van Kok als lijsttrekker bij de kamerverkiezingen. Ook behoorlijk vernederend voor Melkert was de triomfantelijkheid waarmee Rob Oudkerk, de sociaal-democratische voorman in Amsterdam, zich daags na de dramatische uitslagenavond presenteerde als de grote bewaarder van het anti-Fortuyn-geheim. In een eerder stadium zorgde Melkert dat Oudkerk werd gewipt van de PvdA-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. De gewezen huisarts had de fractiediscipline maar hinderlijk in de weg gezeten in de nasleep van de enquête naar de Bijlmerramp, samen met de eveneens afgeserveerde Rob van Gijzel. Als lijsttrekker van de PvdA-Amsterdam kwam Oudkerk nu op televisie vertellen waarom hij er in de hoofdstad wél in was geslaagd de meedogenloze opmars van de Leefbaren in de kiem te smoren. Het had vooral veel te maken met het «de buurt intrekken en luisteren», aldus de glorieuze overwinnaar van Amsterdam. Wijselijk vertelde Oudkerk er niet bij dat Leefbaar Amsterdam niets met Pim Fortuyn heeft te maken. De Mokumse Leefbaren worden aangevoerd door de zeer folkloristische doch van ieder charisma gespeende meubelhandelaar Henk Bakker uit de Kinkerbuurt, die welgeteld twee zetels in de wacht wist te slepen. Oudkerk deed echter net alsof hij hoogstpersoonlijk het electorale wonderelixer tegen het Fortuyn-virus had uitgevonden. Bij de Kamerverkiezingen, als de lijst-Fortuyn ook in Amsterdam op de stembiljetten staat, moet nog maar blijken hoe solide de sociaal-democratische gelederen in de hoofdstad werkelijk zijn.

Hetgeen onverlet laat dat er in Rotterdam inderdaad sprake is van een politieke aardverschuiving. Met zijn volledig van de pot gerukte pleidooien voor het — in het kader van de strijd tegen de «gettoisering» — gedwongen laten verhuizen van zo’n tachtig duizend allochtone Rotterdammers, heeft Fortuyn kennelijk een gevoelige snaar geraakt bij de Rotterdammers. Lachende derden waren de bange burgers van Antwerpen, die met nauwelijks verholen leedvermaak constateerden dat Fortuyns Leefbaren in één klap dertig procent van de stemmen hadden gehaald, een resultaat waarvoor het Vlaams Blok van Filip Dewinter aan de Schelde twintig jaar moest ploeteren. Hoofdredacteur Yves Desmet van De Morgen stelde koeltjes vast dat al die georganiseerde busreizen voor Antwerpse stadsbestuurders naar het multiculturele paradijs Rotterdam vanaf nu ook niet meer nodig zijn. Dertig jaar na de beruchte «rassenrellen» rond het Afrikaanderplein blijkt Rotterdam nog altijd te zitten met een kingsize multicultureel complex.

Dat dit sentiment zeker niet alleen is voorbehouden aan de kansarme segmenten van het Rotterdamse electoraat, bleek voorafgaand aan Fortuyns monsteroverwinning bijvoorbeeld uit een column van Frits Abrahams in NRC Handelsblad op 22 februari jongstleden. Het was niet minder dan een hartenkreet, ongebruikelijk direct geformuleerd en juist daarom tekenend voor de merkwaardige schemertoestand van het fortuynisme, een conditie die wellicht het beste valt te omschrijven als «Rotterdämmerung».

«Als je in Rotterdam over de West-Kruiskade in de richting van de Middellandstraat loopt, en uitwijkt naar de straten erachter, waan je je steeds meer de enige blanke Nederlander op aarde», aldus Abrahams. «Zó voel je je ook bekeken: wat doet die witte man hier in zijn witte regenjas en met zijn veilige parapluutje? Is hij op zoek naar dope of jongetjes? Je voelt dergelijke gedachten door de hoofden spoken van al die jongens en mannen die hier hun tijd doden met rondhangen, drentelen en staren. Het zijn geen prettige wandelingen. Je bent overbodig, je hebt hier niets te zoeken, je bent een voyeur in een wereld waar je niet thuishoort. Maar het is toevallig wél Nederland, het gebeurt vlak bij de centra van onze grootste steden, je woont er zelf op nog geen tien minuten lopen vandaan.»

Het was een curieuze doch niet minder veelzeggende oprisping van de gelauwerde, anders zo genuanceerde columnist. Als zelfs Frits Abrahams niet meer de straat op durft in de Rotterdamse binnenstad, hoe zou het dan zijn gesteld met al die veel minder werelds denkende «boeren van Zuid» rond De Kuip? De confessie van Abrahams is nog intrigerender als men bedenkt dat de West-Kruiskade al sinds dertig jaar wordt bevolkt door een representatieve dwarsdoorsnede van de wereldbevolking.

Toen ik zelf nog in Rotterdam woonde, was de Kruiskade verreweg mijn favoriete stek. Een prikkelende mengeling van Chinatown en Paramaribo, en dat alles op vijf minuten loopafstand van het Centraal Station. Het legendarische, helaas ter ziele gegane café De Drie Ballons aan de West-Kruiskade was juist door zijn multiculturele klantenkring een ware pleisterplaats voor de Rotterdammer met enige hang naar kosmopolitische grandeur. Nooit iets gemerkt van allochtonen met second thoughts over mijn regenjas, waar de arme Abrahams nu zo door is overdonderd. Eerlijk gezegd lijkt het me sterk dat ook maar één allochtoon op de Kruiskade iets heeft gedacht over dope of jongensprostitutie toen hij de NRC-columnist bangelijk voorbij zag schuiven. De stemmen die Abrahams daaromtrent hoorde (of nee: «voelde»), zitten vermoedelijk alleen maar in zijn éigen hoofd. Met de juiste medicatie is dat soort kwalen tegenwoordig overigens uitstekend behandelbaar. Problematischer is het dat deze schatbewaarder van de journalistieke integriteit zich juist nu geroepen voelde zijn allerprivaatste xenofobieën aan de grote klok te hangen. Te vrezen valt dat hij daar dezelfde «multatuliaanse moed» in ziet die hij in zijn column toedicht aan Hafid Bouazza, «’s lands jongste kruisvaarder tegen het islamitische gevaar». Het Rotterdams Dagblad heeft gelijk. Rotterdam is écht gek geworden.