Rotterdams watermerk

Hoe schrijf je in godsnaam een symfonie over Rotterdam? Ik zou het niet weten. In tegenstelling tot Laurens van Rooyen en Ina Brouwer, pianist-componist respectievelijk adviseur werkgelegenheid van de Rotterdamse wethouder Hans Simons. Zij hebben hun project voorgelegd aan de Rotterdamse Kunststichting, vergezeld van een synopsis.

Ik zie er niet veel in. Dat ligt niet aan de nijvere Maasstad, het ligt aan het medium muziek, dat buiten het circuit van vogeltjesgekwinkeleer (piccolo’s!) en donderbliksems (pauken!) niet in staat is een verhaal te vertellen.
Laurens van Rooyen en Ina Brouwer wijzen in hun toelichting op een ander compositorisch stadsportret, Dmitri Sjostakovitsj’ Leningrad-symfonie. Daarin is, naar hun mening, ‘de strijd tussen de nieuwe sovjetstaat en de brute agressie van de nazi’s’ uitgebeeld. Zij weten blijkbaar niet dat Sjostakovitsj in zijn memoires heeft onthuld dat zijn symfonie niet tegen Hitler maar tegen Stalin was gericht (nooit wat van gemerkt). Sjostakovitsj’ compositie is trouwens niet wezenlijk anders gaan klinken sinds Leningrad weer in St. Petersburg is herdoopt.
Het initiatief, aldus de toelichting, 'moet leiden tot een symfonie waar nog jaren over wordt gepraat’. Volgt de korte inhoud. De compositie begint om zes uur ’s ochtends, als wij 'de dynamiek en de vrijheid van het water’ kunnen beluisteren. Naarmate de dag vordert, maakt het geluid van het water plaats voor 'de nerveuze geluiden van de stad’ - 'verkeer, communicatie, gejaag en files’. Dan verplaatst de handeling zich naar de verpauperde Afrikaanderbuurt. 'Verveeld hangen jongeren rond zonder perspectief.’ Maar hoe verwerk je perspectiefloze verveling in een partituur? Via de Antilliaanse wals en de Marokkaanse rai, natuurlijk, want die perspectiefloze jongeren zijn allochtoon. Dan valt de avond. 'De speurtocht door de stad’ is zo ongeveer ten einde en de luisteraar is getuige geweest van 'een verdieping en verrijking van het beeld van de toekomst van Rotterdam’.
Het duo Van Rooyen-Brouwer spreekt over 'de betekenis van een vliegwieleffect’, waarmee wordt bedoeld dat de uitvoering van hun Rotterdam-symfonie een specifiek Rotterdamse aangelegenheid moet zijn, aangejaagd door Rotterdamse kunstenaars, met name de musici van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Andermaal is er sprake van een artistiek misverstand. Het RPO is een voortreffelijk ensemble, dat niettemin niet veel Rotterdamser klinkt dan bijvoorbeeld het Residentieorkest. Hoe zit het trouwens met de allochtonen ín dit RPO? Worden die straks exclusief ingezet bij de Antilliaanse wals en de Marokkaanse rai? De symfonie Uit de Nieuwe Waterweg moet immers 'een watermerk van Rotterdam’ worden, te gebruiken 'bij elke gewenste gelegenheid, zoals de opening van gebouwen, bruggen, congressen, maar ook bij belangrijke evenementen van toonaangevende Rotterdamse bedrijven’.
Wie zal ten slotte de Rotterdamse dichter-zanger worden die de symfonie 'door middel van een poëtisch verhaal’ aan elkaar zal praten? Kom, Deelder, je luie nest uit! Er is werk aan de winkel!
Denken en hopen Laurens van Rooyen en Ina Brouwer. Vergeefse hoop, het is ondenkbaar dat iemand, in en buiten Rotterdam, deze kolder ook maar één moment serieus zal nemen.