Paul de Leeuw doet niet mee

Rotterdamse bezoekingen

Snelt Rotterdam als culturele hoofdstad van Europa dit jaar zijn zoveelste mislukking tegemoet? Ondanks het riante budget zijn de complicaties legio. Wat bijvoorbeeld te doen met het probleem Paul de Leeuw?

Rotterdam en Porto hebben veel met elkaar gemeen. Het zijn allebei havensteden, beide kampen met een kolossaal minderwaardigheidscomplex ten opzichte van de eerste stad van het land en beide beschikken over een voetbalclub die het van hard werken en het onder de grond schoffelen van de tegenstander moet hebben, zodat een confrontatie tussen de FC Porto en FC Feyenoord enige jaren geleden dan ook uitliep op een bloedbad.
Maar daar houdt de gelijkenis niet op. Ook in het afwikkelen van hun verplichtingen als culturele hoofdstad kampen de zustersteden met verwante problematiek. In de Portugese havenstad culmineerde het spektakel rondom de culturele hoofdstad reeds in een landelijke politieke crisis. Burgemeester Nuno Cardoso overwoog directrice Teresa Lago van het organiserend comité Porto 2001 een dag na de officiële opening van het spektakel wegens aanhoudende wanprestaties de wacht aan te zeggen. Premier Antonio Guterres moest eraan te pas komen om de strijdende partijen uit elkaar te houden. Oorzaak van dit alles is dat Porto op zijn zachtst gezegd niet geheel kan voldoen aan de deadlines die de culturele hoofdstad met zich meebrengt. De stad biedt de desolate aanblik van een grote bouwput als gevolg van het ambitieuze renovatieprogramma, dat bij benadering pas zijn voltooiing zal vinden als Porto allang weer culturele hoofdstad af is.
In Rotterdam zit het wat stedenbouwkundige vernieuwing betreft wel snor, maar ook daar volgen de complicaties elkaar in hoog tempo op. Feit is dat Rotterdam een moeizame traditie kent als het gaat om het organiseren van grootschalige feestelijkheden. Toen in 1990 het 650-jarige jubileum van de Rotterdamse stadsrechten moest worden gevierd, liep dat uit op een fiasco. Er was wel een programma, maar nauwelijks publiek, hetgeen leidde tot een financiële en morele zeperd die nog altijd nadreunt.
R2001, zoals het feestelijke programma rond Rotterdam Culturele Hoofdstad kortweg wordt aangeduid, moet die historische mislukking voor altijd doen vergeten. Het budget is er dan ook naar: 52 miljoen gulden. Maar ook dat riante budget staat niet garant voor instant succes.
Zo heeft de geestelijk vader van het spektakel, intendant Bert van Meggelen, inmiddels met overspanningsverschijnselen moeten afhaken. Daar ging een denderend conflict binnen de organiserende Stichting Rotterdam 2001 aan vooraf. Over het hoe en het waarom tast de buitenwereld enigszins in het duister.
Het eerste doemteken voor R2001 manifesteerde zich toen Het Onafhankelijk Toneel liet weten de beloofde voorstelling Aïcha en de vrouwen van Medina niet op de planken te zullen brengen. Dit na protesten uit Marokko, alwaar een Rushdie-achtige affaire op gang dreigde te komen als het stuk over een van de vrouwen van de profeet Mohammed niet onmiddellijk van het programma werd afgevoerd. Achteraf bleek alle Marokkaanse verontwaardiging over het stuk het hersenspinsel van een Marokkaanse journalist in Nederland, maar het leed was al geleden. Juist omdat R2001 het ultieme multicultispektakel moet worden, was dit een gevoelige nederlaag.
Nieuwe teleurstellingen volgden. Museum Boijmans Van Beuningen kondigde uitgerekend voor dit jaar aan dat de deuren wegens renovatie gesloten worden. Dat werd later bijgebogen in een provisorische openstelling voor het publiek, maar de morele deuk was er niet minder om. Tot overmaat van ramp blijkt museum Boijmans de met veel tamtam aangekondigde grote overzichtstentoonstelling van het werk van schilder Jheronimus Bosch, een van de ultieme trekkers van R2001, niet echt soepeltjes te ervaren. Het was de bedoeling uit te pakken met werken uit buitenlandse collecties. En dat dreigt niet te lukken. Zo gaf het Prado-museum in Madrid al te kennen dat het beroemde paneel Het laatste oordeel zeker niet naar Rotterdam komt. Vervoer zou het doek onherstelbaar kunnen beschadigen, zo deelde Madrid mede.
Echt crisis werd het toen Paul de Leeuw liet weten niet aanwezig te zullen zijn bij de officiële opening van R2001, verleden week vrijdag in De Doelen. De komiek was juist aangesteld als officiële ambassadeur van R2001, maar verklaarde dat hij «geen zin had in een hotemetotenfeestje met de koningin erbij». Tot overmaat van ramp liet ook de tweede ambassadeur van R2001, dirigent Sergej Gergiev, verstek gaan.
Het organiserend comité was des duivels en deelde via het Rotterdams Dagblad mee dat De Leeuw wegens «voortdurende irritatie» als ambassadeur is afgevoerd. En dus klampte men zich vast aan de laatste strohalm Fréderique Spigt, de oer-Rotterdamse zangeres, die tijdens het openingsgala in elk geval wel kwam opdagen en met de vorstin in de zaal een gloedvolle hymne aan haar geliefde «stad zonder hart» ten gehore bracht. De majesteit klapte tevreden en burgemeester Opstelten haalde opgelucht adem. De eerste catastrofe is afgewend. Maar er is nog een heel jaar te gaan.