Een onverantwoorde reisgids

Rough Guide to Leningrad

Op de nieuwe kaarten is de oude stad Leningrad niet meer terug te vinden. De Russen proberen de sporen ervan uit te wissen. Maar voor de moedige toerist, die angst en stank overwint, liggen de archeologische vondsten voor het oprapen.

Hoe komt het toch dat reisgidsen over Rusland zich nog steeds beperken tot boottochtjes over de Neva en plattegronden van de Hermitage? Waarom worden toeristen in diezelfde Intoerist-bussen gepropt en uitgeladen voor bezienswaardigheden waar ze door een panische reisleider in de enige toonbare ingang worden gedreven, het zwerende bedelaarsbeen links en het dronken opstootje rechts vermijdend? Zie die lachende gezichten eens, op de Nevski! In elke hand een tas vol gefotokopieerde matrosjka’s die voor handwerk moeten doorgaan, schommelend richting Pizza Hut. Waarom verlaten hordes toeristen dit land zonder ook maar een idee te hebben hoe boekweitpap smaakt en een trolleybus ruikt?

Waarschijnlijk omdat een reisgids zoals De Groene Amsterdammer u nu aanbiedt onverantwoord en gevaarlijk is. Soit, dat is de essentie van de echte Rough Guide.

Ontdek Leningrad!

Neem uw kans waar en vind een stad die op geen enkele nieuwe kaart meer is terug te vinden. Er is haast bij geboden, want de Russen doen er alles aan om de sporen van dit Atlantis uit te wissen. Zijn angst en stank overwonnen, dan liggen voor de moedige toerist de archeologische vondsten voor het oprapen. Onze ontdekkingsreis begint dan ook niet op het vliegveld, maar op het station. Er gaat niets boven Russische treinen: gelakt houtbeslag, tapijt met mijt, verchroomde grendels, morsig conducteurtje met samovar. De rechtstreekse verbinding Hoek van Holland—Mos kva is in 1993 verdwenen; daarom mag de toerist het eerste stukje sprokkelen met de Interregio, tot aan Berlijn. Daar moet u overstappen op de trein naar Sint-Petersburg. Die trein bestaat uit Russische, Duitse en Poolse wagons, maar de laatste koppelen zich een voor een af. Zorg dus dat u in Nederland boekt voor de Russische compartimenten, anders loopt u alsnog de eerste-mei-thee mis. De Russische rijtuigen op internationale trajecten kennen vaak geen restauratie; voed u zich in dat geval twee dagen met de gebraden kip van uw medereizigers en de worsten brood jes die worden aangereikt door handelaars op de tussenstations. Het eerste tussenstation dat de trein aandoet is halverwege Polen, maar dat zingt u wel even uit. Met een beetje geluk hoeft u op deze manier nauwelijks van het toilet gebruik te maken.

Waar gaan we logeren?

Zelfs hotel Leningrad heet tegenwoordig hotel Sint-Petersburg, dus daar heeft u niets aan. Alternatieven zijn er in overvloed: de stad kent wel vijftig hotels die door geen westers reisbureau te boeken zijn. Hotel Kiev is er zo eentje: midden in een industriewijk, met uitzicht op een busstation waar het geteisem uit de provincie arriveert in op petroleum gestookte karren. De «ljoeks» kost vijftig dollar per nacht, maar het enige voordeel dat deze kamer boven een gewone kamer heeft, zijn de sociaal-realistische mozaïeken aan de wand.

Een kamer van dertien dollar per nacht heeft namelijk net zo'n bed van zeventig centimeter breed, dezelfde stoelen met schroeiplekken, en strontvlekken op de onmogelijkste plekken. Raak de lampenkap met het rustieke spinsel van stroomdraden niet aan.

Hotel Kiev kent ook een restaurant: restaurant Kiev. Bestel een salade Mimoza of Jubileum bij de gasten aan de andere tafeltjes, want dat is het bedienend personeel. De serveerster draait de transistor aan, en chansons van Joe Dassin schallen door de zaal. U kunt lekker achteruit leunen tegen de muur, daar is een synthetische grasmat voor gespijkerd.

Te decadent? Probeer dan eens het onderkomen van de VMF, de Militaire Zeevloot. Dit is een pension van veertien verdiepingen aan de rand van de stad. Alleen de tweede etage is als hotel in gebruik. De ingang is een tunnel van kippengaas, vlak naast de matrozenclub. Het kippengaas is bedoeld als bescherming tegen de omlaag suizende balkonnetjes. Doet u zich vooral voor als een Rus, want de receptie zegt geen buitenlanders te ontvangen, «in geen enkele hoedanigheid, noch onze eigen buitenlanders (volk uit de ex-sovjetrepublieken) noch iemand anders buitenlanders».

De andere dertien etages worden bewoond door verschoppelingen die voor niets anders in aanmerking kwamen dan voor een tochtig kamertje «zonder gemakken», en het delen van die «gemakken» met honderd anderen op de gang. In het hele complex is geen zeevarende te bekennen.

Gostinitsa Kievskaja: Ul. Dnjepropetrovskaja 49, tel: (812) 166 04 56

Gostinitsa VMF: Pr. Parchomenko 5,

tel: (812) 55036 45

Hoe gedragen wij ons?

Het probleem is dus al ontstaan bij de receptie van het hotel: hoe doet u zich voor? Aan een bril en een windjack bent u zo te herkennen. Ook heeft het geen zin meer om u te kleden naar voorbeeld van de homo sovjeticus in vouwbroek en ruitjeshemd. De Rus van vandaag draagt louter zwart, te beginnen bij een zwarte spijkerbroek voor de man en een zwart kniebroekje voor de vrouw. Een bril past daar niet bij; bovengenoemd type Rus heeft zijn ogen laten laseren bij Fjodorov. Probeer niet door te gaan voor een academicus in hoornen bril en plastic instappers: met een gezicht dat blaakt van gezondheid valt u zo door de mand. Gedraag u: Russen zijn introverter dan Nederlanders. Praat binnensmonds, maak ingehouden bewegingen. Geen ge(glim)lach zonder reden. In Rusland mag een mens lachen na driehonderd gram wodka, in alle andere gevallen is het typerend voor de westerse schijnheiligheid.

In de trein heeft u genoeg tijd om onderstaande woorden uit uw hoofd te leren. Zorg ervoor dat u de klemtoon goed plaatst en dat u het uitspreekt met gefronste neus en vooruitgestoken onderlip. Niet gebruiken tegen veer tigplussers die niet gezeten hebben.

›· ڂÓþ spreek uit als: jób tvojóe

Åξ‰¸ spreek uit als: bljatj

èËÁ‰Âˆ spreek uit als: pizdéts

Deze woorden kunnen te pas en te onpas ergens worden tussengevoegd of achter geplaatst.

Bijvoorbeeld:

Kak delá?

Da bljatj, pizdéts. U menjá spízdili kosjeljók, jób tvojóe.

Hoe gaat het?

(***). Ze hebben mijn portemonnee (***), (***).

Wat gaan we bekijken?

Voor een wandelingetje door Leningrad hoeft u niet meteen de metro te pakken naar een eindhalte. Leningrad is ook in het centrum te vinden. Een heel geschikte wandelroute is die langs het Obvodnij Kanal (het Singel). Deze oude stadsgrens loopt acht kilometer van het oosten naar het westen en maakt één lang snoer van sterk verwaarloosde fabrieken, verlaten industrieterreinen en buiten gebruik geraakte recreatieclubs. Verspochte sovjetmonumenten, herdenkingstekens en leuzen versterken de vergane glorie. Het maakt niet uit welke kant u op loopt: in het westen komt u uit in de haven, in het oosten komt u uit bij de Prospekt van de Verdedigingslinie van Oboechov en andere verschrikkelijke straten. Huiveringwekkend zijn de grauwe pilaren van de Froenze-oenivermag, op de hoek van de Moskovski prospekt. Dit warenhuis dateert uit de donkerste dagen van Stalins bewind en stond na een brand in de jaren tachtig meer dan tien jaar leeg, als een roestend scheepswrak.

Wordt het u akelig te moede, bekijk dan de stad vanuit de hoogte. Ga de daken op. Het woord «dak» wordt in Rusland tegenwoordig vooral gebruikt om de protectoren van bedrijven en bandieten aan te duiden, maar in de «Sovok» was het een toevluchtsoord voor recalcitrante jongeren. Gitaartje mee, pakje papirossen en wiet: de stad lag aan hun voeten. Beneden werden ze opgewacht door de politie, maar deze daklopers sprongen zo behendig van schoorsteen op daklei dat ze daarbij afstanden aflegden die over de straat zo snel niet te overbruggen waren.

Een goede dakwandeling begint met de keuze van het juiste huis. Het moet hoog zijn, en over goede connecties beschikken. Klimmen over de koepel van de Kazan-kathedraal heeft geen zin, want die staat geïsoleerd van andere daken. Verder moet het dak vanaf de straat te bereiken zijn, via een gemeenschappelijke zolder. Het Egyptische huis aan de Zacharjevstraat is een geliefd klimhuis. Soms staan de hippies in rotten van twee te wachten totdat ze de ladder op kunnen die door de dakkapel steekt. De sfinxen en feniksen aan de daklijst zijn helemaal smoezelig van de vingerafdrukken. Overwin je hoogtevrees en geniet van het ongelofelijke panorama, zwaai eens naar de gevangenen in de bakstenen burcht tegenover het kanaal. Schrik niet terug voor ontbloot gebinte en doorgerotte spanten, rook een joint en zing mee met Akvarium:

Die lange nacht stond ons nog te wachten

Ik wist dat we nooit zouden gaan slapen

Weet je, de hemel komt elke dag dichterbij

Waar gaan we eten?

Onverwacht: trek krijgen bij het zien van de lichtbak van McDonald’s. Maar een straatje verder kunt u voor minder méér krijgen. Ga naar de bistro in de Malaja Morskaja voor een ranzige haring met garnering voor negen roebel (drie kwartjes) en borsjtsj voor maar zeventien roebel (ƒ1,40). Sta in de rij bij de bakken met aluminium sovjetbestek (kremlintoren in kosmos), en repeteer de bestelling in grammen: 150 gram hoofdstadssalade en vijftig gram hoofdstadswodka. Pas op voor oude academici (signalement zie hierboven), dat zijn meesters in het onopgemerkt voordringen. De vleesgerechten hebben verschillende namen en vormen, maar bestaan allemaal uit gehaktballen van meer brood dan vlees: de schnitzel, de bitotsjki, de frikadel en de kotelet. Nooit aarzelen als u eenmaal aan de beurt bent! De tank achter de kassa kent geen genade en voor u er erg in hebt is uw beurt voorbij. Dit personeel is binnenkort uitgestorven. Het is nog opgeleid door de Obsjtsjepit, de instantie in de Sovjet-Unie die met de horeca belast was. Hier werd geleerd hoe je het je gasten zo min mogelijk naar de zin kon maken, zodat ze je nooit meer zouden lastigvallen. Hier werd ook geleerd hoe je alle lekkernijen uit de voorraden kon stelen voor je eigen provisie, om van de restjes schnitzels te kneden voor de klanten. Kijk eens hoe ze het presteert om de klanten te schofferen zonder haar kaken van elkaar te halen: geen greintje moeite.

Peterboergskoe Bistro, Malaja Morskaja 14

Waar brengen we de nacht door?

Nee, Leningrad kent geen gezellige bruine kroegen. In Leningrad mag je een keuze maken uit een van de «DK's»: «Huizen van Cultuur». Een fijne is het DK ter ere van de revolutionair Tsjoeroepa, aan datzelfde Obvodnij Kanal. Hier vinden veel mieterse activiteiten plaats, zoals dansles voor dertigplussers, figuurborduren en modelvliegtuigjes knutselen. Een elektronisch orkest speelt er sovjethits als Het hele leven ligt nog voor ons en Wij bouwen de BAM (spoorweg aangelegd door «vrijwilligers» in de Baikal).

Wat u ook kunt doen: koop een literfles wodka en werk die naar binnen in een van de vriendelijke parkjes rond de Nevski. U slaat dan twee vliegen in klap: u maakt vrienden voor die avond, en als u daarna de Nevski uitkiest om uw weg naar het hotel terug te vinden, wordt u zonder twijfel opgepakt door de politie. In Rusland mag je namelijk niet dronken zijn op straat, zelfs niet een beetje aangeschoten. De Russische soberheidsmilitie zal u een onvergetelijke nacht bezorgen. Eerst wordt u nog op straat gefouilleerd, hier worden wapens en geld geconfisqueerd. Op het bureau wordt u zolang de agenten uw papieren bestuderen in een cabine gestopt. De Russen noemen dat het «aquarium», want de ruimte is van glas. Het is er een gezellige boel. In een ruimte van zo'n tien vierkante meter zitten gemiddeld twintig mensen van verschillend pluimage: hoeren, dronkelappen en «personen van de Kaukasische nationaliteit». Na een paar uur nemen de agenten u weer mee naar een ontnuchteringscentrum, zoals dat op de Mytninskaja Ulitsa, niet ver van de Nevski. In het ontnuchteringscentrum trekken ze de veters uit uw schoenen, krijgt u een koude douche en wordt u in een bed gestopt met kletsnatte lakens. Meestal weten ze de volgende ochtend niet meer wat ze met u aanmoeten, daarom zult u het centrum maar moeten verlaten.

En daar staat u dan, moederziel alleen in een stad die niet eens meer bestaat. Zonder geld, zonder drank, zonder wapens. Zonder veters — bljatj.